Blessures bij het musiceren

Muziek maak je niet alleen met je instrument, maar vooral ook met je lichaam. Voor zangers en dirigenten geldt zelfs: het lichaam is hun énige instrument. Om ontspannen te kunnen musiceren is een goede lichaamsbeheersing dus essentieel. Een verkeerde houding of techniek kan tot allerlei klachten leiden, zoals pijn en ontstekingen aan spieren, pezen en gewrichten of problemen met de ademhaling of stembanden.
Pijn, krachtverlies en stijfheid beïnvloeden de muzikale prestaties. Door een stijve nek of een pijnlijke schouder ga je anders bewegen. Zo raken de spieren uit balans. Ook kan pijn je ademhaling, concentratievermogen, slaappatroon en stemming negatief beïnvloeden. Je dreigt dan in een vicieuze cirkel te belanden, waardoor je niet meer optimaal kunt functioneren.

Een goede lichaamsbeheersing is van levensbelang voor en musicus, maar ook voor een amateurmuzikant die (vele) uren per week studeert.

Je kunt hiervoor naar een Mensendieck therapeut gaan die je leert om je lichaam beter te beheersen, maar ook de Alexander techniek wordt veel gebruikt.

Ik zal uitleggen wat het verschil is tussen die twee:

Bij Mensendieck draait het erom dat veel klachten kunnen worden behandeld of liever nog voorkomen met behulp  van een Mensendieck therapeut.  . De oefentherapeut maakt patienten bewust van hun houding en manier van spelen in relatie tot de klachten die ze hebben, maar ook van de reactie van het lichaam op pijn, (over)belasting en spanningen.
Samen gaan patient en therapeut op zoek naar de oorzaak van de klachten. Onder begeleiding van de therapeut leert een musicus zo een gezondere houding en manier van spelen. Zo leer je verkeerde (speel)gewoontes herkennen en doorbreken, wat uiteraard beter is voor jou en je lichaam, maar ook voor je muziek!

De Alexander Techniek leert musici hoe ze efficienter kunnen omgaan met hun bewegingsmechanisme.
Ook wordt deze gebruikt om klachten te voorkomen en verhelpen, podiumangst te verminderen en beter te presteren!

Omdat musici veel van zichzelf in de muziek leggen, wordt er niet alleen gekeken naar enkel fysieke factoren. Ook wordt je bewuster van dingen als: Hoe ga ik om met druk? Wat denk ik precies voor dat moeilijke loopje? Door o.a. antwoord te geven op deze vragen, raak je geoefend in het opsporen van overbodige mechanismen en gedachten die de muziek en de uitvoering ervan hinderen.

Alexander Techniek biedt je de mogelijkheid om belemmerende en vaak hinderlijke mechanismen mentaal te leren stoppen, zodat de muziek vollediger tot zijn recht kan komen. Door het benaderen van je lichaam en geest als een eenheid en het zuiver focussen van je gedachten, ben je beter in staat om geco?rdineerd te handelen.

Aan veel conservatoria is Alexander Techniek tegenwoordig een vast onderdeel van het curriculum. Musici en conservatoriumstudenten staan vaak onder grote druk om zo goed mogelijk te presteren. Denk bijvoorbeeld aan optredens, voorspeelklassen, examenstress, het samenspel met collega-musici en je (onberispelijke) persoonlijke prestatie. Je wilt niet verstek laten gaan omdat je bijvoorbeeld last hebt van je pols!
Bovendien bestaat dan de kans dat je plek wordt ingenomen door een andere kandidaat. Veel musici trekken vaak pas laat aan de bel als er iets mis is. Dit is jammer, want hoe eerder je een klacht signaleert hoe beter je hem in de regel kan verhelpen.

Ikzelf heb gelukkig geen klachten, maar wil me toch verder gaan verdiepen in Mensendieck en de Alexander techniek. Voor mezelf, maar ook om mijn leerlingen en orkestleden daarmee te kunnen helpen!

Houdbaarheidsdatum?

