fbpx

Thuis studeren, deel 4

Inmiddels zijn we, na de voorbereiding, de opbouw en de consolidatie, aangekomen bij de bezinking.

Wat is dat nou precies die bezinking?
Als je lang aan een stuk studeert, dan komt er een moment waarop het lijkt alsof je niet meer vooruit gaat. Je krijgt het gevoel dat je niet meer verder komt.
Natuurlijk moet je proberen om te zorgen dat dat machteloze gevoel niet de overhand krijgt.
Dus voordat het zover komt moet je stoppen met studeren en het gestudeerde laten bezinken..
Als je stopt op een moment dat je gevoel nog niet is dood gespeeld, dan werkt het positieve gevoel door in de bezinking.

Je kent jezelf het beste en weet waarschijnlijk als geen ander wanneer je nog nét voor dat dode punt zit. Dat is dus het moment om even te stoppen met studeren van het stuk.
Natuurlijk is er een verband tussen de duur en de intensiteit van het studeren en de duur en het effect van het bezinken.

Realiseer je ook dat in de bezinking alle gevoelens en ideeën over het stuk sterker worden. Dus de positieve gevoelens, maar zeker ook de negatieve gedachten!

Overigens in de bezinking is het niet zo dat je het stuk helemaal niet meer speelt, je moet wel voorkomen dat het stuk te ver wegzinkt in je onderbewustzijn. Daarom is het verstandig om wel regelmatig (maar met flink wat tijd er tussen) het werk doorspeelt…

Ik ga hier geen uitspraken doen van hoelang de bezinking moet duren etc, want dat zijn echt hele persoonlijke zaken. Als je hierover graag advies of tips wilt, dan mag je altijd contact met me opnemen voor bv een (online) coachingssessie.

In de afgelopen weken heb ik de 4 studie-stadia besproken hier. Volgende week zal ik nog dieper ingaan op een aantal verschillende studeerhandelingen, zoals bv de warming-up en de indeling van je studeersessie!

Thuis studeren, deel 3

Het is alweer tijd voor deel 3 in mijn serie blogs over thuis studeren..
In deel 1 beschreef ik de voorbereiding, deel 2 ging over de opbouw, en vandaag staat de consolidatie centraal!

Voordat je gaat consolideren moet het beeld dat je van het stuk hebt, helemaal op orde zijn. Je moet dus weten hoe het stuk in elkaar zit, maar ook hoe het zou moeten klinken.

Het doel van deze fase is het stuk echt leren beheersen. In de loop van dit stadium zul je het stuk uit je hoofd kennen, en daarmee bedoel ik dan niet per se dat je het ook uit je hoofd moet spelen!

In deze fase ga je een soort ‘reserve’ kweken, maar pas op! Dat lukt maar in beperkte mate. Ga niet voor 200% zekerheid, want daarmee ga je min of meer uit van je eigen onkunde en dat is een zinloze negatieve studiehouding.
Zorg dus dat het je doel is dat je het stuk volledig beheerst.

Toch kun je wel een beetje ‘reserve’ kweken en ik zal je vertellen hoe je dat kunt doen.
Je kunt dat doen door jezelf steeds net wat moeilijkere opdrachten geven dan strikt noodzakelijk is voor een goede uitvoering:
   – het stuk sneller of juist veel langzamer spelen
   – fragmenten spelen
   – met een andere articulatie
   – met veranderende dynamiek
   – vanaf een ander punt dan het begin
   – maar dan getransponeerd

Daarnaast is het in deze fase superleerzaam om een opname te maken van hoe je speelt en deze daarna zelf kritisch terug te luisteren met de bladmuziek erbij. Maak aantekeningen tijdens het terugluisteren en ga daarmee aan de slag!

Ook het voorspelen aan kritische luisteraars is goed om in deze fase te doen. Vraag niet simpelweg je man of je vrouw, je vader, moeder, broer of zus, maar ga na wie jou echt goede opbouwende feedback kan geven… Dat is in vele gevallen natuurlijk je docent, of misschien jouw dirigent. Of misschien heb je een bijzonder goede muzikant in je vriendenkring die je verder kan helpen!

