Staff wars

Het is weer tijd voor een nieuwe blogpost. Traditiegetrouw gebruik ik de extra vrije tijd in vakanties om wat me wat verder te verdiepen in nieuwigheden op muziekgebied.
Vooral de wereld van apps is iets wat ik goed probeer bij te houden. Wie weet stuit ik op zaken die ik kan gebruiken in mijn lespraktijk óf zelfs in mijn eigen musiceer- of dirigeerpraktijk!

En jawel, ik heb iets leuks gevonden! Ik heb een aantal jonge leerlingen die het nog erg lastig vinden om noten te lezen en daarom was ik op zoek naar een leuk appje om hen dit spelenderwijs te leren.
Staff Wars Live is een app die in Amerika razend populair is in het muziekonderwijs.
In de geest van Star Wars schiet je de juiste muzieknoten uit de lucht.
Je kunt nu ook de juiste noot op je muziekinstrument spelen om de noten op je scherm te laten ontploffen. Dat kon blijkbaar nog niet in eerdere versies van het spel.

Als je de app hebt opgestart kies je eerst je instrument. Voor blaasinstrumenten in Bes (bv klarinet en trompet) en Es (bv altsax) worden de transposities meegenomen.
Daarna kies je de juiste sleutel, toonsoort, bereik. En dan kan de pret beginnen!

Het is de bedoeling dat je steeds de noot speelt die wordt afgebeeld. Dat moet wél gebeuren vóórdat de noot de notenbalk raakt! Natuurlijk wordt de snelheid langzaam opgevoerd en de app houdt de scores bij… Ik ga er na de vakantie zeker mee aan de slag met mijn jonge trompettistjes!

Receptief inzicht

Het is een verplicht onderdeel bij de C- en D-examens HAFABRA: Receptief inzicht.
Wanneer ik het er met collegae over heb, zitten velen erover met hun handen in het haar.
Gaat dit niet veel te ver en hoe moeten ze hun leerlingen hierop voorbereiden? En meer nog: wat een saaie kost voor leerlingen. Een leerling wil toch spélen!?

Allereerst dit: Wat is receptief inzicht precies?
Kennis van en inzicht in de algemene karakteristieken van muzikale stijlperioden
zoals Renaissance, Barok, Classicisme, Romantiek en 20e eeuw, verschillende muzikale
genres zoals klassiek, jazz en pop en blaasmuziek uit andere culturen. Dit dient (C-examen)
te blijken uit het, aan de hand van beluisterde muziek, aangeven uit welke periode en
cultuur de muziek afkomstig is, welk genre het betreft en welke functie de muziek heeft.
Voor het D-examen moet daarbovenop een werkstuk gemaakt worden over een onderwerp met betrekking tot blaasmuziek.

Tsja, dat is kort en bondig, maar tegelijk ook heel erg breed en divers…

En toch hè, eigenlijk vind ik die lessen receptief inzicht dus echt helemaal fántástisch om te geven!
In goed overleg plannen we een aantal (extra) lessen om met elkaar de muziekgeschiedenis door te nemen met geluidsfragmenten en uitleg daarbij over hoe de muziek zich in die periodes ontwikkelde.
Je merkt dat leerlingen (jóng én oud) geboeid raken door de muziekgeschiedenis, gepakt worden door de opeenvolgende stijlen en stromingen in de muziek én het ook gaan toepassen in hun eigen speelpraktijk.. Ik vind dat fantastisch om te zien, en ik vind het vooral ook super om hen zo nog meer de gelegenheid te geven op muzikale ontdekkingsreis te gaan en hun eigen smaak te ontwikkelen…

Misschien telt het mee dat ik vroeger ook dol was op lessen muziekgeschiedenis.
Misschien komt het omdat ik zoveel mogelijk probeer logische verbanden te leggen voor en met de leerlingen.
Misschien komt het omdat ik probeer gelijk een koppeling te maken met hun speelpraktijk.
Maar mijn leerlingen zijn altijd heel enthousiast over deze lessen, en het voelt zeker niet als een verplicht nummertje. Niet voor mij, maar ook niet voor hen!

