Iets om naar toe te werken

Gisteren deed ik met één van mijn orkesten mee aan een festival voor opleidingsorkesten. Ieder orkest speelde 15 minuten en kreeg een opbouwende beoordeling mee. (geen punten dus!)

Na afloop stond ik nog wat na te praten met deze en gene en jawel, daar was plots de discussie over het concours weer!

Ja, je hebt als muzikant en als orkest iets nodig om naar toe te werken, iets waar je er wilt staan, waar je wil pieken. Van oudsher wordt daarvoor het concours gebruikt. Een concours in zijn traditionele vorm waarin orkesten een inspeelwerk, een verplicht en een vrij werk spelen. Deze werken worden door een deskundige jury met punten beoordeeld, en aan de hand daarvan krijgt het orkest een bepaalde prijs.
Je vindt ze nog steeds, deze concoursen, maar ze maken plaats voor het concours nieuwe stijl. Een concours waarbij je als orkest een compleet programma mag presenteren binnen een bepaalde tijdsduur. Zodat je eigenlijk een concert kunt wegzetten.
Vaak wordt dit door het publiek meer gewaardeerd dan die ‘zware’ concoursstukken.
En dan is er nog het concours voor lichte muziek, waarbij ook elementen als show meespelen…

Dus ja, een concours kán, ook in deze tijd, zo’n moment zijn waar je als orkest naar toe werkt. Maar, zo’n moment kan ook heel goed een soort promsconcert zijn, of een ander concert waarin je bijvoorbeeld samenwerkt met andere muziek- of kunstvormen…

Muziek blijft daarnaast vooral een kunst, een beleving vol emoties, en het is lastig om daar een cijfermatig waarde-oordeel aan te geven.
Bovendien wil ik als dirigent alléén aan een concours deelnemen als de orkestleden daar ook achter staan. Zij moeten er immers ook voor studeren.

Kortom: een concours kan zeker worden gebruikt als piekmoment voor een orkest, maar het voor mij niet noodzakelijk om aan concoursen deel te nemen!

Een passend mondstuk kiezen

Laatste gebeurde het weer… Een orkestlid (trompet) sprak me aan en vertelde me dat zijn buurman had gezegd dat hij beter op een 7C-mondstuk kon gaan spelen, dat klonk beter en speelde makkelijker…
Bij dat soort berichten krijg ik altijd een beetje de kriebels. Want zo’n mondstuk, dat is hartstikke persoonlijk! Het heeft te maken met de dikte van je lippen, je longinhoud en de stand van je tanden… Bovendien vindt de één een bepaalde klank fantastisch, terwijl een ander juist zoekt naar een ander soort klank.

Kun je dan niks algemeens over een mondstuk zeggen?
Jawel, dat kan wel!

De belangrijkste onderdelen van koperblaasinstrument-mondstukken, en de meeste andere messing mondstukken, zijn de velg, beker, keel en backbore.
De velg is de ronde doorsnede rond de opening, waar de bespeler zijn lippen tegenaan doet. In de rand is de beker, die wordt ondersteund door een dunne buis, genaamd de keel, die aansluit op het als een stam met een glas wijn. Het laatste deel, verder in de buis, wordt de backbore genoemd.

Verschillende velgen kunnen de verschillende mondstukken meer of minder comfortabel maken om te spelen, en de aard van de rand kan de precisie van de aanval voor de speler beïnvloeden. Een brede rand maakt het instrument meer comfortabel om te spelen, maar zorgt voor een minder flexibel bereik als een smallere velg.
Beginners kunnen beter starten met een bredere rand/velg, meer ervaren spelers willen vaak een smallere velg om te profiteren van het grotere bereik.
Een scherpere rand op de rand geeft spelers meer controle over de toon geproduceerd, maar een afgeronde rand is veel comfortabeler om te spelen.

De cupmaat kan invloed hebben op de kwaliteit van de klank geproduceerd door het mondstuk. Diepe cups geven het instrument een diepere toon en accentueren de donkere, warme tinten. Ondiepe cups doen het tegenovergestelde, het ophelderen van de toon. Grotere cups zorgen voor een betere volume en meer controle, maar beginners kunnen beter uit de voeten met een kleine cup zijn omdat dat gemakkelijker speelt.

