bladmuziek op een tablet

In eerste instantie was ik er wat sceptisch over: je bladmuziek op je tablet. Het was me te hip en al die technische snufjes kunnen ook allemaal kapot. Nee, ik had liever gewoon een ouderwets stuk bladmuziek…Watch Brothers (2015) Full Movie Online Streaming Online and Download

En toch bleef het kriebelen.. Want ik was wél heel erg nieuwsgierig! En in onze moderne en gedigitaliseerde maatschappij is zou dit misschien weleens de toekomst kunnen wezen…
En dus ging ik me inlezen in wat een goede app was om bladmuziek in te importeren… Want ik had voor mezelf al wel bedacht dat ik geen simpele pdf-reader wilde, maar een manier waarbij je ook gelijk muzikale aantekeningen (dynamiek, etc) kunt intekenen waar en wanneer je maar wilt.

Ik kwam uit bij de app ForScore… Ik kocht de app en ging aan de slag.
En toen ik eenmaal was begonnen met experimenteren, was ik eigenlijk meteen enthousiast. De app werkt heel gemakkelijk:
Je maakt een pdf-scan van je bladmuziek en dat pdf-bestand importeer je in de app, en dan kun je beginnen!
Je kunt inderdaad perfect aantekeningen maken, je hebt nooit meer lessenaarverlichting nodig, je hebt geen zware muziekmap meer en je hebt nooit meer knijpers nodig bij buitenconcerten. Omslaan van pagina’s gaat heel gemakkelijk met swipen, maar er zijn ook speciale bluetooth-voetpedaaltjes beschikbaar. Die zijn dan weer handig voor instrumentalisten die constant beide handen nodig hebben tijdens het spelen. Zelf vind ik zo’n voetpedaal net eventjes te duur, en ik heb altijd wel een handje over om even om te slaan…

Maar verder? Geef mij maar mijn tablet om lekker muziek te maken!
Ik overweeg zelfs om ook mijn partituren in een (A4)-tablet te gaan opnemen. Want hoe fijn zou het zijn om als dirigent ook geen problemen meer te hebben met wegwaaiende partituren bij buitenconcerten, etc, etc…

Op mijn ontdekkingsreis door muziek-app-land ben ik nog meer interessante (veelal gratis) apps tegengekomen, daarover zal ik volgende week meer schrijven!

muziekles aan jonge kinderen

Je leest het overal: muziek is goed voor kinderen! Muziek maakt slim, maakt dat kinderen beter kunnen samenwerken en werkt respect voor anderen in de hand.

Zelf ben ik dan ook druk met het geven van lessenseries en workshops in het basisonderwijs. Want hoe eerder je begint, hoe beter, nietwaar?

Zo heb ik vorig schooljaar een project gedaan in groep 6 van een basisschool, waarbij kinderen kennismaakten met instrumenten uit het harmonieorkest. Daarnaast heb ik een workshop in groep 4 gegeven. Allemaal goede stappen in de richting van structureel muziekonderwijs op de basisschool. Maar ik merk toch ook dat veel scholen nog moeite hebben om dit onderdeel van het curriculum in te vullen. Terwijl het met de hulp van docenten van muziekverenigingen van allerlei pluimage zeker zou moeten lukken…

Nu, aan het begin van het schooljaar ben ik, namens één van de verenigingen waar ik werk, gestart met een (buitenschoolse) cursus ‘Muzikale ontdekkingsreis’ waarbij kinderen van alles leren over instrumenten van het harmonieorkest, terwijl ze tegelijkertijd noten leren lezen en blokfluit leren spelen.  Mooi om te zien hoe enthousiast de jonge kinderen zijn, dat kinderlijk enthousiasme, dat werkt aanstekelijk! En het is supertof om de kids al met muziek aan de slag te laten gaan, terwijl ze voor de meeste blaasinstrumenten nog te klein zijn of een onvoldoende ontwikkeld gebit…

Tegelijkertijd hoor ik, terwijl ik enthousiast schrijf over de jonge muzikale ontdekkingsreizigers, ook negatieve stemmen:
– blokfluitleerlingen willen alleen maar houtinstrumenten gaan spelen, en geen slagwerk of koperblaasinstrument
– blokfluitleerlingen willen helemaal geen hafabra-instrument spelen
– vaak stoppen de blokfluitertjes ná hun overstap naar een hafabra-instrument alsnog

En natuurlijk.. Van de 10 leerlingen die ik nu in mijn klasje heb, zal echt niet de volle 100% doorstromen naar de ‘reguliere’ hafabra-lessen. (ik zet dat regulier expres tussen aanhalingstekens omdat ik van mening ben dat je met adaptief en persoonlijk onderwijs veel meer enthousiasme en motivatie bereikt)…
Maar ik denk en hoop toch dat we een hoog doorstroompercentage bereiken.

