Motivatie voor muziek, juist nu…

We zitten inmiddels alweer vele weken in de intelligente lockdown. Zoveel mogelijk mensen werken thuis, kinderen zijn nog thuis van school en leren thuis (op dit moment hebben ze vakantie), en de mensen in de zorg zijn drukker dan ooit.

Ook alle orkesten liggen al enkele weken stil. Gelukkig kunnen de meeste lessen individueel wel doorgaan dmv videobeltoepassingen zoals Skype.

Maar hoe blijf je al die weken gemotiveerd voor muziek in deze intelligente lockdown?
Sommige orkesten blijven op de achtergrond actief dmv bv huiswerkopdrachtjes van de dirigent, multiscreenvideo’s etc.. Dan heb je een beetje houvast als muzikant, en een doel om mee aan de slag te gaan.

Maar wat als jouw orkest/vereniging dat niet doet? Je raakt een beetje uitgekeken op je partijen, of misschien blijf je steeds op hetzelfde vastlopen… Je raakt je motivatie dan kwijt. Dat is zonde natuurlijk, want muziek is een prachtig fenomeen dat nooit stopt, ook niet tijdens een intelligente lockdown.

Daarom hier wat (onverwachte) handvaten om toch lekker aan de slag te blijven:
– zoek online eens naar wat nieuw repertoire (veel materiaal is voor weinig of zelfs gratis te downloaden)
– je kunt natuurlijk ook een nieuw speelboek aanschaffen!
– speel het repertoire dat je nu aan het oefenen bent eens helemaal anders: boogjes worden even puntjes, snel wordt even heel langzaam en andersom… Vaak helpt dit je over een dood punt heen!
– neem contact op met je dirigent en vraag of hij of zij je verder kan helpen als je vastloopt met orkestrepertoire.
– ga op zoek naar muziek om je heen, ik heb bv vorige week muziek gemaakt met potten, pannen en glazen..
– ga muziek luisteren, muziek die je nog niet kent.. Wedden dat je daarna weer zin krijgt om zelf aan de slag te gaan? (een uurtje YouTube levert mij bv vaak heel veel energie en inspiratie op)
– leer iets nieuws, ga je verdiepen in iets nieuws of iets wat je nog nooit hebt gedaan.

Mocht je graag meer tips of info van mij willen, of wil je hulp van mij met jouw muzikale activiteiten in deze tijd? Dan mag je me altijd mailen via info@judithvanboven.nl

Ik kan je ook helpen in een online sessie!

De grote toonladderchallenge

Toonladders, iedereen kent die dingen wel.. En ik ken vrijwel niemand die voor zijn of haar lol vrolijk iedere dag toonladders studeert. Er is immers wel iets leukers te spelen, toch?
Tja, maar ja… ik ken ook weinig mensen die puur en alleen voor de lol gaan hardlopen of touwtjespringen…

En toch… Toonladders oefenen is zo ontzettend goed! Zoals je van hardlopen en touwtjespringen een goede conditie krijgt en een strakker lijf en vaak ook een vrolijker gemoed (na afloop), zo krijg je van toonladders een beter gehoor, toonsoortgevoel en vingervlugheid.
Allemaal dingen die superbelangrijk zijn voor je ontwikkeling als muzikant en voor het samenspelen met anderen in orkestverband.

Maar ja, het blijft niet leuk.. Net zoals dat touwtjespringen!

Ik zal je zeggen, ik ben vorige week woensdag gestart met een 30-dagen touwtjespring challenge. Ik houd het goed vol, ik merk eigenlijk nu al dat mn conditie vooruit gaat en zelfs mijn lijf wordt al strakker. Zo snel zie je vooruitgang. En zo is het ook met toonladders! Daarom heb ik dus de grote toonladder challenge opgezet!

Op Facebook kun je je aanmelden voor dit evenement dat loopt tot 4 mei (maar wellicht start ik daarna dezelfde challenge nog een keer hoor). In het evenement vind je het schema voor 15 dagen…
De bedoeling ervan is dat je gaat nadenken over hoe die toonladders nu in elkaar zitten én dat je ze uit je hoofd vloeiend leert spelen.
Net zoals ik met mijn touwtjespringen zul je al snel merken dat je vorderingen maakt. Je vingers gaan dingen automatisch doen en als je een werk speelt in een bepaalde toonsoort zul je snel horen of je een fout maakt omdat een noot niet ‘toonsoorteigen’ is..