Grote keel maten geven de speler meer controle over het volume en de klank die wordt geproduceerd door het instrument. Kleine keelmaten zijn gemakkelijker te bespelen, maar de grotere zorgen voor een beter geluid.
Een grotere backbore kan het instrument een betere diepte in het geluid geven, en een kleinere maakt dat de toon gemakkelijker geprojecteerd kan worden.

Dit is eigenlijk het enige wat je in het algemeen kunt zeggen. Hiermee kun je als koperblazer al aardig uit de voeten om een geschikt mondstuk te vinden dat past bij jouw fysieke situatie én bij de klank waarnaar je op zoek bent.

Vind je het toch lastig? Geef dan wat geld uit aan consult bij Henk Rensink (mondstukspecialist) die je uitgebreid test en je vervolgens een ‘recept’ voor een passend mondstuk meegeeft!

Romans ter lering ende vermaek

Het is herfstvakantie, en dat betekent voor mij dat er net ietsje meer vrije tijd is dan in normale weken. Een beetje maar, want veel activiteiten lopen gewoon door in de vakantie…

Wat ik dan zoal doe in die extra vrije tijd, werd mij afgelopen weekend gevraagd.
Nou, mijn passies zijn muziek (joh?!) en lezen, en wat is er dan mooier dan lezen over muziek… En dan niet altijd biografieën van componisten of boeken over hoe ons brein reageert op muziek, maar juist in de vakantie lees ik ook graag romans waarin het draait om muziek.
Ik vind het fijn om zo eens door andermans ogen naar muziek te kijken! Momenteel lees ik ‘Contrapunt’ van Anna Enquist. In dit boek staan de Goldberg Variaties van Bach centraal. Dit werk heb ik vorige week live gehoord, en het is fantastisch om er nu nog een keer mee bezig te zijn op een andere manier.

Heb jij ook zin om te lezen ter lering ende vermaek?

Hier zijn wat titels van boeken die je wellicht zullen boeien:
– Het geheim (Anna Enquist)
– Contrapunt (Anna Enquist)
– Het meesterstuk (Anna Enquist)
– Onder de korenmaat (Maarten ‘t Hart)
– De dirigent (Jos Frusch)
– De viool van mijn moeder (Y van den Berg)
– De nacht van Don Giovanni (Hanns Josef Ortheil)

Heb je zelf ook een roman gelezen waarbij (klassieke) muziek een rode draad vormt? Laat het me weten, ik ben benieuwd!

Fijne vakantie allemaal, en veel leesplezier gewenst!

muzikaal geheugen en uit het hoofd spelen

Het is een vast onderdeel van de HAFABRA-examens: een stukje uit je hoofd spelen… Dat valt niet voor iedereen mee, en sommigen worden er juist nog extra nerveus door. Meer dan eens krijg ik dan ook de vraag waarom het in vredesnaam toch een verplicht examenonderdeel is!

Ik zal het uit proberen te leggen:

Waar het hier om gaat is ‘muzikaal geheugen’.
Gewoonlijk maakt een muzikant gebruik van wat we “spiergeheugen” noemen. Herinneringen zijn natuurlijk niet opgeslagen in de spieren, maar verwijzen eerder naar een type van procedureel geheugen, waar herinneringen verbonden aan bewegingspatronen versterkt worden door veel te repeteren. Procedureel geheugen staat apart van andere geheugentypes, zoals die voor gebeurtenissen  of voor algemene kennis. We gebruiken procedureel geheugen voor handelingen als autorijden, fietsen of typen op een toetsenbord. Dit is het type geheugen die ons onder het motto “oefening baart kunst” bijna automatisch dit soort handelingen laten verrichten. Het is vooral een kwestie van vaardigheid. Onder invloed van stress of angst kan dit procedurele geheugen haperen en krijgen we het gevoel alsof we geen adem meer kunnen halen. Dit  komt best nog al eens voor bij muzikanten,  bijvoorbeeld wanneer het procedureel geheugen door faalangst wordt ondermijnd, wat leidt tot speelfouten en black outs. De methode van muziek repeteren en oefenen  is erop gericht dit soort fouten te vermijden of snel te herstellen. Alleen maar herhalen, de meest gebruikelijke strategie, voorkomt niet noodzakelijkerwijs het maken van fouten of vergeten van muzikale handelingen. Het is beter je interacties met de muziek meer te varieren door verschillende bronnen van geheugen aan te boren, voor het geval  één type geheugen het laat afweten. Muzikanten kunnen de muziek bijvoorbeeld in notenschrift uitschrijven om hun visueel geheugen te trainen of een harmonische analyse maken om hun herinnering aan de muzikale structuur meer te borgen in het geheugen.