Anders dan de AMV-lessen die meestal op muziekscholen worden aangeboden, zijn deze lessen erg toegespitst op het harmonieorkest, waardoor de kinderen daarover veel leren en enthousiast worden gemaakt.
En verder denk ik dat het voor de toekomstige hafabra-docenten van deze leerlingen belangrijk is dat ze op een goede (vaak speelse) manier met deze jonge muzikantjes omgaan…
Dat laatste geldt overigens ook voor jonge leerlingen die nog géén AMV-les hebben gevolgd. Lessen aan jonge kinderen eisen een andere aanpak van een docent!

In ieder geval zal ik me altijd blijven inzetten voor muziekonderwijs in welke vorm dan ook!

Ik ben benieuwd hoe de lezers van dit blog aankijken tegen AMV-lessen, en muzieklessen aan jonge kinderen…

adaptief muziekonderwijs voor volwassenen

Ik krijg regelmatig volwassen leerlingen in mijn lespraktijk. Sommigen willen dolgraag meedraaien in een route van diploma naar diploma, maar anderen werken veel liever met andere, persoonlijke doelen. Dat kunnen muzikale doelen zijn, maar ook mentale of fysieke doelen die ze door middel van muziek willen bereiken. En ik? Ik vind het superleuk om ook met deze mensen aan de slag te gaan!

Aan het begin van een lesjaar stel ik met zo’n leerling altijd een soort Plan van Aanpak op. En de insteek van dit plan wordt door de leerling zelf bepaald.
Hij of zij vertelt me wat de doelen zijn, wat hij of zij wil bereiken in het komende lesjaar, en de leerling geeft ook aan wat zijn sterke punten zijn op weg naar dat doel, en welke zaken extra aandacht nodig hebben. En wat er daarbij van mij als docent verwacht wordt. Aan de hand daarvan kies ik lesmateriaal en oefeningen uit.

Deze vorm van adaptief onderwijs (aangepast op/aan de leerling) werkt heel prettig bij volwassenen, omdat zowel leerling als docent precies weten waar naar toe gewerkt wordt en op welke manier.

Meer weten? Mail me gerust!

meespeelcd’s

Toen ik begon met muzieklessen (ruim 20 jaar geleden) bestonden ze nog niet, ze kwamen pas enkele jaren later: de boeken met meespeel-cd’s… Het was een feest als ik dan de laatste les voor een willekeurige vakantie tijdens de les met een meespeel-cd Disney-liedjes mocht spelen.
Hoe anders is dat nu… De boeken met cd zijn niet meer weg te denken uit de leswereld. En niet alleen de ‘extra boeken’, maar ook de reguliere lesmethodes zijn voorzien van meespeel-cd’s, en soms zelfs dvd’s… Laatst vroeg iemand mij wat ik nou van al die meespeel-cd’s vond.

Om te beginnen zijn deze boeken met meespeel-cd natuurlijk hartstikke leuk, want zo kunnen ook beginnende leerlingen al snel optreden met een leuk liedje, en dat werkt motiverend.

Een belangrijke rol blíjft weggelegd voor de docent: het is geen kwestie van ‘laat de leerling maar fijn naar de cd luisteren hoe het wordt voorgespeeld, en dan komt het wel goed’.
Dat is een gemakzuchtige methode voor zowel docent als leerling, waarmee een docent zich op de lange termijn uit de markt prijst.

