Thuis studeren, deel 3

Het is alweer tijd voor deel 3 in mijn serie blogs over thuis studeren..
In deel 1 beschreef ik de voorbereiding, deel 2 ging over de opbouw, en vandaag staat de consolidatie centraal!

Voordat je gaat consolideren moet het beeld dat je van het stuk hebt, helemaal op orde zijn. Je moet dus weten hoe het stuk in elkaar zit, maar ook hoe het zou moeten klinken.

Het doel van deze fase is het stuk echt leren beheersen. In de loop van dit stadium zul je het stuk uit je hoofd kennen, en daarmee bedoel ik dan niet per se dat je het ook uit je hoofd moet spelen!

In deze fase ga je een soort ‘reserve’ kweken, maar pas op! Dat lukt maar in beperkte mate. Ga niet voor 200% zekerheid, want daarmee ga je min of meer uit van je eigen onkunde en dat is een zinloze negatieve studiehouding.
Zorg dus dat het je doel is dat je het stuk volledig beheerst.

Toch kun je wel een beetje ‘reserve’ kweken en ik zal je vertellen hoe je dat kunt doen.
Je kunt dat doen door jezelf steeds net wat moeilijkere opdrachten geven dan strikt noodzakelijk is voor een goede uitvoering:
   – het stuk sneller of juist veel langzamer spelen
   – fragmenten spelen
   – met een andere articulatie
   – met veranderende dynamiek
   – vanaf een ander punt dan het begin
   – maar dan getransponeerd

Daarnaast is het in deze fase superleerzaam om een opname te maken van hoe je speelt en deze daarna zelf kritisch terug te luisteren met de bladmuziek erbij. Maak aantekeningen tijdens het terugluisteren en ga daarmee aan de slag!

Ook het voorspelen aan kritische luisteraars is goed om in deze fase te doen. Vraag niet simpelweg je man of je vrouw, je vader, moeder, broer of zus, maar ga na wie jou echt goede opbouwende feedback kan geven… Dat is in vele gevallen natuurlijk je docent, of misschien jouw dirigent. Of misschien heb je een bijzonder goede muzikant in je vriendenkring die je verder kan helpen!

Vind je het lastig om het thuis studeren zelf op te pakken en wil je daar eens over sparren met me?
Dat kan altijd, stuur me gerust een mailtje via info@judithvanboven.nl
Ook als je mij als kritische toehoorder wilt inzetten mag je altijd contact met me opnemen!

Volgende week deel 4 in deze serie, dan zal ik het gaan hebben over het bezinkingsstadium.

Thuis studeren, deel 2

Vorige week behandelde ik het voorbereidend studeerstadium, vandaag komt het opbouwstadium aan bod!

In het opbouwstadium is het belangrijk dat je een voorstelling gaat opbouwen van het stuk als geheel, de onderdelen moeten eigenlijk als puzzelstukjes in elkaar worden gepast.
Het kan dan natuurlijk zijn dat je dan weer tegen nieuwe problemen aanloopt. Als dat zo is moet je toch nog weer eventjes terugschakelen naar het voorbereidend stadium.

Studeermanieren in het opbouwstadium zijn onder andere:
– een groot fragment of een heel deel van een werk steeds opnieuw doorspelen. Als het een snel deel is, doe dit dan eerst in een rustig tempo.
– speel daarna het fragment of het deel in het juiste tempo
– grote fragmenten mentaal studeren
– een enkele keer mag je het grote fragment ook in een te hoog tempo spelen, daardoor leer je waar nog zwakke plekken zitten, en hoe snel je je grenzen bereikt. Maar dit is niet de allerprettigste manier van studeren, dus niet te vaak doen!

Bij punt 3 zie je staan mentaal studeren. Ik kan me voorstellen dat je geen idee hebt wat dit inhoudt.
Daarom hier een korte uitleg: Mentaal studeren is eigenlijk de beweging volledig en exact, in het juiste tempo kunnen denken en daarbij eigenlijk in gedachten ondergaan wat je zou voelen als je het werkelijk speelde en je daarbij ook de klank tot in de finesses voorstellen.
Dus kort gezegd is het je leren voorstellen hoe het gaat, hoe het voelt en hoe het klinkt. Dat kan terwijl je de bladmuziek erbij hebt, maar uiteindelijk kan het ook zonder bladmuziek.