Soms krijg ik weleens vragen van muzikanten, of van sollicitatiecommissies wat de houdbaarheidsdatum van een dirigent is bij een orkest…
Zo’n dirigent die misschien wel 40 jaar voor een orkest staat, wat ik daar dan van vind…

Ik vind dat altijd een moeilijke vraag. Net zoals bij etenswaren is de houdbaarheidsdatum afhankelijk van een aantal factoren:
– de dirigent, zijn belevingswereld, zijn ervaringen en ambities
– de orkestleden, hun belevingswereld, hun muzikale ambities en hun bereidheid om zich in te zetten voor het orkest
– het bestuur, hun kennis, kunde, daadkracht en communicatie
– de samensmelting van deze factoren, en de mengverhouding daarvan

Je snapt dat al deze factoren steeds wisselend zijn, dus ik denk dat er geen vaste houdbaarheidsdatum is voor dirigenten.
Wel denk ik dat je als dirigent regelmatig voor jezelf op een rijtje moet zetten hoe alles gaat en hoe het staat met jouw houdbaarheidsdatum bij een bepaald orkest.

Ikzelf doe dat ook regelmatig, maar toch blijft het dan lastig om een goede beslissing te nemen, maar het is wel superbelangrijk!
Je moet daarbij in het belang van de vereniging denken, maar vooral ook een goede beslissing voor jezelf nemen.
Zo besloot ik onlangs dat ik, na acht jaar, ga stoppen als dirigent bij fanfare Sint Caecilia in ‘s-Heerenhoek… 15 januari 2017 zal mijn afscheidsconcert daar zijn.

Ik denk dat maximaal 10 jaar voor 1 orkest staan een goed uitgangspunt is, maar als alle partijen elkaar nog prima motiveren, inspireren en enthousiasmeren, dan kan het misschien best 15 jaar worden, of 20 of 30…

Wat vind jij? Is er een maximale tijd dat een dirigent voor een orkest kan/mag staan? En waarom?

Studiedag

Afgelopen zaterdag was het zover: de studiedag van Harmonie Sint Cecilia Huijbergen. Studiedag? Ja, en wel om het orkest tiptop voor te bereiden op het Nootjesbergconcert op 15 oktober aanstaande site pour acheter viagra.
(Als dit concert nog niet in je agenda staat, noteer het dan nu gelijk, want het belooft een nog groter succes te worden dan vorig jaar!)

Zo’n studiedag vraagt nogal wat van orkestleden: ten eerste een hele dag van hun toch al zo schaarse vrije tijd, een berg uithoudingsvermogen (het komt niet vaak voor dat je van ’s morgens 9.30 tot ’s middags 16.30 aan het musiceren bent!), en discipline om de hele dag alert te zijn en alles mee te schrijven!

Maar zo’n studiedag is op een heel bijzondere manier vooral ook superfijn en supergoed!
Iedereen gaat ervoor, en je merkt dat iedereen frisser en fruitiger start dan op een normale repetitie-avond na een dag hard werken. In een dag kun je heel, heel, heel veel werk verzetten en de ervaring leert dat dat wat je op zo’n dag doet ook beter blijft hangen bij muzikanten!
Bovendien schept zo’n hele dag samen ook een hechte band: je werkt samen naar dat grote doel toe en in de pauzes is er ruim tijd om met elkaar te praten! Juist ook met mensen die je doorgaans niet zo vaak spreekt…

En na afloop? Iedereen is moe, maar vooral ook heel erg voldaan, inclusief de dirigent!

Kortom: zo’n repetitiedag is een heerlijke muzikale dag waarop je samen extra hard kunt werken naar een aankomend concert of concours!

Wat vind jij van een studiedag? Trekt het je? Of zie je het vooral als een aanslag op jouw vrije tijd?

Het seizoen is weer begonnen

Het is inmiddels september en gisteren heb ik mijn eerste repetities weer gedirigeerd. Ook mijn muzieklessen starten weer vanaf deze week, dus het ‘normale leven’ is weer begonnen!

Ik heb een heerlijke vakantie gehad waarin ik heb genoten van mijn vrije tijd, mijn website heb vernieuwd, instrumenten schoon heb gemaakt, veel muziek heb geluisterd en veel heb gelezen, heerlijk heb uitgerust en inspiratie heb opgedaan voor het komende seizoen.

Wat het komende seizoen gaat brengen?
Een hoop leuke concerten met de verschillende orkesten, zowel spelend als dirigerend. Natuurlijk ook weer aantal leerlingen die dit jaar op examen gaan. Super om ze daarbij te coachen en begeleiden!

Daarnaast is het nog wachten op de uitslag van de compositiewedstrijd waaraan ik deelneem, maar in ieder geval wordt mijn stuk professioneel opgenomen! Hoe gaaf is dat?!

Ik heb me, na deze buitengewoon inspirerende compositie-escapade voorgenomen om ook het komende seizoen minimaal één compositie te schrijven… Het hoe en wat moet nog wat vorm krijgen, maar het seizoen is ook pas net begonnen!