De kern van een goede instrumentale techniek wordt gevormd door het goed functioneren van de associaties noten zien, tonen horen en grepen weten/voelen.
En dit alles wordt niet bereikt door een leerling simpelweg te laten naspelen en meespelen van/met wat er op een cd wordt gespeeld. Daarmee komt met name het prima vista lezen van ritme en melodie, zelf analyseren van zinsbouw en de associatie van noot naar klank heel erg in het gedrang… Terwijl ook die heel belangrijk zijn voor het ontwikkelen van een goede instrumentale techniek.
Daarbij komt nog eens bij dat leerlingen niet altijd het tempo van de cd aankunnen, en dan werkt het juist demotiverend, of gaan leerlingen slordig spelen.
En wat te denken van interpretatie? Met een cd ben je toch vaak gebonden aan tempo en speelwijze van de cd, hoewel er ook wel methodes zijn waarbij je het tempo kunt aanpassen…

Kortom, een meespeel-cd verbannen is niet nodig, ze zijn hartstikke leuk, mits met mate en met zorg gebruikt!

Een beugel en dan….?

Alweer zo’n ‘modeverschijnsel’ zullen sommigen van mijn volgers zeggen. Want ja… Tegenwoordig krijgt een groot deel van de (met name jonge) leerlingen ermee te maken; een beugel.

En ja, een beugel en een koperblaasinstrument spelen, dat is een uitdaging.. Voor sommigen zelfs een reden om te stoppen met spelen óf niet eens te beginnen…Watch All Girls Weekend (2016) Full Movie Online Streaming Online and Download

Maar als je een beugel hebt kun je best op een koperen blaasinstrument spelen!

Je zult merken dat je beugel in je lippen gedrukt wordt tijdens het trompet spelen. Niet iedereen heeft hier even veel last van, maar ik ken leerlingen waarbij de lippen tijdens het spelen beginnen te bloeden. Dat is natuurlijk níet de bedoeling!
Dus probeer vooral niet te lang achter elkaar te spelen. Bijvoorbeeld, wanneer jij gewend bent om iedere dag een half uur te spelen, dan kun je er voortaan voor kiezen drie keer 10 minuten te oefenen.
Veel beginners drukken naar gelang een oefening langer duurt  hun instrument steeds harder tegen de lippen.  Hun lippen hebben nog niet genoeg kracht om het langer vol te houden. Probeer dit te voorkomen! Stop als het niet meer gaat en speel op een later tijdstip verder.

Overigens zijn twee dingen nog wel belangrijk om te weten:

-met een beugel is het lastiger om een koperen blaasinstrument met een klein mondstuk te bespelen. Op een trombone, euphonium, bariton of tuba heb je er vaak veel minder last van!
– als je tanden te ver naar voren staan, kan dit door het bespelen van een koperinstrument ook verminderen. Bespreek dit met je tandarts. Ik spreek uit ervaring! Een beugel is dan wellicht niet nodig…
– als je toch een beugel krijgt, vertel je orthodontist dan dat je een koperblaasinstrument bespeelt. Hij kan er dan voor zorgen dat de voorste snijtanden vlak komen te staan, dus niet meegaan in de ronding. Veel orthodontisten willen een mooie ronde lijn van je gebit maken, maar dit kan negatieve gevolgen hebben voor je toonvorming in het hoge register!

Een beugel is vervelend, maar zeker niet onoverkomelijk als je een koperblaasinstrument speelt!

Muziek en dyslexie

Vorige week schreef ik over faalangst en podiumangst. Vandaag wil ik het hebben over dyslexie. Want ook ouders van dyslectische leerlingen hebben soms grote vraagtekens over het feit of hun kind wel muziekles moet nemen…

Het belangrijkste is natuurlijk dat een leerling zélf zin heeft om muziek te leren maken. Anders zal het inderdaad lastig worden, maar dat geldt ook voor leerlingen die geen last hebben van dyslexie!

Belangrijke zaken die ik altijd meeneem bij dyslectische leerlingen (en ook als ik vermoed dat een leerling dyslectisch is, maar de diagnose is nog niet gesteld):

Noten leren lezen begint voor een dyslecticus niet bij het beeld op papier, maar juist bij achterliggende begrippen. Zo oefen ik bijvoorbeeld eerst de begrippen hoog en laag voordat ik ze aan de notatie koppel. En die koppeling met notatie komt heel rustig op gang via allerlei muzikale spelletjes.

Ook voor maat en ritme geldt dat de abstracte begrippen makkelijker te leren zijn wanneer je ze eerst beleeft. Klap- en stampspelletjes zijn op dat vlak mijn absolute favorieten! Zo beleeft de dyslecticus het begrip maat goed. En dat is belangrijk, want het komt vaak voor dat dyslectici later moeite hebben met maat houden.