Mentaal studeren is 1 van de allerbeste methodes om de concentratie te trainen en je kunt het altijd en overal toepassen, het maakt immers geen geluid!
Bij mentaal studeren komen ook allerlei bijzaken aan de orde. Wat dacht je bijvoorbeeld van gevoelens van onzekerheid, angst, enthousiasme of vermoeidheid die bij het spelen zijn opgetreden. Dan blijkt pas hoezeer gevoelservaringen tijdens het studeren een gewoonte dreigen te worden. Denk maar eens aan het gevoel van onzekerheid voor een grote lastige sprong en de opluchting als het gelukt is.

Als je nog nooit aan mentaal studeren hebt gedaan, dan is het verstandig om het langzaam op te bouwen:
– begin met korte fragmentjes
– begin met een deel van de bewegingen, bv eerst alleen je vingers en nog niet de adem en juiste houding erbij, maar doe dit niet te lang
– maak de opbouw van het stuk bewust: dus herken terugkerende motieven en thema’s, doorzie het toonsoortenverloop, weet waar je bent, leer ook de begeleiding kennen!

Ik kan me voorstellen dat dit allemaal wat veel informatie is.. Wil je meer weten over hoe je jouw studie-aanpak kunt verbeteren?
Neem gerust contact met me op, ik kan je (indien gewenst ook online) van advies voorzien!

Volgende week deel 3: het consolidatiestadium!


Thuis studeren, deel 1

De komende 4 weken zal ik hier wekelijks een blog posten over hoe je thuisstudie aanpakt. Want nu repeteren met orkesten nog een tijdje niet mogelijk is, kun je natuurlijk wel thuis goed studeren zodat je straks met het orkest goed aan de slag kunt!

Ik verdeel het studeerproces eigenlijk in 4 stadia, omdat ieder stadium een heel eigen karakter heeft.
De stadia zijn als volgt:
– voorbereiding
– opbouw
– consolidatie
– bezinking

Vandaag bespreek ik het eerste stadium, de voorbereiding. Dit stadium verdeel ik onder in een paar stappen.
1. Eerste kennismaking
Je ontdekt of het stuk een stapje vooruit is ten opzichte van wat je al kunt, dan kun je gelijk in het juiste tempo doorspelen. Als blijkt dat het stuk niet een stapje maar een sprong vooruit is ten opzichte van wat je al kunt: dan begin je met langzaam doorspelen.
2. Als je dat gaat doen ontdek je waarschijnlijk drie soorten passages: eenvoudige passages die gelijk goed gaan, gemiddelde passages, die wat tijd vragen en moeilijke passages die goed aangepakt moeten worden.
3. Dat aanpakken doe ik zoveel mogelijk technisch/analytisch: ik analyseer wat het probleem is en hoe ik dat moet aanpakken en dan stel ik daar een soort ‘trainingsprogramma’ voor op.
4. In deze stap ga ik nadenken over interpretatie. Zolang ik er nog niet zeker van ben hoe het moet worden probeer ik zoveel mogelijk te variëren in interpretatie om zo tot een definitieve interpretatie te komen. (Als je te doen hebt met een orkeststuk, is het raadzaam om voor de interpretatie te rade te gaan bij jouw dirigent!)
5. Daarna ga je verspreide fragmenten uit je hoofd leren.

In dit stadium is het belangrijk om NIET:
– al zaken vast te leggen als de interpretatie nog niet doordacht is
– te starten met studeren zonder dat je overzicht hebt over het stuk

Je kunt door naar stadium 2 als de voordracht en interpretatie vaste vormen beginnen aan te nemen en als de moeilijke passages geen struikelblok meer vormen.