Hopelijk lukt het ook om dit jaar ook mijn privélespraktijk wat meer te gaan uitbouwen, en dan speciaal voor díe leerlingen die het lastig vinden om in de ‘gebruikelijke’ pas te lopen. Dus bijvoorbeeld voor mensen met dyslexie of andere lichamelijke of geestelijke beperkingen… Later meer hierover op mijn website…

Voor nu wens ik iedereen een buitengewoon plezierig en succesvol muzikaal seizoen toe!

Vakantietijd, inspiratie opdoen

Nu de zomervakantie echt losgebarsten is en ik dus écht geen muzikale verplichtingen heb, is een tijd van rust aangebroken.
Veel mensen vragen zich af hoe ik mijn vakantiedagen dan invul, en of ik dan helemaal niets muzikaals doe…

Daarom vandaag dit blog!

Niks doen is niet zo aan mij besteed, ik blijf hoe dan ook een bezig bijtje…. Maar ja, wat ga je dan doen als je eigenlijk niets ‘moet’?

Ik maak altijd een lijstje van wat ik wil doen in de vakantie:
– instrument schoonmaken (tips en tricks hiervoor lees je hier)
– andere culturen leren kennen (en dan ook de muziek van die andere cultuur, dus ik probeer tijdens buitenlandse trips ook altijd iets van de lokale muziekcultuur mee te pikken)
– boeken lezen (dat kan varieren van boeken over beroemde dirigenten en componisten, maar ook psychologisch getinte boeken over bijvoorbeeld groepsmanagement of omgaan met leerlingen met beperkingen)
– nieuwe muziek studeren
– muziek luisteren (van klassiek tot pop en verder)
– zoeken naar nieuw lesmateriaal/apps om te gebruiken in mijn lespraktijk
– plannen maken voor het komende seizoen

De komende weken zal ik jullie steeds iets over één van deze punten vertellen, zodat jullie met mij mee wat inspiratie kunnen opdoen!

Heb je zelf misschien nog goede inspiratie voor mij? Ik houd me van harte aanbevolen!

Herintreders in de muziek en hoe je ‘stoppers’ kunt herkennen

Via het LKCA werd ik gewezen op een onderzoek wat is verschenen in het International Journal of Community Music.
Het onderwerp?
Wat motiveert oudere amateurmuzikanten om opnieuw te beginnen of te blijven spelen in een ensemble of band en waarom stoppen ze met muziek maken?

De onderzoekers van de University of Sheffield (GB) onderzochten twee amateurensembles en interviewden vijf participanten om achter hun motieven te komen. Daarna formuleerden ze vijf profielen van spijtoptanten:

De enthousiaste terugkeerder – van kindsbeen af met muziek bezig en alle steun daarvoor; als jong volwassene gestopt en na het pensioen weer begonnen. De basis uit zijn jeugdjaren maakte dat deze muzikant dertig jaar later zijn muzikale identiteit terugvond. Dit type blijft dus.

De aarzelende pensionado – in jeugdjaren de nodige muzikale scholing gehad, maar veelal op eigen initiatief of door zelfstudie. Hij is wat bescheiden in wat hij bereikt heeft en stopt vanwege gezondheidsredenen: hij kan het niet meer doen volgens de normen van het ensemble.Movie All Is Lost (2013)

De gestresste afhaker – iemand voor wie doorgaan met het ensemble niet goed is omdat de balans tussen de stress en de uitdaging die het oplevert, verstoord raakt.

De vermoeide buitenstaander – is vooral op zoek naar een gevoel van erbij horen en stopt als het niet lukt. Verlaat het ensemble om sociale en muzikale redenen.

De tevreden herinneraar – Deze stopper heeft warme gevoelens voor de muziek en is al in de jeugdjaren eraan verslingerd. Verschil met het eerste type is de muzikale standaard, de lat die deze participant erg hoog legt: hij of zij stopt wanneer het onder de maat wordt wat hij nog kan.

Uit het onderzoek blijkt dat mensen graag een leven lang muziek zouden maken, maar onderweg komen ze aardig wat trubbels tegen. Dat kunnen sociale, persoonlijke én muzikale trubbels zijn. Meestal stoppen muzikanten vanwege persoonlijke of sociale problemen, en juist níet vanwege muzikale problemen.