In het Facebook-evenement deel ik dagelijks wat leuke, nuttige en inspirerende tips voor jouw toonladder studie. Op deze manier hoop ik je te helpen om in deze intelligente lockdown je muzikale niveau te verbeteren!

Heb je vragen over de opbouw van toonladders? Wil je meer leren? Neem dan vooral contact met me op, want ook in deze Corona-tijd kan ik je (zelfs online) verder helpen, en dat doe ik graag!

Zelf thuis aan je intonatie werken

Orkestrepetities gaan niet door deze periode, veel muzieklessen worden wel online gegeven deze weken. Maar vooral mensen die geen lessen (meer) volgen belanden in een soort niemandsland. Ze vinden het lastig om zelf aan de slag te blijven én vorderingen te maken.

Sommige orkestdirigenten vragen orkestleden video’s te sturen zodat ze feedback kunnen geven op hun uitvoeringen… Een belangrijk aandachtspunt is intonatie.

En weet je, intonatie is iets waaraan je thuis ook best wel goed alleen kunt werken. Hoe?
Met een stemapparaatje.. Moeilijk is het niet per se, het vergt wel veel concentratie en discipline.
En vooral ook veel tijd, maar dat is wellicht een minder groot probleem.

Ik heb een mooi filmpje gemaakt waarin ik precies uitleg hoe je dat kunt aanpakken…

Nog een paar belangrijke tips:
– zorg dat je goed ingespeeld bent voor je start met deze oefeningen
– kies een chromatisch stemapparaatje en stel A=442Hz in
– wees heel nauwkeurig
– zorg dat je ook een (hulp)grepentabel bij de hand hebt

Heb je toch nog vragen? Neem dan gerust contact met me op! Dat kan door simpelweg een mailtje te sturen naar info@judithvanboven.nl

De grote muziekrace

Hahaha, wie deze titel leest denkt dat ik volslagen doorgedraaid ben..
Alles ligt stil op dit moment, dus de titel van mijn blog is op dit moment even lastig te plaatsen..

Tóch is dit een goede timing om dit bericht te schrijven. De paasdagen komen eraan, we moeten allemaal thuis blijven, maar ja je wil toch wel eens iets nieuws. Welnu, voor de muzikanten onder ons (en vooral ook voor alle muzikale jongeren) is dit een topper!

Ivo Kouwenhoven is een bekend componist die zich heeft gespecialiseerd in het componeren voor jeugdorkesten. Hij organiseert ook regelmatig zijn eigen jeugdmuziekfestivals en is een veel gevraagd jurylid en gastdirigent voor play-inns.

Ivo is, op muzikaal educatief vlak, een man naar mijn hart. Hij snapt dat kinderen dat wat ze spelenderwijs tot zich nemen veel beter onthouden dan dat wat ze moeten ‘stampen’.

In die visie passen ook zijn stripfiguurtjes Bas en Viola. Twee kinderen die de wereld van de muziek samen ontdekken.
Er zijn inmiddels beginnersboeken voor onder andere blokfluit, trompet, blokfluit en slagwerk, maar er is ook een stripboek over muziektheorie… Ideaal voor kinderen!

Sinds kort is er een mooi spel op de markt met Bas en Viola in de hoofdrol: De Grote Muziekrace.

Ik had de eer het spel als 1 van de eersten te mogen uitproberen met mijn leerlingen. Het plan was om het met een grotere groep te doen, maar ook hier gooide de Corona-crisis roet in het eten. Ik heb het spel dus gespeeld met 4 individuele leerlingen tegelijk.

De reacties waren onverdeeld positief! Op een speelse wijze komen allerlei vragen en opdrachten aan de orde die betrekking hebben op muziek(theorie). Doordat er verschillende moeilijkheidsgraden in de vragen zitten, kun je het spel gemakkelijk spelen met leerlingen van een verschillend niveau. Ze leren van elkaar en van het spel…

Ik ben zeker van plan het spel regelmatig in mijn lessen te laten terugkeren, en wellicht ook met opleidingsorkesten (maar dan dus in groepen) te gaan spelen.. 

Voor nu kan ik het alle (ouders van) jonge muzikantjes aanraden om het spel aan te schaffen en thuis lekker te spelen!

Via de site is het spel verkrijgbaar voor nog geen 35 euro.