Sommige dyslectici hebben ook moeite met coördinatie, wat lastig kan zijn bij het bespelen van een instrument. Het kan helpen om bewegingen eerst in het groot te maken, en ook het los oefenen van de beweging met de ogen dicht kan helpen de aandacht helemaal op de beweging te richten.

Er zijn in Nederland nog maar weinig docenten die de Suzuki methode gebruiken voor het leren bespelen van een blaasinstrument. Bij de Suzuki Vereniging Nederland zijn alleen docenten voor dwarsfluit en blokfluit geregistreerd.
Ik geloof er heilig in dat deze methode waarin een instrument wordt aangeleerd als een soort ‘moedertaal’ een goede manier is om met name dyslectici een instrument te leren bespelen.
Daarom ben ik dan ook van plan me er de komende tijd in te gaan verdiepen.

In ieder geval kunnen dyslectici zéker een muziekinstrument leren bespelen. Dat kost tijd, maar geeft vooral ook veel voldoening, zeker als er rekening wordt gehouden met de problemen waar dyslectische leerlingen tegenaan lopen.

Weet jij meer over de Suzuki methode? Of heb je nog tips voor mij over omgaan met dyslectische leerlingen? Laat het me weten! Natuurlijk kun je ook met jouw vragen bij mij terecht!
Trouwens, een handige site met informatie over dyslexie en muziek is deze.

Muziek en faalangst

Muziek maken is een hele goede en prettige manier om jezelf te uiten, een echte uitlaatklep waarin je volledig jezelf kan zijn. En om muziek te leren maken neem je natuurlijk muziekles.
In mijn muzieklessen staat bovenal centraal dat de leerling plezier krijgt/houdt in muziek maken. Of je nou klassieke muziek wilt spelen of juist popmuziek, of je nou puur voor de lol speelt of heel ambitieus zoveel mogelijk diploma’s wilt halen.
Het plezier in muziek maken is het allerbelangrijkste.
En natúúrlijk wil ik dat. Buiten mijn werk als musicus geef ik regelmatig individuele faalangstreductietrainingen, dus ik ben bekend met de materie.

Laat ik beginnen met te zeggen dat de snelheid van de huidige samenleving én kreten als ‘lifelong learning’ en ‘je bent nooit uitgeleerd’ ertoe bijdragen dat mensen zich al snel niet goed genoeg voelen… Ze hebben het idee niet te kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden.
Daarnaast zien we faalangst vaak ontstaan bij zeer intelligente kinderen die op de basisschool nauwelijks hebben moeten werken voor goed resultaten. Wanneer zij op de middelbare school opeens hard moeten werken zijn ze bang om het fout te doen.

Faalangst is de angst op te falen. Dat kan op cognitief, sociaal of motorisch gebied zijn, of op meerdere van deze gebieden.  We kennen ook muzikale faalangst (podiumangst). Ook deze kan op cognitief, sociaal en motorisch vlak liggen.
Als er iets verwacht wordt (bijvoorbeeld een concert of examen) krijgen faalangstigen bijvoorbeeld zweethanden, vlekken in hun nek en spierverkrampingen.

Belangrijk in de aanpak van faalangst is het zogenaamde G-denken. Een gebeurtenis leidt tot een gedachte. Deze gedachte bepaalt de gevoelens, en de gevoelens op hun beurt bepalen weer het gedrag van een mens.

Er zijn vier typen faalangstige mensen:
– de tobber (die altijd in de meest dramatische scenario’s denkt)
– de criticus (die denkt dat hij niet goed genoeg is)
– het slachtoffer (dat altijd iets bedenkt wat het succes in de weg zal staan)
– de perfectionist (die het nooit goed genoeg vindt)

Om mijn leerlingen zo min mogelijk faalangst te laten ontwikkelen probeer ik altijd te zorgen voor een goede voorbereiding van optredens en examens. Ja logisch, zullen velen denken. Maar het gaat hierbij bijvoorbeeld ook om hoe de zaal ingericht zal zijn. Bij een goede voorbereiding hoort ook een goede haalbare planning.