Meer over het stadium opbouw lees je volgende week in dit blog!

Motivatie voor muziek, juist nu…

We zitten inmiddels alweer vele weken in de intelligente lockdown. Zoveel mogelijk mensen werken thuis, kinderen zijn nog thuis van school en leren thuis (op dit moment hebben ze vakantie), en de mensen in de zorg zijn drukker dan ooit.

Ook alle orkesten liggen al enkele weken stil. Gelukkig kunnen de meeste lessen individueel wel doorgaan dmv videobeltoepassingen zoals Skype.

Maar hoe blijf je al die weken gemotiveerd voor muziek in deze intelligente lockdown?
Sommige orkesten blijven op de achtergrond actief dmv bv huiswerkopdrachtjes van de dirigent, multiscreenvideo’s etc.. Dan heb je een beetje houvast als muzikant, en een doel om mee aan de slag te gaan.

Maar wat als jouw orkest/vereniging dat niet doet? Je raakt een beetje uitgekeken op je partijen, of misschien blijf je steeds op hetzelfde vastlopen… Je raakt je motivatie dan kwijt. Dat is zonde natuurlijk, want muziek is een prachtig fenomeen dat nooit stopt, ook niet tijdens een intelligente lockdown.

Daarom hier wat (onverwachte) handvaten om toch lekker aan de slag te blijven:
– zoek online eens naar wat nieuw repertoire (veel materiaal is voor weinig of zelfs gratis te downloaden)
– je kunt natuurlijk ook een nieuw speelboek aanschaffen!
– speel het repertoire dat je nu aan het oefenen bent eens helemaal anders: boogjes worden even puntjes, snel wordt even heel langzaam en andersom… Vaak helpt dit je over een dood punt heen!
– neem contact op met je dirigent en vraag of hij of zij je verder kan helpen als je vastloopt met orkestrepertoire.
– ga op zoek naar muziek om je heen, ik heb bv vorige week muziek gemaakt met potten, pannen en glazen..
– ga muziek luisteren, muziek die je nog niet kent.. Wedden dat je daarna weer zin krijgt om zelf aan de slag te gaan? (een uurtje YouTube levert mij bv vaak heel veel energie en inspiratie op)
– leer iets nieuws, ga je verdiepen in iets nieuws of iets wat je nog nooit hebt gedaan.

Mocht je graag meer tips of info van mij willen, of wil je hulp van mij met jouw muzikale activiteiten in deze tijd? Dan mag je me altijd mailen via info@judithvanboven.nl

Ik kan je ook helpen in een online sessie!

De grote toonladderchallenge

Toonladders, iedereen kent die dingen wel.. En ik ken vrijwel niemand die voor zijn of haar lol vrolijk iedere dag toonladders studeert. Er is immers wel iets leukers te spelen, toch?
Tja, maar ja… ik ken ook weinig mensen die puur en alleen voor de lol gaan hardlopen of touwtjespringen…

En toch… Toonladders oefenen is zo ontzettend goed! Zoals je van hardlopen en touwtjespringen een goede conditie krijgt en een strakker lijf en vaak ook een vrolijker gemoed (na afloop), zo krijg je van toonladders een beter gehoor, toonsoortgevoel en vingervlugheid.
Allemaal dingen die superbelangrijk zijn voor je ontwikkeling als muzikant en voor het samenspelen met anderen in orkestverband.

Maar ja, het blijft niet leuk.. Net zoals dat touwtjespringen!

Ik zal je zeggen, ik ben vorige week woensdag gestart met een 30-dagen touwtjespring challenge. Ik houd het goed vol, ik merk eigenlijk nu al dat mn conditie vooruit gaat en zelfs mijn lijf wordt al strakker. Zo snel zie je vooruitgang. En zo is het ook met toonladders! Daarom heb ik dus de grote toonladder challenge opgezet!