Meer muziek in de klas

Gisteravond zat zowat heel muziekminnend Nederland te kijken naar De Wereld Draait Door. Dat programma stond namelijk helemaal in het teken van ‘Meer muziek in de klas’.
Het Leerorkest was er en liet van alles horen en zien. Niet allemaal kwamen de kinderen even enthousiast over, maar het merendeel leek er plezier in te hebben. En dat is toch het allerbelangrijkste!

Joop van den Ende was er en gaf aan waarom hij het muziekonderwijs op de Nederlandse basisscholen een impuls wilde geven. En er werd een geweldige muziekwedstrijd voor klassen (groep 5-7) uitgeschreven die uiteindelijk moet gaan leiden tot een concert voor koningin Máxima.
Professor Erik Scherder was erbij en hij vertelde over het nut van muziekles voor kinderen.. En dan niet alleen dat ze beter samen leren werken, maar ook dat het kinderen helpt om beter te leren plannen en hun huiswerk te organiseren…

En daar komt een mooie overlap tussen mijn beide werkvelden. Zoals de meesten van jullie weten, werk ik, naast mijn werk als musicus, bij een studiebegeleidingsinstituut. Natuurlijk begeleiden we daar middelbare scholieren, en soms ook basisschoolleerlingen. Veel huiswerkinstituten hebben afgelopen jaren een zogenaamde brugklastraining opgezet waarin kinderen onder andere leren plannen en organiseren.

Ikzelf zit al een tijdje te broeden op een overlappende dienst, wellicht de brugklastraining aanvullen met muzikale aspecten…

Momenteel ben ik nog in een brainstormfase, maar wellicht rolt er zeer binnenkort een nieuwe dienst uit!
Heb je ideeën of wil je meedenken? Laat het me weten!

Wil je de uitzending terugkijken? Dat kan hier!

meespeelcd’s

Toen ik begon met muzieklessen (ruim 20 jaar geleden) bestonden ze nog niet, ze kwamen pas enkele jaren later: de boeken met meespeel-cd’s… Het was een feest als ik dan de laatste les voor een willekeurige vakantie tijdens de les met een meespeel-cd Disney-liedjes mocht spelen.
Hoe anders is dat nu… De boeken met cd zijn niet meer weg te denken uit de leswereld. En niet alleen de ‘extra boeken’, maar ook de reguliere lesmethodes zijn voorzien van meespeel-cd’s, en soms zelfs dvd’s… Laatst vroeg iemand mij wat ik nou van al die meespeel-cd’s vond.

Om te beginnen zijn deze boeken met meespeel-cd natuurlijk hartstikke leuk, want zo kunnen ook beginnende leerlingen al snel optreden met een leuk liedje, en dat werkt motiverend.

Een belangrijke rol blíjft weggelegd voor de docent: het is geen kwestie van ‘laat de leerling maar fijn naar de cd luisteren hoe het wordt voorgespeeld, en dan komt het wel goed’.
Dat is een gemakzuchtige methode voor zowel docent als leerling, waarmee een docent zich op de lange termijn uit de markt prijst.

De kern van een goede instrumentale techniek wordt gevormd door het goed functioneren van de associaties noten zien, tonen horen en grepen weten/voelen.
En dit alles wordt niet bereikt door een leerling simpelweg te laten naspelen en meespelen van/met wat er op een cd wordt gespeeld. Daarmee komt met name het prima vista lezen van ritme en melodie, zelf analyseren van zinsbouw en de associatie van noot naar klank heel erg in het gedrang… Terwijl ook die heel belangrijk zijn voor het ontwikkelen van een goede instrumentale techniek.
Daarbij komt nog eens bij dat leerlingen niet altijd het tempo van de cd aankunnen, en dan werkt het juist demotiverend, of gaan leerlingen slordig spelen.
En wat te denken van interpretatie? Met een cd ben je toch vaak gebonden aan tempo en speelwijze van de cd, hoewel er ook wel methodes zijn waarbij je het tempo kunt aanpassen…

Kortom, een meespeel-cd verbannen is niet nodig, ze zijn hartstikke leuk, mits met mate en met zorg gebruikt!