Daarnaast zorg ik voor een veilige omgeving. Zo zijn bijvoorbeeld voor de beginnende leerling ruimtes met veel publiek nog erg spannend. Een kleinschalig tuinconcert met weinig publiek werkt voor hen beter, het is minder spannend. Ze kunnen hiermee zelfvertrouwen opbouwen in de richting van een groter publiek.

Een bijzonder belangrijk onderdeel van het vermijden of ondermijnen van faalangst/podiumangst is de feedback die je als docent geeft aan je leerlingen.
Van nature probeer ik in mijn feedback altijd positief opbouwend te zijn. Bij leerlingen waarbij al faalangst is vastgesteld werk ik vaak met gekleurde feedback:
– witte feedback: objectief, gebaseerd op feiten (bij muziek vaak wat lastiger)
– zwarte feedback: negatieve kritiek, zeggen wat er slecht was.
– gele feedback: positief en rooskleurig
– rode feedback: emotionele feedback
– groene feedback: creatieve feedback, bijvoorbeeld ‘wat kan er beter?’ of ‘wat heb ik gemist?’
– blauwe feedback: een samenvatting van wat je gezien en gehoord hebt, een analyse eigenlijk, positief én negatief.

Leerlingen met faalangst mogen van mij kiezen welke kleur feedback ze willen. Zo kan ik ze niet onbedoeld kwetsen.
Deze manier van feedback geven heb ik overgenomen uit het onderzoek van Kim Dirkx.

Verder help ik faalangstige leerlingen door actief met het G-denken aan de slag te gaan. Gebeurtenissen laten leiden tot andere gedachten, enz, enz…
Als dat niet helemaal lukt probeer ik de negatieve gedachten af te leiden door een leerling eerst te vragen (ook tijdens examens!) wat de leerling bijvoorbeeld van de componist van het stuk weet.

In mijn koperblaaslessen wordt sowieso al aandacht besteed aan ademhaling, maar speciaal voor faalangstige leerlingen gebruik ik extra ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen en visualisatieoefeningen. Het gaat te ver om daar nu helemaal over uit te wijden.
In ieder geval weet ik wel dat al aardig wat leerlingen door deze aanpak hun faalangst/podiumangst de baas zijn geworden. Veelal heeft het ook een positief effect op hun faalangst op school of op het werk!

Natuurlijk ben ik geen psycholoog, en ik pretendeer zeker niet alle faalangstproblemen te kunnen oplossen, maar ik denk wel zeker dat mijn manier van werken een positieve bijdrage kan leveren aan het reduceren van faalangst/podiumangst.

Faalangst is geen reden om maar geen muziekinstrument te gaan spelen, integendeel: met een gedegen aanpak kan muziekles je helpen om je faalangst aan te pakken!

Motivatie voor muziek

Muziek is niet iets dat je ‘eventjes’ leert, veel instrumenten hebben een hoog ‘zure appel-gehalte’, en zeker in een tijd waar alles snel en gemakkelijk voorhanden is, is dat soms een flinke barrière.
Er moet flink gestudeerd worden om een muziekinstrument te leren beheersen. Maar dat studeren is iets wat jonge kinderen, pubers én volwassenen soms het liefste zouden overslaan.
Zoals gezegd, om iets te bereiken is regelmatig studeren wel nodig, en daarom hier wat tips om de studie wat aangenamer en gemakkelijker te maken.

Zo kan het helpen om dagelijks op hetzelfde moment te studeren. Op die manier wordt het een vast onderdeel van je dag. Zorg ook dat je instrument ergens in huis voor het grijpen ligt. Als je je trompet eerst ook nog uit de koffer moet halen kan dat demotiverend werken. Het is veel leuker om gelijk aan de slag te kunnen!

Maak niet alleen een routine van het moment waarop je dagelijks studeert, maar ook van het studeren zelf. In mijn vorige blog schreef ik over toonladders. In eerste instantie oefen je aan het begin van je studiesessie de toonladder(s) die je van je docent hebt meegekregen als huiswerk. Als je wat verder bent is het een echte aanrader om steeds, voorafgaand aan een etude/voordrachtstuk de bijbehorende toonladder(s) te oefenen.
Daarna studeer je het stuk, vergeet niet om ieder stuk ook steeds een keer in zijn geheel door te spelen. Dit herhaal je met andere stukken die je moet studeren. Besluit iedere sessie steeds met een stuk wat je al goed beheerst. Zo sluit je steeds met een goed gevoel af!