Daaruit leid ik af dat je als docent/dirigent toch ook meer oog moet hebben voor deze persoonlijke en sociale problemen, en daar misschien wat meer op in moet spelen se trouver viagra. Op die manier kan een leven lang musiceren wellicht toch werkelijkheid worden…

Persoonlijk probeer ik altijd wel de mens achter de muzikant in het oog te houden, maar dit bericht is voor mij wel een wake-up call om dat nog meer te doen. Misschien juist ook bij mijn seniorenorkest waar ik regelmatig te maken heb met ‘herintreders’.
Nu ik deze 5 types muzikanten ken, kan ik daar mijn voordeel mee doen, en dat zal ik ook zeker doen!

Stil nou!

In deze periode van zomerconcerten gebeurt het regelmatig:
Publiek zit op een (al dan niet zonnig) terras te luisteren naar de muziek, maar intussen wordt er ook gezellig gekletst..
Dat kletsen leidt soms tot irritatie en concentratieproblemen bij dirigent en orkestleden…
Zelf heb ik daar gelukkig niet (meer) zo’n last van, bij sommige concerten past het prima als er intussen gezellig geborreld en gekletst wordt.

Maar ooit, lang geleden is natuurlijk die concertetiquette ontstaan. Zoals dat je stil moet zijn tijdens een concert, dat je niet tijdens het applaus al mag weglopen. Om nu de oorsprong van deze concertetiquette te leren kennen heb ik het boek ‘Stilte!’ van Cas Smithuijsen aangeschaft acheter viagra en ligne canada. De oorsprong van dit alles ligt in Noord-Italië in de 13e eeuw.

Hoe het verder allemaal zit mogen jullie zelf lezen in dit interessante boekwerk van Smithuijsen.
Feit is wel dat we tegenwoordig juist veelal méér interactie willen met het publiek. We willen als orkest niet meer ‘ingelijst’ spelen, maar echt een band met het publiek opbouwen. Hoeveel jaren zouden nodig zijn om dat te bereiken?

De toekomst van de blaasmuziek hebben we grotendeels zelf in de hand

Ja, dat is nogal een statement, toch?!
En toch is het zo, althans, dat vind ik dan….
Je hoort tegenwoordig, met name ouderen in de blaasmuziek, negatief zijn over de toekomst van de blaasmuziek, maar ik denk dat er wel degelijk een mooie toekomst voor onze muziek kan zijn…

Veel mensen in ons land (en daarbuiten) kennen de pracht en de kracht van blaasmuziek niet.
Wij kennen die pracht en kracht wel, dus wat ons te doen staat is zorgen voor meer bekendheid, veel meer en veel betere PR. Dat sluit een beetje aan op mijn blog van vorige week over social media.

Je zult je concerten in die zin ook hipper moeten maken, het moet een totaalbeleving worden met muziek, audiovisuele ondersteuning, maar bv ook hapjes en drankjes die passen bij het thema van het betreffende concert. En pak je het een beetje slim aan kun je op die manier ook nog extra geld genereren voor een volgend gaaf concert!

Belangrijk is wel dat we niet per se blijven hangen in ‘hoe we het altijd deden’. De wereld om ons heen verandert, dus laten wij proberen om daar ook op in te spelen en ons voordeel mee te doen! Dus niet alleen posters ophangen bij lokale ondernemers, maar ook een leuke website die up-to-date is én social media accounts om je publiek snel te bereiken.

Overigens is dit alles niet alleen een zaak/taak van verenigingsbesturen… Ik ben van mening dat ook dirigenten hierin een taak hebben. Als professional ben je lang niet altijd alleen verantwoordelijk voor de muziek, maar ook voor die totaalbeleving. Meedenken dus over PR, over de aankleding van een concert etc…

Als ambassadeur van de blaasmuziek heb je een belangrijke functie: anderen vertellen en vooral laten ervaren hoe gaaf blaasmuziek is! Ik ben al bezig, doe jij ook mee?? En hoe doe jij mee??

Tablets in het orkest

Zoals de meesten van jullie weten, speel ik al geruime tijd vanaf een tablet. In mijn geval is dat een iPad.
Ik ben aan het overwegen om ook te gaan dirigeren van een iPad (dat zou dan wel een iPad Pro moeten worden), maar iets houdt me tegen…
Nu ik wat meer tijd heb in deze weken van vakantie, had ik bedacht dat ik eens zou gaan kijken of er überhaupt al dirigenten zijn die werken vanaf een tablet.
Ik kwam uit bij dit artikel.
Al snel na de introductie van tablets werd er in de klassieke muziekwereld geëxperimenteerd met digitale orkestpartituren en -partijen.
Er werden pogingen gedaan om papieren partituren en partijen te vervangen door tablets, dat leidde eigenlijk niet echt tot een ‘digitale’ muziekpraktijk.