Vind je het lastig om het thuis studeren zelf op te pakken en wil je daar eens over sparren met me?
Dat kan altijd, stuur me gerust een mailtje via info@judithvanboven.nl
Ook als je mij als kritische toehoorder wilt inzetten mag je altijd contact met me opnemen!

Volgende week deel 4 in deze serie, dan zal ik het gaan hebben over het bezinkingsstadium.

Thuis studeren, deel 2

Vorige week behandelde ik het voorbereidend studeerstadium, vandaag komt het opbouwstadium aan bod!

In het opbouwstadium is het belangrijk dat je een voorstelling gaat opbouwen van het stuk als geheel, de onderdelen moeten eigenlijk als puzzelstukjes in elkaar worden gepast.
Het kan dan natuurlijk zijn dat je dan weer tegen nieuwe problemen aanloopt. Als dat zo is moet je toch nog weer eventjes terugschakelen naar het voorbereidend stadium.

Studeermanieren in het opbouwstadium zijn onder andere:
– een groot fragment of een heel deel van een werk steeds opnieuw doorspelen. Als het een snel deel is, doe dit dan eerst in een rustig tempo.
– speel daarna het fragment of het deel in het juiste tempo
– grote fragmenten mentaal studeren
– een enkele keer mag je het grote fragment ook in een te hoog tempo spelen, daardoor leer je waar nog zwakke plekken zitten, en hoe snel je je grenzen bereikt. Maar dit is niet de allerprettigste manier van studeren, dus niet te vaak doen!

Bij punt 3 zie je staan mentaal studeren. Ik kan me voorstellen dat je geen idee hebt wat dit inhoudt.
Daarom hier een korte uitleg: Mentaal studeren is eigenlijk de beweging volledig en exact, in het juiste tempo kunnen denken en daarbij eigenlijk in gedachten ondergaan wat je zou voelen als je het werkelijk speelde en je daarbij ook de klank tot in de finesses voorstellen.
Dus kort gezegd is het je leren voorstellen hoe het gaat, hoe het voelt en hoe het klinkt. Dat kan terwijl je de bladmuziek erbij hebt, maar uiteindelijk kan het ook zonder bladmuziek.

Mentaal studeren is 1 van de allerbeste methodes om de concentratie te trainen en je kunt het altijd en overal toepassen, het maakt immers geen geluid!
Bij mentaal studeren komen ook allerlei bijzaken aan de orde. Wat dacht je bijvoorbeeld van gevoelens van onzekerheid, angst, enthousiasme of vermoeidheid die bij het spelen zijn opgetreden. Dan blijkt pas hoezeer gevoelservaringen tijdens het studeren een gewoonte dreigen te worden. Denk maar eens aan het gevoel van onzekerheid voor een grote lastige sprong en de opluchting als het gelukt is.

Als je nog nooit aan mentaal studeren hebt gedaan, dan is het verstandig om het langzaam op te bouwen:
– begin met korte fragmentjes
– begin met een deel van de bewegingen, bv eerst alleen je vingers en nog niet de adem en juiste houding erbij, maar doe dit niet te lang
– maak de opbouw van het stuk bewust: dus herken terugkerende motieven en thema’s, doorzie het toonsoortenverloop, weet waar je bent, leer ook de begeleiding kennen!

Ik kan me voorstellen dat dit allemaal wat veel informatie is.. Wil je meer weten over hoe je jouw studie-aanpak kunt verbeteren?
Neem gerust contact met me op, ik kan je (indien gewenst ook online) van advies voorzien!

Volgende week deel 3: het consolidatiestadium!


Thuis studeren, deel 1

De komende 4 weken zal ik hier wekelijks een blog posten over hoe je thuisstudie aanpakt. Want nu repeteren met orkesten nog een tijdje niet mogelijk is, kun je natuurlijk wel thuis goed studeren zodat je straks met het orkest goed aan de slag kunt!

