muzikaal geheugen en uit het hoofd spelen

Het is een vast onderdeel van de HAFABRA-examens: een stukje uit je hoofd spelen… Dat valt niet voor iedereen mee, en sommigen worden er juist nog extra nerveus door. Meer dan eens krijg ik dan ook de vraag waarom het in vredesnaam toch een verplicht examenonderdeel is!

Ik zal het uit proberen te leggen:

Waar het hier om gaat is ‘muzikaal geheugen’.
Gewoonlijk maakt een muzikant gebruik van wat we “spiergeheugen” noemen. Herinneringen zijn natuurlijk niet opgeslagen in de spieren, maar verwijzen eerder naar een type van procedureel geheugen, waar herinneringen verbonden aan bewegingspatronen versterkt worden door veel te repeteren. Procedureel geheugen staat apart van andere geheugentypes, zoals die voor gebeurtenissen  of voor algemene kennis. We gebruiken procedureel geheugen voor handelingen als autorijden, fietsen of typen op een toetsenbord. Dit is het type geheugen die ons onder het motto “oefening baart kunst” bijna automatisch dit soort handelingen laten verrichten. Het is vooral een kwestie van vaardigheid. Onder invloed van stress of angst kan dit procedurele geheugen haperen en krijgen we het gevoel alsof we geen adem meer kunnen halen. Dit  komt best nog al eens voor bij muzikanten,  bijvoorbeeld wanneer het procedureel geheugen door faalangst wordt ondermijnd, wat leidt tot speelfouten en black outs. De methode van muziek repeteren en oefenen  is erop gericht dit soort fouten te vermijden of snel te herstellen. Alleen maar herhalen, de meest gebruikelijke strategie, voorkomt niet noodzakelijkerwijs het maken van fouten of vergeten van muzikale handelingen. Het is beter je interacties met de muziek meer te varieren door verschillende bronnen van geheugen aan te boren, voor het geval  één type geheugen het laat afweten. Muzikanten kunnen de muziek bijvoorbeeld in notenschrift uitschrijven om hun visueel geheugen te trainen of een harmonische analyse maken om hun herinnering aan de muzikale structuur meer te borgen in het geheugen.

Een andere aan te bevelen strategie is het muziekstuk te oefenen door op steeds op andere punten te beginnen. Procedureel geheugen vormt vaak ketens van opeenvolgende handelingen, waarbij elke handeling de herinnering aan een volgende triggert. Maar overal starten behalve aan het begin  is lastig. Als een muzikant alleen maar steeds weer vanaf het begin een muziekstuk oefent, dan loopt hij de kans tijdens een concert, eenmaal afgeleid door gekuch of een mobieltje dat afgaat, minder snel de draad weer te kunnen oppakken, omdat de herinnering aan het volgende moment niet wordt geactiveerd. Het besef, dat je op verschillende punten de draad weer kunt oppakken kan de kans op faalangst dusdanig verminderen, dat je daardoor ook minder vaak door black outs wordt getroffen. Ook het uit het hoofd studeren van een muziekstuk helpt bij het opbouwen van je muzikale geheugen… Tot zover het waarom!

Dan rest nog wel de vraag hoe je dat nou aanpakt, het uit je hoofd leren van een muziekstuk.

  1. Kies een studietechniek die het beste bij jou past:
    1. Leer het notenbeeld uit je hoofd. Lastige passages overschrijven is daarbij een goed hulpmiddel.
    2. Luister (in gedachten) naar de muziek, zing het in je hoofd mee.
    3. Speel het stuk in gedachten; onthoud de vingerzetting en speelbeweging. Wat in je lichaam is verankerd hoef je niet meer te onthouden. Je kunt het loslaten en vertrouwen op je vingers. (Als je het tenminste goed hebt ingestudeerd!)
    4. Een combinatie van de voorgaande technieken is de theoretische benadering, waarbij je het stuk onthoudt als een reeks muzikale patronen (toonladders, gebroken akkoorden, akkoordopeenvolgingen, omspelingen enzovoort).
    5. Voor de “lucky” few: met een fotografisch geheugen de bladmuziek als het ware voor je zien.
  2. Gebruik methodes uit computerspelletjes
    1. Herhalen tot het goed gaat en je het doorhebt
    2. Geduldig wachten tot het zover is
    3. Geconcentreerd oefenen werkt sneller
    4. In korte stukjes oefenen: grote taken zijn sneller klaar als ze in kleinere delen worden gesplitst
    5. Begin met iets makkelijks en bouw daarna op in moeilijkheidsgraad
    6. Het spel geeft nooit toe aan de speler als deze het level nog niet beheerst: kweek doorzettingsvermogen
    7. Blijf alles gebruiken wat je in het spel geleerd hebt om steeds meer tijd te besparen
    8. De weg naar je doel is zeker zo leuk als het doel zelf: je kunt meer plezier hebben van het oefenen dan uiteindelijk van het stuk kunnen spelen.
  3. Geheugentraining als een spel: vier het (beloon jezelf) als je door bent naar de volgende taak! Ben je er nog niet door? Bedenk een spannend verhaal bij de lastige plekken, geef ze een naam of maak er een tekening van. Oefen de betreffende plek(ken) nog een (paar) keer en probeer het dan opnieuw vanaf het begin.
  4. De handgeschreven kopie in > 10 minuten. Als je denkt, dat je een passage uit je hoofd kent, schrijf dan de eerste acht maten uit je hoofd op. Denk eerst aan de maatsoort, voortekens, het ritme, tempo (hoeveel tellen per minuut?) en dynamiek. Je mag tussendoor nadenken of het even doorspelen (zingen), maar niet in je bladmuziek kijken. Bedenk ook in welke maat en op welke sterkte een crescendo of decrescendo begint en eindigt en welke tonen verhoogd of verlaagd worden.
  5. Het reizende boek:
    1. Begin met de bladmuziek voor je neus
    2. Verschuif het boek / blad een eindje op de standaard
    3. Leg de muziek plat neer, nog wel zichtbaar maar lastiger te lezen
    4. Leg de muziek op kniehoogte
    5. Op de grond naast de voeten
    6. Op de grond achter je
    7. In een hoek in de kamer
    8. In een andere kamer
  6. De stoomwals: een maat of passage onthouden door stampen en herhalen zoals de rijtjes van voorzetsels met bijbehorende naamval in het Duits of de elementen uit het periodiek systeem. Oefen er steeds één tegelijk. Werk beurtelings van voren naar achter en van achter naar voren.

Ik ben benieuwd hoe jij het aanpakt! Wat werkt voor jou?! Heb je andere tips?

Gebruikte bron: John Valk

Leave a Comment

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.