Eén van de eerste orkesten die met tablets experimenteerden was het Brussels Philharmonisch Orkest. Samen met Samsung en de software van Neoscores werd de Bolero compleet vanaf tablets gespeeld én gedirigeerd.
Het experiment leverde weinig problemen op, maar wat daarbij meetelde was waarschijnlijk wel dat de musici het werk van haver tot gort kenden en er weinig aantekeningen bij hoefden te maken.
Praktische bezwaren waren er wel: men struikelde over de kabels!

Toch worden er inmiddels steeds meer tablets gebruikt in de muziekwereld. Zoveel is inmiddels wel zeker.
Niet als geheel orkest, maar wel als solist, als muziekdocent of in kleinere ensembles.
In pop en jazz worden tablets veel en veel meer gebruikt, zo is een iRealBook met handige transponeeropties voor een jazzmuzikant bijna niet meer weg te denken.

In de klassieke muziek vindt men de risico’s tijdens uitvoeringen nog te groot. Risico’s? Ja, bijvoorbeeld vastlopende schermen, leeglopende batterijen , mislukte pageturns enzovoort… Deze risico’s maken dat een tablet nog niet echt een topper is in de muziekwereld.

Maar, het probleem van kabels en de problemen van de tablets zelf vormen niet de grootste uitdaging. Nee, die ligt in het digitaliseren en beschikbaar maken van de bladmuziek.
Daar ligt ook een probleem tussen orkesten en uitgeverijen, denk alleen maar eens aan het auteursrecht en andere juridische aspecten!

Deskundigen zijn het erover eens, dat de overstap van papier naar beeldscherm alleen kan plaatsvinden als die digitale vervanger ook een zekere meerwaarde biedt. Bladmuziek overzetten naar PDF is daarbij niet voldoende.
Inmiddels wordt er achter de schermen hard gewerkt aan een digitaal model, dat voor alle spelers op het orkesttoneel acceptabel is. Hierbij wordt onder andere gekeken naar grotere schermen (de iPad Pro is hier een goed voorbeeld van). Softwarebedrijf Tido is inmiddels druk bezig met een toepassing waarin je bladmuziek ook kunt scalen als je de tablet omdraait van landscape naar portrait en andersom.
Daarnaast werkt Tido aan een model waarin je makkelijk aantekeningen kunt aanbrengen in de partijen met een stylus en je makkelijk kunt inzoomen op fragmenten en navigeren door de partituur of partijen. Ook het converteren van bladmuziek in bestaand PDF formaat naar een meer interactief formaat moet in de toekomst makkelijker worden.

Ik denk dat we nog even geduld moeten hebben voor orkesten echt volledig ‘digitaal gaan’, maar uiteindelijk verwacht ik zeker dat het ervan zal gaan komen. Maar daarvoor moet niet alleen de techniek verbeteren! Ik wacht dus nog even met mijn omschakeling van analoog naar digitaal als dirigent!

muziek maken doe je samen

Afgelopen weekend mocht ik voor de tweede keer aan de slag bij de XXL-dag van muziekverenigingen van de gemeente Woensdrecht.. Een orkest van ongeveer 100 man dirigeren dat is natuurlijk voor een dirigent supergaaf.
Maar ook voor de orkestleden is het geweldig om in zo’n groot orkest te spelen.

Sommige muzikanten hebben in hun eigen harmonieorkest nauwelijks 25 leden, en dan geeft zo’n club van 100 echt een kick!

Toch merk je altijd nog wel een kleine onderlinge strijd… Je voelt af en toe dat de één zich soms net ietsje meer of beter voelt dan de ander. Dat stamt nog uit een (ver) verleden, toen er echt een strijd was tussen de verschillende dorpen en verenigingen. Het doet me denken aan de strijd tussen de Bokken en de Geiten in Thorn… Het witte stadje waar twee topharmonieën de strijd nog steeds met elkaar aan gaan.

Maar aan de andere kant: in deze verander(en)de maatschappij moeten we ons realiseren dat we om de blaasmuziek op te kaart houden en te krijgen sámen de strijd aan moeten gaan. Samen naar de scholen, samen een blok vormen richting subsidieverstrekkers… En dat alles op een zodanige manier dat aan de historie van de verschillende verenigingen recht wordt gedaan…