Muziek en dyslexie

De afgelopen tijd heb ik verschillende keren vragen gehad over of dyslexie en muziek leren eigenlijk wel samen gaan. Het antwoord is niet in 1 zin te geven, dus vandaar dat ik er een blog aan wijd.

Ik wil beginnen te zeggen dat dyslectici totaal NIET DOM zijn! Zij bekijken de wereld vanuit een vijfdimensionaal oogpunt en zijn daardoor vaak enorm creatief.
Ze denken vaak in beelden, niet in woorden. Wel kunnen ze vaak veel sneller denken en associëren dan andere mensen. Maar hoe meer ze zich proberen te concentreren hoe moeilijker het wordt.

Het is dus belangrijk om ontspannen en plezierig om te gaan met het aanleren van het muziekschrift.

Waar ik tegen problemen aan loop met leerlingen met dyslexie is onder andere bij:
– het nauwkeurig lezen van muziek (zonder weglaten of invoegen van tonen)
– nauwkeurig uitschrijven van muziek
– prima vista lezen van muziek
– het herinneren van een frase en het nazingen of -klappen
– het vertalen van instructies over techniek van het boek naar het instrument
– lezen van woorden en muziek tegelijk
– transponeren van muziek
– lezen in verschillende sleutels

Daar komt bij dat faalangst bij dyslectici vaak voor komt. Ze worden vaak geconfronteerd met het feit dat zij ‘achter’ zijn, waardoor ze sneller faalangst ontwikkelen. Zo’n leerling durft bijvoorbeeld niet meer mee te spelen in een groepje, omdat hij het toch wel fout zal doen.

Dat klinkt best heftig, maar toch kunnen dyslectici prima muziek leren hoor!

Als docent vind ik het belangrijk om steeds goed contact met ouders te hebben om te vragen hoe het op school gaat met de leerling. Hoe er daar met de dyslexie wordt omgegaan. Zo krijg ik meer inzicht in de leerling en kan ik mijn lesmethode daarop afstemmen. Dat past natuurlijk heel erg bij mijn leerlinggerichte manier van werken.

Het werkt heel goed om auditief te werken met dyslectici. Zo kunnen ze beter associaties maken. Dat is eigenlijk wel het belangrijkste. Bovendien werk ik soms bij genoteerde muziek met kleuren om bepaalde ritmische bouwstenen/noten aan te geven.
Om faalangst tegen te gaan probeer ik altijd een rustig en positief klimaat te scheppen en vooral ook zelf rustig te zijn. Ik probeer een persoonlijke (vertrouwens)band met (al mijn) leerlingen op te bouwen, zodat ze zich veilig voelen.

Ik geef altijd zo duidelijk mogelijk aan wat er moet gebeuren om het doel wat we hebben vastgesteld te bereiken en ik geef ook nauwkeurige en duidelijke feedback aan de leerling over hoe de leerling het gedaan heeft. Ik werk met kleine stapjes, zodat de leerling het overzicht houdt.

Eigenlijk past het antwoord misschien toch in 1 zin:
‘Zolang je je leerling kent en van hem uitgaat, kun je iedereen de vreugde van muziek maken bij brengen!’

Een gemotiveerde leerling, wat is de rol van de docent?


Wat heel belangrijk is voor docenten/coaches om te doen als zij willen meewerken aan het motiveren van leerlingen, is volgens mij zichzelf blijven motiveren. Als zij zichzelf niet blijven motiveren om hun werk goed uit te oefenen, heeft dit ook effect op de leerlingen. De manier waarop de docent/coach lesgeeft heeft ontzettend veel invloed op de leerlingen; gemotiveerde docenten zorgen voor gemotiveerde leerlingen. Leerlingen merken het wanneer hun docent zich niet goed voelt, niet op zijn of haar gemak voelt of geen plezier heeft in zijn of haar werk. Een docent/coach moet een positieve uitstraling hebben op de leerlingen. De leerlingen steken dan meer op en hebben ook meer plezier in het les krijgen dan wanneer een docent met een negatieve instelling voor de klas staat. 
Een ander belangrijk aspect waarom ook leraren goed gemotiveerd moeten zijn is dat een gebrek aan motivatie voor overspannenheid kan zorgen. Een niet gemotiveerde docent heeft geen plezier in het werk, maar moet dit wel elke dag doen. De docent vindt het steeds moeilijker worden om zichzelf te motiveren en ziet na een tijdje ook op tegen het werk. Dit werkt natuurlijk negatief voor de docent zelf, maar daarmee ook voor de leerlingen. De docent gaat overspannen lesgeven, kan de lesstof niet goed overbrengen en doet ook weinig tot geen moeite, waardoor ook de leerlingen hun motivatie verliezen.