Ik verdeel het studeerproces eigenlijk in 4 stadia, omdat ieder stadium een heel eigen karakter heeft.
De stadia zijn als volgt:
– voorbereiding
– opbouw
– consolidatie
– bezinking

Vandaag bespreek ik het eerste stadium, de voorbereiding. Dit stadium verdeel ik onder in een paar stappen.
1. Eerste kennismaking
Je ontdekt of het stuk een stapje vooruit is ten opzichte van wat je al kunt, dan kun je gelijk in het juiste tempo doorspelen. Als blijkt dat het stuk niet een stapje maar een sprong vooruit is ten opzichte van wat je al kunt: dan begin je met langzaam doorspelen.
2. Als je dat gaat doen ontdek je waarschijnlijk drie soorten passages: eenvoudige passages die gelijk goed gaan, gemiddelde passages, die wat tijd vragen en moeilijke passages die goed aangepakt moeten worden.
3. Dat aanpakken doe ik zoveel mogelijk technisch/analytisch: ik analyseer wat het probleem is en hoe ik dat moet aanpakken en dan stel ik daar een soort ‘trainingsprogramma’ voor op.
4. In deze stap ga ik nadenken over interpretatie. Zolang ik er nog niet zeker van ben hoe het moet worden probeer ik zoveel mogelijk te variëren in interpretatie om zo tot een definitieve interpretatie te komen. (Als je te doen hebt met een orkeststuk, is het raadzaam om voor de interpretatie te rade te gaan bij jouw dirigent!)
5. Daarna ga je verspreide fragmenten uit je hoofd leren.

In dit stadium is het belangrijk om NIET:
– al zaken vast te leggen als de interpretatie nog niet doordacht is
– te starten met studeren zonder dat je overzicht hebt over het stuk

Je kunt door naar stadium 2 als de voordracht en interpretatie vaste vormen beginnen aan te nemen en als de moeilijke passages geen struikelblok meer vormen.

Meer over het stadium opbouw lees je volgende week in dit blog!

Motivatie voor muziek, juist nu…

We zitten inmiddels alweer vele weken in de intelligente lockdown. Zoveel mogelijk mensen werken thuis, kinderen zijn nog thuis van school en leren thuis (op dit moment hebben ze vakantie), en de mensen in de zorg zijn drukker dan ooit.

Ook alle orkesten liggen al enkele weken stil. Gelukkig kunnen de meeste lessen individueel wel doorgaan dmv videobeltoepassingen zoals Skype.

Maar hoe blijf je al die weken gemotiveerd voor muziek in deze intelligente lockdown?
Sommige orkesten blijven op de achtergrond actief dmv bv huiswerkopdrachtjes van de dirigent, multiscreenvideo’s etc.. Dan heb je een beetje houvast als muzikant, en een doel om mee aan de slag te gaan.

Maar wat als jouw orkest/vereniging dat niet doet? Je raakt een beetje uitgekeken op je partijen, of misschien blijf je steeds op hetzelfde vastlopen… Je raakt je motivatie dan kwijt. Dat is zonde natuurlijk, want muziek is een prachtig fenomeen dat nooit stopt, ook niet tijdens een intelligente lockdown.

Daarom hier wat (onverwachte) handvaten om toch lekker aan de slag te blijven:
– zoek online eens naar wat nieuw repertoire (veel materiaal is voor weinig of zelfs gratis te downloaden)
– je kunt natuurlijk ook een nieuw speelboek aanschaffen!
– speel het repertoire dat je nu aan het oefenen bent eens helemaal anders: boogjes worden even puntjes, snel wordt even heel langzaam en andersom… Vaak helpt dit je over een dood punt heen!
– neem contact op met je dirigent en vraag of hij of zij je verder kan helpen als je vastloopt met orkestrepertoire.
– ga op zoek naar muziek om je heen, ik heb bv vorige week muziek gemaakt met potten, pannen en glazen..
– ga muziek luisteren, muziek die je nog niet kent.. Wedden dat je daarna weer zin krijgt om zelf aan de slag te gaan? (een uurtje YouTube levert mij bv vaak heel veel energie en inspiratie op)
– leer iets nieuws, ga je verdiepen in iets nieuws of iets wat je nog nooit hebt gedaan.

Mocht je graag meer tips of info van mij willen, of wil je hulp van mij met jouw muzikale activiteiten in deze tijd? Dan mag je me altijd mailen via info@judithvanboven.nl

Ik kan je ook helpen in een online sessie!

Zelf thuis aan je intonatie werken

Orkestrepetities gaan niet door deze periode, veel muzieklessen worden wel online gegeven deze weken. Maar vooral mensen die geen lessen (meer) volgen belanden in een soort niemandsland. Ze vinden het lastig om zelf aan de slag te blijven én vorderingen te maken.