Op Facebook kun je je aanmelden voor dit evenement dat loopt tot 4 mei (maar wellicht start ik daarna dezelfde challenge nog een keer hoor). In het evenement vind je het schema voor 15 dagen…
De bedoeling ervan is dat je gaat nadenken over hoe die toonladders nu in elkaar zitten én dat je ze uit je hoofd vloeiend leert spelen.
Net zoals ik met mijn touwtjespringen zul je al snel merken dat je vorderingen maakt. Je vingers gaan dingen automatisch doen en als je een werk speelt in een bepaalde toonsoort zul je snel horen of je een fout maakt omdat een noot niet ‘toonsoorteigen’ is..

In het Facebook-evenement deel ik dagelijks wat leuke, nuttige en inspirerende tips voor jouw toonladder studie. Op deze manier hoop ik je te helpen om in deze intelligente lockdown je muzikale niveau te verbeteren!

Heb je vragen over de opbouw van toonladders? Wil je meer leren? Neem dan vooral contact met me op, want ook in deze Corona-tijd kan ik je (zelfs online) verder helpen, en dat doe ik graag!

Zelf thuis aan je intonatie werken

Orkestrepetities gaan niet door deze periode, veel muzieklessen worden wel online gegeven deze weken. Maar vooral mensen die geen lessen (meer) volgen belanden in een soort niemandsland. Ze vinden het lastig om zelf aan de slag te blijven én vorderingen te maken.

Sommige orkestdirigenten vragen orkestleden video’s te sturen zodat ze feedback kunnen geven op hun uitvoeringen… Een belangrijk aandachtspunt is intonatie.

En weet je, intonatie is iets waaraan je thuis ook best wel goed alleen kunt werken. Hoe?
Met een stemapparaatje.. Moeilijk is het niet per se, het vergt wel veel concentratie en discipline.
En vooral ook veel tijd, maar dat is wellicht een minder groot probleem.

Ik heb een mooi filmpje gemaakt waarin ik precies uitleg hoe je dat kunt aanpakken…

Nog een paar belangrijke tips:
– zorg dat je goed ingespeeld bent voor je start met deze oefeningen
– kies een chromatisch stemapparaatje en stel A=442Hz in
– wees heel nauwkeurig
– zorg dat je ook een (hulp)grepentabel bij de hand hebt

Heb je toch nog vragen? Neem dan gerust contact met me op! Dat kan door simpelweg een mailtje te sturen naar info@judithvanboven.nl

De grote muziekrace

Hahaha, wie deze titel leest denkt dat ik volslagen doorgedraaid ben..
Alles ligt stil op dit moment, dus de titel van mijn blog is op dit moment even lastig te plaatsen..

Tóch is dit een goede timing om dit bericht te schrijven. De paasdagen komen eraan, we moeten allemaal thuis blijven, maar ja je wil toch wel eens iets nieuws. Welnu, voor de muzikanten onder ons (en vooral ook voor alle muzikale jongeren) is dit een topper!

Ivo Kouwenhoven is een bekend componist die zich heeft gespecialiseerd in het componeren voor jeugdorkesten. Hij organiseert ook regelmatig zijn eigen jeugdmuziekfestivals en is een veel gevraagd jurylid en gastdirigent voor play-inns.

Ivo is, op muzikaal educatief vlak, een man naar mijn hart. Hij snapt dat kinderen dat wat ze spelenderwijs tot zich nemen veel beter onthouden dan dat wat ze moeten ‘stampen’.

In die visie passen ook zijn stripfiguurtjes Bas en Viola. Twee kinderen die de wereld van de muziek samen ontdekken.
Er zijn inmiddels beginnersboeken voor onder andere blokfluit, trompet, blokfluit en slagwerk, maar er is ook een stripboek over muziektheorie… Ideaal voor kinderen!

Sinds kort is er een mooi spel op de markt met Bas en Viola in de hoofdrol: De Grote Muziekrace.

Ik had de eer het spel als 1 van de eersten te mogen uitproberen met mijn leerlingen. Het plan was om het met een grotere groep te doen, maar ook hier gooide de Corona-crisis roet in het eten. Ik heb het spel dus gespeeld met 4 individuele leerlingen tegelijk.