Dat klinkt allemaal behoorlijk dramatisch, maar het kan ook heel anders! 
Want weet je wat echt leuk is? Als je als docent niet simpelweg lesstof overbrengt, maar dat je nieuwsgierig bent naar elke leerling.. Dat je probeert je leerling echt te leren kennen en naast hem te lopen op zijn reis door de wereld van de muziek. Jezelf als coach zien, als gids die de leerling helpt om verder te komen, maar wel op zo’n manier dat het past bij de leerling. 
Dus niet simpelweg je lesjes afdraaien en boos worden als er weer eens niet of niet goed genoeg gestudeerd is. Nee! Start vanuit de leerling (ze zijn echt allemaal anders!) en blijf zo zelf ook altijd leren! Geef de leerling het gevoel dat hij eigenaar is van zijn les en van zijn muziek. Op die manier blijven jij en je leerling gemotiveerd! 

Motivatie, hoe zit dat?

Het is een veelvoorkomende klaagzang bij muziekverenigingen: ‘ja, die jeugd van tegenwoordig die wil niet meer studeren om goed op een blaasinstrument te leren spelen. Ze willen alles gelijk kunnen en dat gaat niet… De jeugd van tegenwoordig heeft geen doorzettingsvermogen meer.’ 

Maar… is dat wel zo? Ik hoor kinderen toch regelmatig gepassioneerd vertellen over een spel waar ze helemaal in zitten en waarvoor ze tot het uiterste gaan om verder te komen.. Dus dan denk ik: ‘die jeugd van tegenwoordig, die heeft best doorzettingsvermogen!’ 

Maar de muzieklessen zoals we (ja, ik ook) die vroeger kregen, die sluiten niet zo goed meer aan bij de belevingswereld van kinderen en jongvolwassenen. Daarom probeer ik in mijn lessen niet meer per se uit te gaan van een bepaalde methode, maar probeer ik leerlingen te coachen/begeleiden op hun ontdekkingstocht door de wondere wereld van de muziek. 
Ik schrijf expres ‘hun ontdekkingstocht’ want ik ben ervan overtuigd dat iedere muzikant, jong of oud zijn eigen weg aflegt. En als je hen daarin steunt en begeleidt als docent/coach, dan zit het met dat doorzettingsvermogen wel goed!
Wil je daarover eens met mij van gedachten wisselen? Neem gerust contact met me op!

De maand februari zal op mijn website en social media kanalen in het teken staan van motivatie!

Deze week behandel ik de vraag: hoe werkt motivatie eigenlijk?

Motivatie is de wil om iets te leren of iets te doen. Gemotiveerde mensen zijn erg nieuwsgierig, betrokken en niet bang voor een moeilijke uitdaging. Motivatie kan je opdelen in twee groepen; intrinsieke en extrinsieke motivatie. Bij deze twee soorten zit er een verschil in de bron. Intrinsieke motivatie heeft een interne bron, uit een persoon. De mens motiveert zichzelf zonder een bron van buitenaf. Bij extrinsieke motivatie is er sprake van een externe bron. Dit kan bijvoorbeeld een beloning zijn; als ik nu goed oefen, krijg ik straks een zakje chips.

Motivatie wordt bepaald door bepaalde prikkels, dit zijn invloeden uit het milieu op de mens. Prikkels ontstaan doordat in zintuigcellen (receptoren) impulsen ontstaan, de zenuwcellen (conductoren) geleiden en verwerken deze impulsen en zorgen dat er een reactie (respons) ontstaat. Er zijn twee soorten prikkels interne prikkels, afkomstig uit het lichaam, en externe prikkels die afkomstig zijn uit het milieu. Als minimaal één van deze prikkels heel sterk aanwezig is, kan het gedragssysteem al in gang gezet worden en kan er een handeling worden verricht. 
Er wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen een sleutelprikkel en een supranormale prikkel. De sleutelprikkel speelt de doorslaggevende rol bij het veroorzaken van een bepaald gedrag. Een supranormale prikkel is een prikkel die een nog sterker gedrag opwekt dan de sleutelprikkel, deze prikkel is dus effectiever.