Sommige orkestdirigenten vragen orkestleden video’s te sturen zodat ze feedback kunnen geven op hun uitvoeringen… Een belangrijk aandachtspunt is intonatie.

En weet je, intonatie is iets waaraan je thuis ook best wel goed alleen kunt werken. Hoe?
Met een stemapparaatje.. Moeilijk is het niet per se, het vergt wel veel concentratie en discipline.
En vooral ook veel tijd, maar dat is wellicht een minder groot probleem.

Ik heb een mooi filmpje gemaakt waarin ik precies uitleg hoe je dat kunt aanpakken…

Nog een paar belangrijke tips:
– zorg dat je goed ingespeeld bent voor je start met deze oefeningen
– kies een chromatisch stemapparaatje en stel A=442Hz in
– wees heel nauwkeurig
– zorg dat je ook een (hulp)grepentabel bij de hand hebt

Heb je toch nog vragen? Neem dan gerust contact met me op! Dat kan door simpelweg een mailtje te sturen naar info@judithvanboven.nl

Motivatie, hoe zit dat?

Het is een veelvoorkomende klaagzang bij muziekverenigingen: ‘ja, die jeugd van tegenwoordig die wil niet meer studeren om goed op een blaasinstrument te leren spelen. Ze willen alles gelijk kunnen en dat gaat niet… De jeugd van tegenwoordig heeft geen doorzettingsvermogen meer.’ 

Maar… is dat wel zo? Ik hoor kinderen toch regelmatig gepassioneerd vertellen over een spel waar ze helemaal in zitten en waarvoor ze tot het uiterste gaan om verder te komen.. Dus dan denk ik: ‘die jeugd van tegenwoordig, die heeft best doorzettingsvermogen!’ 

Maar de muzieklessen zoals we (ja, ik ook) die vroeger kregen, die sluiten niet zo goed meer aan bij de belevingswereld van kinderen en jongvolwassenen. Daarom probeer ik in mijn lessen niet meer per se uit te gaan van een bepaalde methode, maar probeer ik leerlingen te coachen/begeleiden op hun ontdekkingstocht door de wondere wereld van de muziek. 
Ik schrijf expres ‘hun ontdekkingstocht’ want ik ben ervan overtuigd dat iedere muzikant, jong of oud zijn eigen weg aflegt. En als je hen daarin steunt en begeleidt als docent/coach, dan zit het met dat doorzettingsvermogen wel goed!
Wil je daarover eens met mij van gedachten wisselen? Neem gerust contact met me op!

De maand februari zal op mijn website en social media kanalen in het teken staan van motivatie!

Deze week behandel ik de vraag: hoe werkt motivatie eigenlijk?

Motivatie is de wil om iets te leren of iets te doen. Gemotiveerde mensen zijn erg nieuwsgierig, betrokken en niet bang voor een moeilijke uitdaging. Motivatie kan je opdelen in twee groepen; intrinsieke en extrinsieke motivatie. Bij deze twee soorten zit er een verschil in de bron. Intrinsieke motivatie heeft een interne bron, uit een persoon. De mens motiveert zichzelf zonder een bron van buitenaf. Bij extrinsieke motivatie is er sprake van een externe bron. Dit kan bijvoorbeeld een beloning zijn; als ik nu goed oefen, krijg ik straks een zakje chips.

Motivatie wordt bepaald door bepaalde prikkels, dit zijn invloeden uit het milieu op de mens. Prikkels ontstaan doordat in zintuigcellen (receptoren) impulsen ontstaan, de zenuwcellen (conductoren) geleiden en verwerken deze impulsen en zorgen dat er een reactie (respons) ontstaat. Er zijn twee soorten prikkels interne prikkels, afkomstig uit het lichaam, en externe prikkels die afkomstig zijn uit het milieu. Als minimaal één van deze prikkels heel sterk aanwezig is, kan het gedragssysteem al in gang gezet worden en kan er een handeling worden verricht. 
Er wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen een sleutelprikkel en een supranormale prikkel. De sleutelprikkel speelt de doorslaggevende rol bij het veroorzaken van een bepaald gedrag. Een supranormale prikkel is een prikkel die een nog sterker gedrag opwekt dan de sleutelprikkel, deze prikkel is dus effectiever.