Muziek en dyslexie

Vorige week schreef ik over faalangst en podiumangst. Vandaag wil ik het hebben over dyslexie. Want ook ouders van dyslectische leerlingen hebben soms grote vraagtekens over het feit of hun kind wel muziekles moet nemen…

Het belangrijkste is natuurlijk dat een leerling zélf zin heeft om muziek te leren maken. Anders zal het inderdaad lastig worden, maar dat geldt ook voor leerlingen die geen last hebben van dyslexie!

Belangrijke zaken die ik altijd meeneem bij dyslectische leerlingen (en ook als ik vermoed dat een leerling dyslectisch is, maar de diagnose is nog niet gesteld):

Noten leren lezen begint voor een dyslecticus niet bij het beeld op papier, maar juist bij achterliggende begrippen. Zo oefen ik bijvoorbeeld eerst de begrippen hoog en laag voordat ik ze aan de notatie koppel. En die koppeling met notatie komt heel rustig op gang via allerlei muzikale spelletjes.

Ook voor maat en ritme geldt dat de abstracte begrippen makkelijker te leren zijn wanneer je ze eerst beleeft. Klap- en stampspelletjes zijn op dat vlak mijn absolute favorieten! Zo beleeft de dyslecticus het begrip maat goed. En dat is belangrijk, want het komt vaak voor dat dyslectici later moeite hebben met maat houden.

Sommige dyslectici hebben ook moeite met coördinatie, wat lastig kan zijn bij het bespelen van een instrument. Het kan helpen om bewegingen eerst in het groot te maken, en ook het los oefenen van de beweging met de ogen dicht kan helpen de aandacht helemaal op de beweging te richten.

Er zijn in Nederland nog maar weinig docenten die de Suzuki methode gebruiken voor het leren bespelen van een blaasinstrument. Bij de Suzuki Vereniging Nederland zijn alleen docenten voor dwarsfluit en blokfluit geregistreerd.
Ik geloof er heilig in dat deze methode waarin een instrument wordt aangeleerd als een soort ‘moedertaal’ een goede manier is om met name dyslectici een instrument te leren bespelen.
Daarom ben ik dan ook van plan me er de komende tijd in te gaan verdiepen.

In ieder geval kunnen dyslectici zéker een muziekinstrument leren bespelen. Dat kost tijd, maar geeft vooral ook veel voldoening, zeker als er rekening wordt gehouden met de problemen waar dyslectische leerlingen tegenaan lopen.

Weet jij meer over de Suzuki methode? Of heb je nog tips voor mij over omgaan met dyslectische leerlingen? Laat het me weten! Natuurlijk kun je ook met jouw vragen bij mij terecht!
Trouwens, een handige site met informatie over dyslexie en muziek is deze.

Muziek en faalangst

Muziek maken is een hele goede en prettige manier om jezelf te uiten, een echte uitlaatklep waarin je volledig jezelf kan zijn. En om muziek te leren maken neem je natuurlijk muziekles.
In mijn muzieklessen staat bovenal centraal dat de leerling plezier krijgt/houdt in muziek maken. Of je nou klassieke muziek wilt spelen of juist popmuziek, of je nou puur voor de lol speelt of heel ambitieus zoveel mogelijk diploma’s wilt halen.
Het plezier in muziek maken is het allerbelangrijkste.
En natúúrlijk wil ik dat. Buiten mijn werk als musicus geef ik regelmatig individuele faalangstreductietrainingen, dus ik ben bekend met de materie.