Hoe goed een persoon presteert en reageert op prikkels is allemaal geregeld in de manier van denken. Personen die afgaan op intelligentie-beoordeling zijn minder gemotiveerd om hun best te doen en zullen sneller opgeven bij een moeilijke taak, omdat ze denken dat de intelligentie niet verbeterd kan worden. De personen die geloven in het harde werken, zullen sneller blij zijn met een moeilijke taak en zullen niet snel voelen dat ze hebben gefaald als iets mislukt.
Intelligentie wordt onderverdeeld in uitgekristalleerde intelligentie (kennis) en vloeiende intelligentie (redeneervermogen). Mensen met een goed redeneervermogen zijn in staat om informatie sneller te verwerken en worden minder snel afgeleid, zij zullen dus snel nieuwe dingen leren en gemotiveerder zijn dan andere.


Er zijn verschillende motivatietheorieën:
Als eerst hebben we de Piramide van Maslow. Het idee van deze piramide is dat een mens als eerst zal proberen de behoefte onderaan de piramide waar te maken en zich vervolgens omhoog werkt. 
Ten tweede hebben we de Verwachtingstheorie. Dit is de formule: motivatie = verwachting x beloning x waarde. Met ‘verwachting’ wordt de mate waarin een mens verwacht dat een handeling succesvol zal verlopen bedoeld. Met ‘beloning’ wordt hier bedoeld wat de mens als voordeel ziet bij de taak. ‘Waarde’ geeft aan hoe belangrijk het wordt gevonden. 
Ten derde is er de Attributietheorie, bij deze theorie hangt motivatie samen met attributies; hier wijden mensen hun succes of falen aan toe. Je kan dit onderscheiden in interne en externe attributen. Bij interne attributen ligt het meestal bij de persoon zelf, bij externe attributen wordt vaak de ‘schuld’ bij een ander persoon  neergelegd.
Vervolgens is er de Flowtheorie. Met ‘flow’ wordt bedoeld dat iemand helemaal opgaat in een activiteit waar hij of zij mee bezig is. Er is vooral ‘flow’ aanwezig wanneer een persoon het gevoel heeft dat hij of zij het aan kan en de taak niet hoog gegrepen is. 
Als laatst hebben we de Zelfdeterminatietheorie, hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.

Zo, dat was een brok theorie! Volgende week zal ik schrijven over de rol van de docent/coach voor de motivatie van een leerling.

Efficiënt studeren op je blaasinstrument

Studeren, studeren en nog ‘s studeren… Dat is wat nodig is als je iets wilt bereiken met jouw blaasinstrument. Maar hoe studeer je nou het beste, en hoe haal je het hoogste rendement uit jouw studie-uren?

Ik zet in deze blog een aantal belangrijke tips voor je op een rijtje:

Allereerst misschien een inkoppertje. Wat je al kan, hoef je niet meer te studeren! Natuurlijk moet je muziekstukken bijhouden, maar effectief studeren doe je als je studeert op die onderdelen die je nog niet onder de knie hebt!

Dan is het belangrijk dat je kritisch bent op jezelf.
Om dat te bereiken moet je gefocust kunnen studeren, dus zoek vooral een rustige (liefst geluidsdichte) ruimte om te studeren en leg je telefoon even ver weg!
Zoals een leraar een lesplan heeft, zo moet jij eigenlijk ook je eigen studieplan hebben: wat ga je precies doen en hoe verdeel je je tijd. Als je zelf nog les volgt kun je natuurlijk je docent om hulp vragen om zo’n studieplan te maken. Want het is best lastig om je tijd goed in te delen zodat juist datgene wat je wilt bereiken voldoende tijd en aandacht krijgt.

Het klinkt misschien gek, maar studeer nooit te lang achter elkaar. Bij te lang studeren kun je blessures oplopen en je concentratie verslechtert snel bij te lange studiesessies. Neem dus na ieder uur dat je gestudeerd hebt eventjes pauze.

Je moet kritisch zijn op jezelf, jij bent je eigen leraar!
Steeds goed meeluisteren en bedenken wat je er zelf van vindt en of je nog fouten hebt gemaakt. Dan bedenken hoe je die fouten gaat aanpakken…

Zorg dat je goed weet hoe de werken waarop je gaat studeren eigenlijk in elkaar steken. Je doet dit zonder instrument; gewoon goed je partij doorlezen en kijken waar moeilijkheden zitten en hoe je het werk kan onderverdelen in logische stukken. Dit scheelt veel studietijd.