Stel jezelf duidelijke doelen, bijvoorbeeld een optreden, het beheersen van een lastig of juist een heel mooi stuk dat je graag wilt kunnen spelen. Beloon jezelf ook als je je doel hebt gehaald, liefst natuurlijk met een muziek-gerelateerd cadeau, bijvoorbeeld een nieuw boek met filmmuziek of iets anders wat je erg leuk vindt!

Na verloop van tijd is het ook erg leuk om samen met anderen muziek te maken, bijvoorbeeld in een ensemble of een orkest prix france viagra. Samen klinkt het vaak een stuk beter dan alleen. Bovendien werkt het motiverend om te zien en horen wat anderen al kunnen. Je kunt je dan aan anderen optrekken, en bovendien kun je genieten van het leukste wat er is: samen muziek maken!

Muziek leren maken is geen makkelijk iets, maar realiseer jezelf dat de weg naar het doel toe even belangrijk is als het doel zelf. Probeer ook van die weg te genieten en vier kleine successen als waren het grote trofeeën.

Veel succes en veel plezier gewenst! En wil je meer tips?? Of heb je zelf tips?? Stuur me gerust een berichtje!!

Toonladders, o zo belangrijk!

Als muziekdocent stuur ik mijn leerlingen natuurlijk aan om goed te studeren op toonladders…
En meer dan eens stuit ik dan op weerstand: een diepe zucht of een lang gezicht.
Tsja, toonladders studeren is nou niet iets wat leerlingen graag doen, en soms vragen zélfs ouders van leerlingen me waar al dat saaie toonladderwerk nou toch voor nodig is. Het is toch veel leuker als Keesje thuis gezellige liedjes kan spelen, en dat werkt toch veel motiverender?

En tóch blijf ik maar hameren op die toonladders. En dat is niet om mijn leerlingen (en hun ouders;)) te pesten, maar júist om hen te helpen.
Toonladders zijn namelijk hartstikke nuttig!

Even alle voordelen van toonladders studeren op een rijtje:
– leerlingen leren hun instrument en de benodigde lipspanning bij de verschillende noten/tonen goed kennen
– leerlingen gaan er uiteindelijk sneller en nauwkeuriger door spelen
– leerlingen trainen er hun muzikale gehoor mee
– leerlingen begrijpen hierdoor de muziektheorie van toonladders en drieklanken en akkoorden veel sneller en beter
– leerlingen kunnen hierdoor gemakkelijker improviseren

Belangrijk is dat toonladderstudie een vast onderdeel van het studiepatroon van leerlingen moet krijgen, bijvoorbeeld in de warming-up.
En daarbij is het dan de bedoeling dat de blazer de toonladder met een zeker tempo en ritme kan spelen..
Dus géén toonladders die er met horten en stoten uitkomen, maar vloeiende lijnen!

Lang leve de toonladder, óók in de zomervakantie!

Programmeren voor blaasorkesten

De zomervakantie is ook voor mij als dirigent een periode om tot rust te komen en nieuwe energie en inspiratie op te doen. Tegelijkertijd is er júist in deze periode ruim de tijd om programma’s voor het komende seizoen te bedenken..

En dat valt nog lang niet altijd mee.
Niet alle werken/arrangementen zijn geschikt voor elk orkest, je zit met niveauverschillen, maar soms ook met bezettingsproblematiek waardoor je niet alle werken kunt programmeren… Je moet rekening houden met de plaats waar je het programma moet brengen. Het programma moet voldoende uitdaging voor je orkest bieden

Hoe maak je dan keuzes? In 2010 was ik bij een symposium ‘De kunst van het programmeren’ in de hoop daar inspiratie op te doen voor een goede aanpak…

Om een lang verhaal kort te maken: dé manier van programmeren bestaat niet. Immers er zijn prachtige concertprogramma’s zonder rode draad, maar er zijn ook slechte programma’s die wél een rode draad hebben…

Persoonlijk probeer ik altijd zoveel mogelijk het educatieve (ik wil ook het orkest ontwikkelen) te laten samen gaan met de wensen van het publiek.
En daarbij ben ik zeker niet bang om een wat langer/zwaarder stuk te programmeren!