Hoe goed een persoon presteert en reageert op prikkels is allemaal geregeld in de manier van denken. Personen die afgaan op intelligentie-beoordeling zijn minder gemotiveerd om hun best te doen en zullen sneller opgeven bij een moeilijke taak, omdat ze denken dat de intelligentie niet verbeterd kan worden. De personen die geloven in het harde werken, zullen sneller blij zijn met een moeilijke taak en zullen niet snel voelen dat ze hebben gefaald als iets mislukt.
Intelligentie wordt onderverdeeld in uitgekristalleerde intelligentie (kennis) en vloeiende intelligentie (redeneervermogen). Mensen met een goed redeneervermogen zijn in staat om informatie sneller te verwerken en worden minder snel afgeleid, zij zullen dus snel nieuwe dingen leren en gemotiveerder zijn dan andere.


Er zijn verschillende motivatietheorieën:
Als eerst hebben we de Piramide van Maslow. Het idee van deze piramide is dat een mens als eerst zal proberen de behoefte onderaan de piramide waar te maken en zich vervolgens omhoog werkt. 
Ten tweede hebben we de Verwachtingstheorie. Dit is de formule: motivatie = verwachting x beloning x waarde. Met ‘verwachting’ wordt de mate waarin een mens verwacht dat een handeling succesvol zal verlopen bedoeld. Met ‘beloning’ wordt hier bedoeld wat de mens als voordeel ziet bij de taak. ‘Waarde’ geeft aan hoe belangrijk het wordt gevonden. 
Ten derde is er de Attributietheorie, bij deze theorie hangt motivatie samen met attributies; hier wijden mensen hun succes of falen aan toe. Je kan dit onderscheiden in interne en externe attributen. Bij interne attributen ligt het meestal bij de persoon zelf, bij externe attributen wordt vaak de ‘schuld’ bij een ander persoon  neergelegd.
Vervolgens is er de Flowtheorie. Met ‘flow’ wordt bedoeld dat iemand helemaal opgaat in een activiteit waar hij of zij mee bezig is. Er is vooral ‘flow’ aanwezig wanneer een persoon het gevoel heeft dat hij of zij het aan kan en de taak niet hoog gegrepen is. 
Als laatst hebben we de Zelfdeterminatietheorie, hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.

Zo, dat was een brok theorie! Volgende week zal ik schrijven over de rol van de docent/coach voor de motivatie van een leerling.

met apps beter muziek leren maken

Vorige week schreef ik over het spelen vanaf een tablet met de app Forscore. Maar een tablet heeft zoveel meer te bieden, in het bijzonder ook voor muziekstudie.

Het blijft natuurlijk van belang dat je als docent je leerling goede instructies geeft, maar de apps zijn vaak wel handig om de leerling thuis te kunnen laten oefenen.

Neem nou de Mobile Music Trainer!
De iPad-app Mobile Music Trainer helpt vooral beginnende muzikanten goed op weg. Er zijn vier verschillende standen voorhanden die je bij je hand nemen van een absolute beginner naar een bekwaam notenlezer.

Om te beginnen met Mobile Music Trainer (gratis, maar met in-app aankopen) kies je een van de vele instrumenten uit waarop je speelt, zodat de bladmuziek meteen weet welke noten je dient te spelen. Je kiest uit dwarsfluiten, klarinetten, saxofoons, trompetten, trombones, violen en cello’s. Daarna kan je aan de slag met de bladmuziek, waarbij de app in totaal meer dan 450 liedjes biedt. Het grootste gedeelte laat zich echter betalen met in-app aankopen.

Absolute beginners kunnen muziek leren spelen in de iPad-app met de Step Mode. De applicatie doet daarin een beroep op je microfoon. Hij herkent de noot die je speelt en pas als je hem hebt gespeeld, mag je verder naar de volgende noot. Pitch Mode geeft je respons of je de juiste noot aanslaat, Rhythm Mode stelt je ritmegevoel op de proef en de Test Mode is de eindtest: heb je een liedje onder controle? Mijn leerlingen vinden het tof en hebben er veel baat bij, omdat ze nu in de tijd tussen de lessen in veel effectiever kunnen studeren!