De reacties waren onverdeeld positief! Op een speelse wijze komen allerlei vragen en opdrachten aan de orde die betrekking hebben op muziek(theorie). Doordat er verschillende moeilijkheidsgraden in de vragen zitten, kun je het spel gemakkelijk spelen met leerlingen van een verschillend niveau. Ze leren van elkaar en van het spel…

Ik ben zeker van plan het spel regelmatig in mijn lessen te laten terugkeren, en wellicht ook met opleidingsorkesten (maar dan dus in groepen) te gaan spelen.. 

Voor nu kan ik het alle (ouders van) jonge muzikantjes aanraden om het spel aan te schaffen en thuis lekker te spelen!

Via de site is het spel verkrijgbaar voor nog geen 35 euro.

Muziek en dyslexie

De afgelopen tijd heb ik verschillende keren vragen gehad over of dyslexie en muziek leren eigenlijk wel samen gaan. Het antwoord is niet in 1 zin te geven, dus vandaar dat ik er een blog aan wijd.

Ik wil beginnen te zeggen dat dyslectici totaal NIET DOM zijn! Zij bekijken de wereld vanuit een vijfdimensionaal oogpunt en zijn daardoor vaak enorm creatief.
Ze denken vaak in beelden, niet in woorden. Wel kunnen ze vaak veel sneller denken en associëren dan andere mensen. Maar hoe meer ze zich proberen te concentreren hoe moeilijker het wordt.

Het is dus belangrijk om ontspannen en plezierig om te gaan met het aanleren van het muziekschrift.

Waar ik tegen problemen aan loop met leerlingen met dyslexie is onder andere bij:
– het nauwkeurig lezen van muziek (zonder weglaten of invoegen van tonen)
– nauwkeurig uitschrijven van muziek
– prima vista lezen van muziek
– het herinneren van een frase en het nazingen of -klappen
– het vertalen van instructies over techniek van het boek naar het instrument
– lezen van woorden en muziek tegelijk
– transponeren van muziek
– lezen in verschillende sleutels

Daar komt bij dat faalangst bij dyslectici vaak voor komt. Ze worden vaak geconfronteerd met het feit dat zij ‘achter’ zijn, waardoor ze sneller faalangst ontwikkelen. Zo’n leerling durft bijvoorbeeld niet meer mee te spelen in een groepje, omdat hij het toch wel fout zal doen.

Dat klinkt best heftig, maar toch kunnen dyslectici prima muziek leren hoor!

Als docent vind ik het belangrijk om steeds goed contact met ouders te hebben om te vragen hoe het op school gaat met de leerling. Hoe er daar met de dyslexie wordt omgegaan. Zo krijg ik meer inzicht in de leerling en kan ik mijn lesmethode daarop afstemmen. Dat past natuurlijk heel erg bij mijn leerlinggerichte manier van werken.

Het werkt heel goed om auditief te werken met dyslectici. Zo kunnen ze beter associaties maken. Dat is eigenlijk wel het belangrijkste. Bovendien werk ik soms bij genoteerde muziek met kleuren om bepaalde ritmische bouwstenen/noten aan te geven.
Om faalangst tegen te gaan probeer ik altijd een rustig en positief klimaat te scheppen en vooral ook zelf rustig te zijn. Ik probeer een persoonlijke (vertrouwens)band met (al mijn) leerlingen op te bouwen, zodat ze zich veilig voelen.

Ik geef altijd zo duidelijk mogelijk aan wat er moet gebeuren om het doel wat we hebben vastgesteld te bereiken en ik geef ook nauwkeurige en duidelijke feedback aan de leerling over hoe de leerling het gedaan heeft. Ik werk met kleine stapjes, zodat de leerling het overzicht houdt.

Eigenlijk past het antwoord misschien toch in 1 zin:
‘Zolang je je leerling kent en van hem uitgaat, kun je iedereen de vreugde van muziek maken bij brengen!’

Een gemotiveerde leerling, wat is de rol van de docent?