Maar wat nou als je aan het studeren bent en een bepaalde passage blijft maar misgaan? 
Ik weet niet hoe het met jou gesteld is, maar als ik een paar keer hetzelfde fout doe, dan word ik me toch een partijtje nijdig! Ik ben bij wijze van spreken in staat om mijn instrument in een hoek te gooien en dan vervolgens alle bladmuziek er achteraan te gooien…
Blijven herhalen van de passage werkt dan averechts. Maar het moet er wel ‘in’ komen.. Wat ik dan doe? Ik zet een wekker op mijn telefoon (die verder op stil staat tijdens de studie): 10 minuten gefocust aan deze passage werken en daarna even rust. (Dus niet pas stoppen als de passage foutloos loopt)
En dan na 10 minuten ook echt rust, dus eventjes een boek lezen of een spelletje spelen. En dan later nog weer 10 minuten serieus eraan werken. Het feit dat je weet dat je na 10 minuten sowieso die wekker krijgt, maakt dat je beter gefocust kunt werken.

Het allerbelangrijkste is misschien wel dat je moet proberen om steeds positief te zijn en te blijven ten opzichte van je studie. Het is zaak dat je altijd een positief gevoel overhoudt aan het studeren, want daardoor zul je later die dag of die week weer je instrument ter hand wille nemen. Stel jezelf per keer een haalbaar doel, en beloon jezelf als je het doel bereikt hebt.
Ik zal een voorbeeld geven: ik stel mezelf als doel om het komende kwartier te werken aan 8 lastige maten uit een solostuk. Ik werk een kwartier geconcentreerd alleen aan dat stukje muziek. Na een kwartier echt gefocust werken beloon ik mezelf met een heerlijke latte macchiato met caramel…
Morgen kies ik weer een doel en zo levert ieder behaald doel een kleine beloning op en blijf ik positief over mijn studie.

Nou snap ik heel goed dat dit voor jou allemaal nogal ingewikkeld lijkt. Wil jij graag hulp met het aanwennen van een goede studieroutine of met het maken van een studieschema? 
Neem dan contact met me op via info@judithvanboven.nl om één of meerdere lessen in te plannen.

Enne, tot 8 november 2019 loopt nog de winactie waarmee je een gratis uur koperblaasles van mij kunt winnen. Wil je hiervoor in aanmerking komen?
Vul dan dit formulier in!

Muziek op maat, instrument op maat!

Het is vaak het eerste wat muzikanten me vragen als ik mijn instrument uitpak: ‘Wat voor merk heb jij?’ En vaak in dezelfde adem nog: ‘de duurste die er is zeker?’

Ik vertel dan altijd heel rustig wat voor merk instrument ik heb en dat dat voor mij persoonlijk de fijnste keus is… Niet het duurst, niet het goedkoopst, maar het best passend bij mij en mijn manier van spelen. En dat het instrument dat levert wat ik van het instrument verwacht qua sound en hoe het instrument aanspreekt.

De volgende vraag komt meestal niet veel later: ‘Welk instrument zou je mij aanraden?’
Maar lieve volgers van me, zo simpel ligt dat dus niet!

Natuurlijk zijn er instrumenten die kwalitatief wat minder goed zijn, en die daardoor bijvoorbeeld voor een wat gevorderdere muzikant niet de beste optie zijn. Maar dan blijven er nog zoveel schitterende instrumenten over!

Mijn motto is: ‘voor al jouw muziek op maat’. En eigenlijk geldt dat ook voor een instrument. Het moet maatwerk zijn. Het kan niet zo zijn dat je op merk X gaat spelen omdat jouw juf dat toevallig een goed merk vindt. Het gaat erom hoe het voor jou voelt.

Als je een instrument gaat kopen moet je dus eerst voor jezelf een aantal wensen en feiten op een rijtje zetten:

  • Wat voor klank vind je mooi?
  • Hoeveel speel je?
  • Wat voor soort(en) muziek speel je?
  • Ga je voor een licht aansprekend instrument?
  • Ga je voor een warme klank, maar daarmee vaak een wat zwaarder instrument?