Een andere aan te bevelen strategie is het muziekstuk te oefenen door op steeds op andere punten te beginnen. Procedureel geheugen vormt vaak ketens van opeenvolgende handelingen, waarbij elke handeling de herinnering aan een volgende triggert. Maar overal starten behalve aan het begin  is lastig. Als een muzikant alleen maar steeds weer vanaf het begin een muziekstuk oefent, dan loopt hij de kans tijdens een concert, eenmaal afgeleid door gekuch of een mobieltje dat afgaat, minder snel de draad weer te kunnen oppakken, omdat de herinnering aan het volgende moment niet wordt geactiveerd. Het besef, dat je op verschillende punten de draad weer kunt oppakken kan de kans op faalangst dusdanig verminderen, dat je daardoor ook minder vaak door black outs wordt getroffen. Ook het uit het hoofd studeren van een muziekstuk helpt bij het opbouwen van je muzikale geheugen… Tot zover het waarom!

Dan rest nog wel de vraag hoe je dat nou aanpakt, het uit je hoofd leren van een muziekstuk.

  1. Kies een studietechniek die het beste bij jou past:
    1. Leer het notenbeeld uit je hoofd. Lastige passages overschrijven is daarbij een goed hulpmiddel.
    2. Luister (in gedachten) naar de muziek, zing het in je hoofd mee.
    3. Speel het stuk in gedachten; onthoud de vingerzetting en speelbeweging. Wat in je lichaam is verankerd hoef je niet meer te onthouden. Je kunt het loslaten en vertrouwen op je vingers. (Als je het tenminste goed hebt ingestudeerd!)
    4. Een combinatie van de voorgaande technieken is de theoretische benadering, waarbij je het stuk onthoudt als een reeks muzikale patronen (toonladders, gebroken akkoorden, akkoordopeenvolgingen, omspelingen enzovoort).
    5. Voor de “lucky” few: met een fotografisch geheugen de bladmuziek als het ware voor je zien.
  2. Gebruik methodes uit computerspelletjes
    1. Herhalen tot het goed gaat en je het doorhebt
    2. Geduldig wachten tot het zover is
    3. Geconcentreerd oefenen werkt sneller
    4. In korte stukjes oefenen: grote taken zijn sneller klaar als ze in kleinere delen worden gesplitst
    5. Begin met iets makkelijks en bouw daarna op in moeilijkheidsgraad
    6. Het spel geeft nooit toe aan de speler als deze het level nog niet beheerst: kweek doorzettingsvermogen
    7. Blijf alles gebruiken wat je in het spel geleerd hebt om steeds meer tijd te besparen
    8. De weg naar je doel is zeker zo leuk als het doel zelf: je kunt meer plezier hebben van het oefenen dan uiteindelijk van het stuk kunnen spelen.
  3. Geheugentraining als een spel: vier het (beloon jezelf) als je door bent naar de volgende taak! Ben je er nog niet door? Bedenk een spannend verhaal bij de lastige plekken, geef ze een naam of maak er een tekening van. Oefen de betreffende plek(ken) nog een (paar) keer en probeer het dan opnieuw vanaf het begin.
  4. De handgeschreven kopie in > 10 minuten. Als je denkt, dat je een passage uit je hoofd kent, schrijf dan de eerste acht maten uit je hoofd op. Denk eerst aan de maatsoort, voortekens, het ritme, tempo (hoeveel tellen per minuut?) en dynamiek. Je mag tussendoor nadenken of het even doorspelen (zingen), maar niet in je bladmuziek kijken. Bedenk ook in welke maat en op welke sterkte een crescendo of decrescendo begint en eindigt en welke tonen verhoogd of verlaagd worden.
  5. Het reizende boek:
    1. Begin met de bladmuziek voor je neus
    2. Verschuif het boek / blad een eindje op de standaard
    3. Leg de muziek plat neer, nog wel zichtbaar maar lastiger te lezen
    4. Leg de muziek op kniehoogte
    5. Op de grond naast de voeten
    6. Op de grond achter je
    7. In een hoek in de kamer
    8. In een andere kamer
  6. De stoomwals: een maat of passage onthouden door stampen en herhalen zoals de rijtjes van voorzetsels met bijbehorende naamval in het Duits of de elementen uit het periodiek systeem. Oefen er steeds één tegelijk. Werk beurtelings van voren naar achter en van achter naar voren.