Maar er is meer! Wat te denken van de app Ningenius (betaald) waarbij kinderen in een videogame de grepen van hun instrument leren onthouden! Leuk dat dat op die manier kan, en een prima aanvulling op de lessen.

En dan voor de wat meer gevorderde leerlingen: met de app Good Ear Pro (betaald) kan getraind worden op het herkennen van intervallen en akkoorden. Erg handig voor extra training voor de theorie-examens!

Onlangs heb ik ook de app Musiclock (betaald) ontdekt waarmee leerlingen kunnen leren improviseren… Ook hartstikke handig voor docenten om tijdens de les te gebruiken!

Zoals je ziet zijn de meeste apps betaald, maar wat mij betreft zijn dit wel de beste apps op deze vlakken. Ze zijn de (relatief kleine) investering zeker waard!

Wil je meer weer weten? Of heb je andere oefen-apps die je wilt aanraden? Laat het me weten!

muziekles aan jonge kinderen

Je leest het overal: muziek is goed voor kinderen! Muziek maakt slim, maakt dat kinderen beter kunnen samenwerken en werkt respect voor anderen in de hand.

Zelf ben ik dan ook druk met het geven van lessenseries en workshops in het basisonderwijs. Want hoe eerder je begint, hoe beter, nietwaar?

Zo heb ik vorig schooljaar een project gedaan in groep 6 van een basisschool, waarbij kinderen kennismaakten met instrumenten uit het harmonieorkest. Daarnaast heb ik een workshop in groep 4 gegeven. Allemaal goede stappen in de richting van structureel muziekonderwijs op de basisschool. Maar ik merk toch ook dat veel scholen nog moeite hebben om dit onderdeel van het curriculum in te vullen. Terwijl het met de hulp van docenten van muziekverenigingen van allerlei pluimage zeker zou moeten lukken…

Nu, aan het begin van het schooljaar ben ik, namens één van de verenigingen waar ik werk, gestart met een (buitenschoolse) cursus ‘Muzikale ontdekkingsreis’ waarbij kinderen van alles leren over instrumenten van het harmonieorkest, terwijl ze tegelijkertijd noten leren lezen en blokfluit leren spelen.  Mooi om te zien hoe enthousiast de jonge kinderen zijn, dat kinderlijk enthousiasme, dat werkt aanstekelijk! En het is supertof om de kids al met muziek aan de slag te laten gaan, terwijl ze voor de meeste blaasinstrumenten nog te klein zijn of een onvoldoende ontwikkeld gebit…

Tegelijkertijd hoor ik, terwijl ik enthousiast schrijf over de jonge muzikale ontdekkingsreizigers, ook negatieve stemmen:
– blokfluitleerlingen willen alleen maar houtinstrumenten gaan spelen, en geen slagwerk of koperblaasinstrument
– blokfluitleerlingen willen helemaal geen hafabra-instrument spelen
– vaak stoppen de blokfluitertjes ná hun overstap naar een hafabra-instrument alsnog

En natuurlijk.. Van de 10 leerlingen die ik nu in mijn klasje heb, zal echt niet de volle 100% doorstromen naar de ‘reguliere’ hafabra-lessen. (ik zet dat regulier expres tussen aanhalingstekens omdat ik van mening ben dat je met adaptief en persoonlijk onderwijs veel meer enthousiasme en motivatie bereikt)…
Maar ik denk en hoop toch dat we een hoog doorstroompercentage bereiken.

Anders dan de AMV-lessen die meestal op muziekscholen worden aangeboden, zijn deze lessen erg toegespitst op het harmonieorkest, waardoor de kinderen daarover veel leren en enthousiast worden gemaakt.
En verder denk ik dat het voor de toekomstige hafabra-docenten van deze leerlingen belangrijk is dat ze op een goede (vaak speelse) manier met deze jonge muzikantjes omgaan…
Dat laatste geldt overigens ook voor jonge leerlingen die nog géén AMV-les hebben gevolgd. Lessen aan jonge kinderen eisen een andere aanpak van een docent!

In ieder geval zal ik me altijd blijven inzetten voor muziekonderwijs in welke vorm dan ook!

Ik ben benieuwd hoe de lezers van dit blog aankijken tegen AMV-lessen, en muzieklessen aan jonge kinderen…