Wat heel belangrijk is voor docenten/coaches om te doen als zij willen meewerken aan het motiveren van leerlingen, is volgens mij zichzelf blijven motiveren. Als zij zichzelf niet blijven motiveren om hun werk goed uit te oefenen, heeft dit ook effect op de leerlingen. De manier waarop de docent/coach lesgeeft heeft ontzettend veel invloed op de leerlingen; gemotiveerde docenten zorgen voor gemotiveerde leerlingen. Leerlingen merken het wanneer hun docent zich niet goed voelt, niet op zijn of haar gemak voelt of geen plezier heeft in zijn of haar werk. Een docent/coach moet een positieve uitstraling hebben op de leerlingen. De leerlingen steken dan meer op en hebben ook meer plezier in het les krijgen dan wanneer een docent met een negatieve instelling voor de klas staat. 
Een ander belangrijk aspect waarom ook leraren goed gemotiveerd moeten zijn is dat een gebrek aan motivatie voor overspannenheid kan zorgen. Een niet gemotiveerde docent heeft geen plezier in het werk, maar moet dit wel elke dag doen. De docent vindt het steeds moeilijker worden om zichzelf te motiveren en ziet na een tijdje ook op tegen het werk. Dit werkt natuurlijk negatief voor de docent zelf, maar daarmee ook voor de leerlingen. De docent gaat overspannen lesgeven, kan de lesstof niet goed overbrengen en doet ook weinig tot geen moeite, waardoor ook de leerlingen hun motivatie verliezen.

Dat klinkt allemaal behoorlijk dramatisch, maar het kan ook heel anders! 
Want weet je wat echt leuk is? Als je als docent niet simpelweg lesstof overbrengt, maar dat je nieuwsgierig bent naar elke leerling.. Dat je probeert je leerling echt te leren kennen en naast hem te lopen op zijn reis door de wereld van de muziek. Jezelf als coach zien, als gids die de leerling helpt om verder te komen, maar wel op zo’n manier dat het past bij de leerling. 
Dus niet simpelweg je lesjes afdraaien en boos worden als er weer eens niet of niet goed genoeg gestudeerd is. Nee! Start vanuit de leerling (ze zijn echt allemaal anders!) en blijf zo zelf ook altijd leren! Geef de leerling het gevoel dat hij eigenaar is van zijn les en van zijn muziek. Op die manier blijven jij en je leerling gemotiveerd! 

Motivatie, hoe zit dat?

Het is een veelvoorkomende klaagzang bij muziekverenigingen: ‘ja, die jeugd van tegenwoordig die wil niet meer studeren om goed op een blaasinstrument te leren spelen. Ze willen alles gelijk kunnen en dat gaat niet… De jeugd van tegenwoordig heeft geen doorzettingsvermogen meer.’ 

Maar… is dat wel zo? Ik hoor kinderen toch regelmatig gepassioneerd vertellen over een spel waar ze helemaal in zitten en waarvoor ze tot het uiterste gaan om verder te komen.. Dus dan denk ik: ‘die jeugd van tegenwoordig, die heeft best doorzettingsvermogen!’ 

Maar de muzieklessen zoals we (ja, ik ook) die vroeger kregen, die sluiten niet zo goed meer aan bij de belevingswereld van kinderen en jongvolwassenen. Daarom probeer ik in mijn lessen niet meer per se uit te gaan van een bepaalde methode, maar probeer ik leerlingen te coachen/begeleiden op hun ontdekkingstocht door de wondere wereld van de muziek. 
Ik schrijf expres ‘hun ontdekkingstocht’ want ik ben ervan overtuigd dat iedere muzikant, jong of oud zijn eigen weg aflegt. En als je hen daarin steunt en begeleidt als docent/coach, dan zit het met dat doorzettingsvermogen wel goed!
Wil je daarover eens met mij van gedachten wisselen? Neem gerust contact met me op!

De maand februari zal op mijn website en social media kanalen in het teken staan van motivatie!

Deze week behandel ik de vraag: hoe werkt motivatie eigenlijk?