Ik ben benieuwd hoe jij het aanpakt! Wat werkt voor jou?! Heb je andere tips?

Gebruikte bron: John Valk

muziek & emotie

Afgelopen weekend had ik een concert in Huijbergen en een repetitiedag met het GO van Amor Musae. En beide keren vertelden mensen me dat ze zo geraakt waren door de muziek. En ja, dat heb ik zelf ook weleens, zo’n kippenvelmomentje. Dat kan zijn bij een fenomenale euphoniumsolo, bij een liedje van Guus Meeuwis, bij en prachtige ballad of bij een bombastisch klassiek stuk… Maar hoe zit dat nou? Hoe komt het dat muziek ons zo raakt? Ik ben op onderzoek uit gegaan! En ik ben een hoop te weten gekomen.

Veel wetenschappers hebben zich al met deze materie beziggehouden. Tot op heden met weinig resultaat… Want hoe verklaar je een gevoel? En bovendien: d één krijgt kippenvel van bepaalde muziek, terwijl de ander van diezelfde muziek niks moet hebben…

Soms heeft de manier waarop je op een liedje reageert alles te maken met de situatie waarin de muziek zich manifesteert. Stel: je zit in een restaurantje met de je droompartner en een prachtig liefdesliedje komt voorbij. Dan zul je daar wellicht heerlijk van genieten. Maar als diezelfde droompartner net je hart heeft gebroken, doet hetzelfde liedje heel veel pijn. Omgeving speelt dus een rol. Datzelfde geldt voor herinneringen, de stemming en persoonlijkheid. Ook de manier waarop je tegen muziek aankijkt, heeft invloed. Als je in een heel muzikaal gezin bent opgegroeid, speelt muziek een heel andere rol in jouw leven dan in het leven van je buurvrouw bij wie muziek luisteren altijd uit den boze was.
Is er dan niks algemeens te zeggen over de emotie die muziek oproept?
Jawel! De emotie die je bij bepaalde muziek ervaart, heeft niet alleen met jezelf, maar ook met de muziek te maken. Zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat mensen bij snelle tempo’s en muziek in majeur vrolijker worden. Langzame liedjes of muziek in mineur maken eerder verdrietig. Snelle tempo’s in combinatie met dissonantie maken mensen angstig. Muziek raakt ons dus. Maar in welke mate verschilt per persoon. Onderzoeker Emery Schubert nam daar in 2004 geen genoegen mee en ontwikkelde een formule waarmee hij kon voorspellen hoe mensen op een bepaald muziekstuk zouden reageren. Terwijl hij daar met bezig was, ontdekte hij dat de ene factor zwaarder weegt dan de andere. Zo is het volume waarmee de muziek wordt afgespeeld het belangrijkst. Daarna volgt het tempo. Ook de melodie en de instrumenten spelen een rol. Een stijgende melodie en vele instrumenten maken de luisteraar vrolijker.