En dan ga je naar de muziekwinkel. Met een beetje geluk krijg je een ‘hok’ voor jezelf en kun je naar hartenlust verschillende instrumenten testen. Neem muziek mee die je goed kent en die je vaak speelt, zodat je meteen ervaart wat de prettige en juist wat minder prettige kanten van een instrument zijn.
Laat je niet leiden door merknamen, maar ga af op dat wat goed voelt voor jou. Neem steeds een stukje op van wat je speelt, zodat je kunt terugluisteren. Of beter nog: vraag een musicus mee om met een kritisch oor te luisteren en objectieve feedback te geven.

Jouw instrument moet bij jou passen als een soort tweede huid, dus neem de tijd om te ervaren welk instrument in dat plaatje past voor jou!

‘Welk instrument zou je me aanraden?’ 
Diegene die het beste past bij jou! 

Sta jij op het punt een nieuw instrument aan te schaffen en wil jij graag van mijn ‘muzikale’ oren gebruik maken? Of ben je instrumentencoördinator bij jouw vereniging en ga je binnenkort koperen blaasinstrumenten aanschaffen? Neem dan snel contact met me op! 

Noten lezen, moet dat eigenlijk wel?

De Beatles, Elvis, Eric Clapton, Bob Dylan, Bob Marley en John Ewbank. Allemaal grootheden in de wereld van de muziek.. Maar wist je dat deze mensen geen (muziek)noot konden lezen?!

Als docent ben ik iemand die open staat voor andere dan de gebaande wegen, en daarbij komen steeds vaker leerlingen bij me die vragen: zijn die noten eigenlijk wel nodig?? Moet ik wel noten lezen?? Kan ik niet gewoon lekker spelen??
Met de huidige technologieën kun je toch gewoon wat spelen en met bv de iPad een begeleiding fabriceren??


Tsja, deels hebben ze wel gelijk vind ik. Bladmuziek is heel handig, en ikzelf vind het fijn om van bladmuziek te spelen, maar ik merk ook dat het soms in de weg zit. 
Je merkt het bijvoorbeeld als je met een jonge leerling start met instrumentale lessen. De eerste (proef)lessen is er vaak nog geen boek voor handen en leer je zo’n kind vooral de techniek van blazen, je legt uit hoe het instrument werkt, en spelenderwijs komen er zo ‘liedjes’ uit het instrument.. 
Als later het boek opengaat, merk je dat leerlingen dat soms als blokkade voelen.

Maar ik merk het ook bij mezelf: ik kan werkelijk muzikaler spelen en opgaan in de muziek als ik loskom van de bladmuziek.

Muzieknotatie is geen absolute voorwaarde om je dromen en ambities waar te maken. Jammer genoeg zitten veel mensen een soort van vast in ‘het systeem’ van muziek leren.
Muziek leer je vanuit een boekje en je leert eerst die noot en dan die noot en….. Veel kinderen verliezen daardoor al snel het plezier in waar het eigenlijk om draait: fijn muziek maken!

Moet je dan muziekschrift leren lezen maar helemaal afschaffen? Nee, dat wil ik zeker niet beweren… 
Want het is ongelooflijk handig om te snappen en voor je te zien hoe muziek in elkaar zit.. Maar het hoeft niet per se in een bepaalde volgorde, en het is heel goed om regelmatig gewoon lekker te ‘pingelen’ en liedjes uit je hoofd te spelen of proberen op gehoor mee te spelen met bv YouTube of Spotify. Dat geeft veel plezier, maar helpt leerlingen ook om hun muzikale gehoor te trainen en vrijer en creatiever te spelen. 

Dit is dus eigenlijk een pleidooi om kinderen (en ook volwassen leerlingen) een passende lesmethode aan te bieden. Níet op volgorde van een bepaald boek, want zo doen we het altijd. Nee! Kijk naar de leerling, hoe hij of zij reageert en pas je strategie daarop aan. En daarbij altijd in je achterhoofd houden dat het plezier in het muziek maken en het creatief bezig zijn voorop moet blijven staan…

En ja, dat kost je soms wat meer improvisatie en energie als docent, maar het is ook juist verfrissend om geen 13 in een dozijn leerlingen af te leveren, maar 13 muzikale individuen die met plezier muziek maken en een eigen muzikale identiteit hebben!

En per saldo kost het zeker niet meer tijd dan de ‘reguliere lesaanpak’ om een leerling klaar te stomen voor een examen. Maar leerlingen voelen zich er prettig bij omdat het nauw aansluit bij hun belevingswereld en persoonlijkheid.

Oftewel: ‘muziek op maat’ voor iedere leerling!