Motivatie is de wil om iets te leren of iets te doen. Gemotiveerde mensen zijn erg nieuwsgierig, betrokken en niet bang voor een moeilijke uitdaging. Motivatie kan je opdelen in twee groepen; intrinsieke en extrinsieke motivatie. Bij deze twee soorten zit er een verschil in de bron. Intrinsieke motivatie heeft een interne bron, uit een persoon. De mens motiveert zichzelf zonder een bron van buitenaf. Bij extrinsieke motivatie is er sprake van een externe bron. Dit kan bijvoorbeeld een beloning zijn; als ik nu goed oefen, krijg ik straks een zakje chips.

Motivatie wordt bepaald door bepaalde prikkels, dit zijn invloeden uit het milieu op de mens. Prikkels ontstaan doordat in zintuigcellen (receptoren) impulsen ontstaan, de zenuwcellen (conductoren) geleiden en verwerken deze impulsen en zorgen dat er een reactie (respons) ontstaat. Er zijn twee soorten prikkels interne prikkels, afkomstig uit het lichaam, en externe prikkels die afkomstig zijn uit het milieu. Als minimaal één van deze prikkels heel sterk aanwezig is, kan het gedragssysteem al in gang gezet worden en kan er een handeling worden verricht. 
Er wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen een sleutelprikkel en een supranormale prikkel. De sleutelprikkel speelt de doorslaggevende rol bij het veroorzaken van een bepaald gedrag. Een supranormale prikkel is een prikkel die een nog sterker gedrag opwekt dan de sleutelprikkel, deze prikkel is dus effectiever.

Hoe goed een persoon presteert en reageert op prikkels is allemaal geregeld in de manier van denken. Personen die afgaan op intelligentie-beoordeling zijn minder gemotiveerd om hun best te doen en zullen sneller opgeven bij een moeilijke taak, omdat ze denken dat de intelligentie niet verbeterd kan worden. De personen die geloven in het harde werken, zullen sneller blij zijn met een moeilijke taak en zullen niet snel voelen dat ze hebben gefaald als iets mislukt.
Intelligentie wordt onderverdeeld in uitgekristalleerde intelligentie (kennis) en vloeiende intelligentie (redeneervermogen). Mensen met een goed redeneervermogen zijn in staat om informatie sneller te verwerken en worden minder snel afgeleid, zij zullen dus snel nieuwe dingen leren en gemotiveerder zijn dan andere.


Er zijn verschillende motivatietheorieën:
Als eerst hebben we de Piramide van Maslow. Het idee van deze piramide is dat een mens als eerst zal proberen de behoefte onderaan de piramide waar te maken en zich vervolgens omhoog werkt. 
Ten tweede hebben we de Verwachtingstheorie. Dit is de formule: motivatie = verwachting x beloning x waarde. Met ‘verwachting’ wordt de mate waarin een mens verwacht dat een handeling succesvol zal verlopen bedoeld. Met ‘beloning’ wordt hier bedoeld wat de mens als voordeel ziet bij de taak. ‘Waarde’ geeft aan hoe belangrijk het wordt gevonden. 
Ten derde is er de Attributietheorie, bij deze theorie hangt motivatie samen met attributies; hier wijden mensen hun succes of falen aan toe. Je kan dit onderscheiden in interne en externe attributen. Bij interne attributen ligt het meestal bij de persoon zelf, bij externe attributen wordt vaak de ‘schuld’ bij een ander persoon  neergelegd.
Vervolgens is er de Flowtheorie. Met ‘flow’ wordt bedoeld dat iemand helemaal opgaat in een activiteit waar hij of zij mee bezig is. Er is vooral ‘flow’ aanwezig wanneer een persoon het gevoel heeft dat hij of zij het aan kan en de taak niet hoog gegrepen is. 
Als laatst hebben we de Zelfdeterminatietheorie, hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.

Zo, dat was een brok theorie! Volgende week zal ik schrijven over de rol van de docent/coach voor de motivatie van een leerling.