Tsja, en toen wilde Schubert meer en ging verder onderzoeken. Hij stelde nog een nieuwe muzikaal-wiskundige formule op, maar die formule bleek niet altijd te kloppen…
En dat is misschien maar goed ook. Want zeg nou zelf, het is toch heerlijk om je af en toe gewoon over te geven aan die stortvloed aan emotie die muziek soms in je losmaakt!

 

met apps beter muziek leren maken

Vorige week schreef ik over het spelen vanaf een tablet met de app Forscore. Maar een tablet heeft zoveel meer te bieden, in het bijzonder ook voor muziekstudie.

Het blijft natuurlijk van belang dat je als docent je leerling goede instructies geeft, maar de apps zijn vaak wel handig om de leerling thuis te kunnen laten oefenen.

Neem nou de Mobile Music Trainer!
De iPad-app Mobile Music Trainer helpt vooral beginnende muzikanten goed op weg. Er zijn vier verschillende standen voorhanden die je bij je hand nemen van een absolute beginner naar een bekwaam notenlezer.

Om te beginnen met Mobile Music Trainer (gratis, maar met in-app aankopen) kies je een van de vele instrumenten uit waarop je speelt, zodat de bladmuziek meteen weet welke noten je dient te spelen. Je kiest uit dwarsfluiten, klarinetten, saxofoons, trompetten, trombones, violen en cello’s. Daarna kan je aan de slag met de bladmuziek, waarbij de app in totaal meer dan 450 liedjes biedt. Het grootste gedeelte laat zich echter betalen met in-app aankopen.

Absolute beginners kunnen muziek leren spelen in de iPad-app met de Step Mode. De applicatie doet daarin een beroep op je microfoon. Hij herkent de noot die je speelt en pas als je hem hebt gespeeld, mag je verder naar de volgende noot. Pitch Mode geeft je respons of je de juiste noot aanslaat, Rhythm Mode stelt je ritmegevoel op de proef en de Test Mode is de eindtest: heb je een liedje onder controle? Mijn leerlingen vinden het tof en hebben er veel baat bij, omdat ze nu in de tijd tussen de lessen in veel effectiever kunnen studeren!

Maar er is meer! Wat te denken van de app Ningenius (betaald) waarbij kinderen in een videogame de grepen van hun instrument leren onthouden! Leuk dat dat op die manier kan, en een prima aanvulling op de lessen.

En dan voor de wat meer gevorderde leerlingen: met de app Good Ear Pro (betaald) kan getraind worden op het herkennen van intervallen en akkoorden. Erg handig voor extra training voor de theorie-examens!

Onlangs heb ik ook de app Musiclock (betaald) ontdekt waarmee leerlingen kunnen leren improviseren… Ook hartstikke handig voor docenten om tijdens de les te gebruiken!

Zoals je ziet zijn de meeste apps betaald, maar wat mij betreft zijn dit wel de beste apps op deze vlakken. Ze zijn de (relatief kleine) investering zeker waard!

Wil je meer weer weten? Of heb je andere oefen-apps die je wilt aanraden? Laat het me weten!

bladmuziek op een tablet

In eerste instantie was ik er wat sceptisch over: je bladmuziek op je tablet. Het was me te hip en al die technische snufjes kunnen ook allemaal kapot. Nee, ik had liever gewoon een ouderwets stuk bladmuziek…Watch Brothers (2015) Full Movie Online Streaming Online and Download

En toch bleef het kriebelen.. Want ik was wél heel erg nieuwsgierig! En in onze moderne en gedigitaliseerde maatschappij is zou dit misschien weleens de toekomst kunnen wezen…
En dus ging ik me inlezen in wat een goede app was om bladmuziek in te importeren… Want ik had voor mezelf al wel bedacht dat ik geen simpele pdf-reader wilde, maar een manier waarbij je ook gelijk muzikale aantekeningen (dynamiek, etc) kunt intekenen waar en wanneer je maar wilt.

Ik kwam uit bij de app ForScore… Ik kocht de app en ging aan de slag.
En toen ik eenmaal was begonnen met experimenteren, was ik eigenlijk meteen enthousiast. De app werkt heel gemakkelijk:
Je maakt een pdf-scan van je bladmuziek en dat pdf-bestand importeer je in de app, en dan kun je beginnen!
Je kunt inderdaad perfect aantekeningen maken, je hebt nooit meer lessenaarverlichting nodig, je hebt geen zware muziekmap meer en je hebt nooit meer knijpers nodig bij buitenconcerten. Omslaan van pagina’s gaat heel gemakkelijk met swipen, maar er zijn ook speciale bluetooth-voetpedaaltjes beschikbaar. Die zijn dan weer handig voor instrumentalisten die constant beide handen nodig hebben tijdens het spelen. Zelf vind ik zo’n voetpedaal net eventjes te duur, en ik heb altijd wel een handje over om even om te slaan…

Maar verder? Geef mij maar mijn tablet om lekker muziek te maken!
Ik overweeg zelfs om ook mijn partituren in een (A4)-tablet te gaan opnemen. Want hoe fijn zou het zijn om als dirigent ook geen problemen meer te hebben met wegwaaiende partituren bij buitenconcerten, etc, etc…

Op mijn ontdekkingsreis door muziek-app-land ben ik nog meer interessante (veelal gratis) apps tegengekomen, daarover zal ik volgende week meer schrijven!

muziekles aan jonge kinderen

Je leest het overal: muziek is goed voor kinderen! Muziek maakt slim, maakt dat kinderen beter kunnen samenwerken en werkt respect voor anderen in de hand.

Zelf ben ik dan ook druk met het geven van lessenseries en workshops in het basisonderwijs. Want hoe eerder je begint, hoe beter, nietwaar?

Zo heb ik vorig schooljaar een project gedaan in groep 6 van een basisschool, waarbij kinderen kennismaakten met instrumenten uit het harmonieorkest. Daarnaast heb ik een workshop in groep 4 gegeven. Allemaal goede stappen in de richting van structureel muziekonderwijs op de basisschool. Maar ik merk toch ook dat veel scholen nog moeite hebben om dit onderdeel van het curriculum in te vullen. Terwijl het met de hulp van docenten van muziekverenigingen van allerlei pluimage zeker zou moeten lukken…

Nu, aan het begin van het schooljaar ben ik, namens één van de verenigingen waar ik werk, gestart met een (buitenschoolse) cursus ‘Muzikale ontdekkingsreis’ waarbij kinderen van alles leren over instrumenten van het harmonieorkest, terwijl ze tegelijkertijd noten leren lezen en blokfluit leren spelen.  Mooi om te zien hoe enthousiast de jonge kinderen zijn, dat kinderlijk enthousiasme, dat werkt aanstekelijk! En het is supertof om de kids al met muziek aan de slag te laten gaan, terwijl ze voor de meeste blaasinstrumenten nog te klein zijn of een onvoldoende ontwikkeld gebit…

Tegelijkertijd hoor ik, terwijl ik enthousiast schrijf over de jonge muzikale ontdekkingsreizigers, ook negatieve stemmen:
– blokfluitleerlingen willen alleen maar houtinstrumenten gaan spelen, en geen slagwerk of koperblaasinstrument
– blokfluitleerlingen willen helemaal geen hafabra-instrument spelen
– vaak stoppen de blokfluitertjes ná hun overstap naar een hafabra-instrument alsnog

En natuurlijk.. Van de 10 leerlingen die ik nu in mijn klasje heb, zal echt niet de volle 100% doorstromen naar de ‘reguliere’ hafabra-lessen. (ik zet dat regulier expres tussen aanhalingstekens omdat ik van mening ben dat je met adaptief en persoonlijk onderwijs veel meer enthousiasme en motivatie bereikt)…
Maar ik denk en hoop toch dat we een hoog doorstroompercentage bereiken.

Anders dan de AMV-lessen die meestal op muziekscholen worden aangeboden, zijn deze lessen erg toegespitst op het harmonieorkest, waardoor de kinderen daarover veel leren en enthousiast worden gemaakt.
En verder denk ik dat het voor de toekomstige hafabra-docenten van deze leerlingen belangrijk is dat ze op een goede (vaak speelse) manier met deze jonge muzikantjes omgaan…
Dat laatste geldt overigens ook voor jonge leerlingen die nog géén AMV-les hebben gevolgd. Lessen aan jonge kinderen eisen een andere aanpak van een docent!

In ieder geval zal ik me altijd blijven inzetten voor muziekonderwijs in welke vorm dan ook!

Ik ben benieuwd hoe de lezers van dit blog aankijken tegen AMV-lessen, en muzieklessen aan jonge kinderen…

adaptief muziekonderwijs voor volwassenen

Ik krijg regelmatig volwassen leerlingen in mijn lespraktijk. Sommigen willen dolgraag meedraaien in een route van diploma naar diploma, maar anderen werken veel liever met andere, persoonlijke doelen. Dat kunnen muzikale doelen zijn, maar ook mentale of fysieke doelen die ze door middel van muziek willen bereiken. En ik? Ik vind het superleuk om ook met deze mensen aan de slag te gaan!

Aan het begin van een lesjaar stel ik met zo’n leerling altijd een soort Plan van Aanpak op. En de insteek van dit plan wordt door de leerling zelf bepaald.
Hij of zij vertelt me wat de doelen zijn, wat hij of zij wil bereiken in het komende lesjaar, en de leerling geeft ook aan wat zijn sterke punten zijn op weg naar dat doel, en welke zaken extra aandacht nodig hebben. En wat er daarbij van mij als docent verwacht wordt. Aan de hand daarvan kies ik lesmateriaal en oefeningen uit.

Deze vorm van adaptief onderwijs (aangepast op/aan de leerling) werkt heel prettig bij volwassenen, omdat zowel leerling als docent precies weten waar naar toe gewerkt wordt en op welke manier.

Meer weten? Mail me gerust!

meespeelcd’s

Toen ik begon met muzieklessen (ruim 20 jaar geleden) bestonden ze nog niet, ze kwamen pas enkele jaren later: de boeken met meespeel-cd’s… Het was een feest als ik dan de laatste les voor een willekeurige vakantie tijdens de les met een meespeel-cd Disney-liedjes mocht spelen.
Hoe anders is dat nu… De boeken met cd zijn niet meer weg te denken uit de leswereld. En niet alleen de ‘extra boeken’, maar ook de reguliere lesmethodes zijn voorzien van meespeel-cd’s, en soms zelfs dvd’s… Laatst vroeg iemand mij wat ik nou van al die meespeel-cd’s vond.

Om te beginnen zijn deze boeken met meespeel-cd natuurlijk hartstikke leuk, want zo kunnen ook beginnende leerlingen al snel optreden met een leuk liedje, en dat werkt motiverend.

Een belangrijke rol blíjft weggelegd voor de docent: het is geen kwestie van ‘laat de leerling maar fijn naar de cd luisteren hoe het wordt voorgespeeld, en dan komt het wel goed’.
Dat is een gemakzuchtige methode voor zowel docent als leerling, waarmee een docent zich op de lange termijn uit de markt prijst.

De kern van een goede instrumentale techniek wordt gevormd door het goed functioneren van de associaties noten zien, tonen horen en grepen weten/voelen.
En dit alles wordt niet bereikt door een leerling simpelweg te laten naspelen en meespelen van/met wat er op een cd wordt gespeeld. Daarmee komt met name het prima vista lezen van ritme en melodie, zelf analyseren van zinsbouw en de associatie van noot naar klank heel erg in het gedrang… Terwijl ook die heel belangrijk zijn voor het ontwikkelen van een goede instrumentale techniek.
Daarbij komt nog eens bij dat leerlingen niet altijd het tempo van de cd aankunnen, en dan werkt het juist demotiverend, of gaan leerlingen slordig spelen.
En wat te denken van interpretatie? Met een cd ben je toch vaak gebonden aan tempo en speelwijze van de cd, hoewel er ook wel methodes zijn waarbij je het tempo kunt aanpassen…

Kortom, een meespeel-cd verbannen is niet nodig, ze zijn hartstikke leuk, mits met mate en met zorg gebruikt!