Laat ik beginnen met te zeggen dat de snelheid van de huidige samenleving én kreten als ‘lifelong learning’ en ‘je bent nooit uitgeleerd’ ertoe bijdragen dat mensen zich al snel niet goed genoeg voelen… Ze hebben het idee niet te kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden.
Daarnaast zien we faalangst vaak ontstaan bij zeer intelligente kinderen die op de basisschool nauwelijks hebben moeten werken voor goed resultaten. Wanneer zij op de middelbare school opeens hard moeten werken zijn ze bang om het fout te doen.

Faalangst is de angst op te falen. Dat kan op cognitief, sociaal of motorisch gebied zijn, of op meerdere van deze gebieden.  We kennen ook muzikale faalangst (podiumangst). Ook deze kan op cognitief, sociaal en motorisch vlak liggen.
Als er iets verwacht wordt (bijvoorbeeld een concert of examen) krijgen faalangstigen bijvoorbeeld zweethanden, vlekken in hun nek en spierverkrampingen.

Belangrijk in de aanpak van faalangst is het zogenaamde G-denken. Een gebeurtenis leidt tot een gedachte. Deze gedachte bepaalt de gevoelens, en de gevoelens op hun beurt bepalen weer het gedrag van een mens.

Er zijn vier typen faalangstige mensen:
– de tobber (die altijd in de meest dramatische scenario’s denkt)
– de criticus (die denkt dat hij niet goed genoeg is)
– het slachtoffer (dat altijd iets bedenkt wat het succes in de weg zal staan)
– de perfectionist (die het nooit goed genoeg vindt)

Om mijn leerlingen zo min mogelijk faalangst te laten ontwikkelen probeer ik altijd te zorgen voor een goede voorbereiding van optredens en examens. Ja logisch, zullen velen denken. Maar het gaat hierbij bijvoorbeeld ook om hoe de zaal ingericht zal zijn. Bij een goede voorbereiding hoort ook een goede haalbare planning.

Daarnaast zorg ik voor een veilige omgeving. Zo zijn bijvoorbeeld voor de beginnende leerling ruimtes met veel publiek nog erg spannend. Een kleinschalig tuinconcert met weinig publiek werkt voor hen beter, het is minder spannend. Ze kunnen hiermee zelfvertrouwen opbouwen in de richting van een groter publiek.

Een bijzonder belangrijk onderdeel van het vermijden of ondermijnen van faalangst/podiumangst is de feedback die je als docent geeft aan je leerlingen.
Van nature probeer ik in mijn feedback altijd positief opbouwend te zijn. Bij leerlingen waarbij al faalangst is vastgesteld werk ik vaak met gekleurde feedback:
– witte feedback: objectief, gebaseerd op feiten (bij muziek vaak wat lastiger)
– zwarte feedback: negatieve kritiek, zeggen wat er slecht was.
– gele feedback: positief en rooskleurig
– rode feedback: emotionele feedback
– groene feedback: creatieve feedback, bijvoorbeeld ‘wat kan er beter?’ of ‘wat heb ik gemist?’
– blauwe feedback: een samenvatting van wat je gezien en gehoord hebt, een analyse eigenlijk, positief én negatief.

Leerlingen met faalangst mogen van mij kiezen welke kleur feedback ze willen. Zo kan ik ze niet onbedoeld kwetsen.
Deze manier van feedback geven heb ik overgenomen uit het onderzoek van Kim Dirkx.

Verder help ik faalangstige leerlingen door actief met het G-denken aan de slag te gaan. Gebeurtenissen laten leiden tot andere gedachten, enz, enz…
Als dat niet helemaal lukt probeer ik de negatieve gedachten af te leiden door een leerling eerst te vragen (ook tijdens examens!) wat de leerling bijvoorbeeld van de componist van het stuk weet.

In mijn koperblaaslessen wordt sowieso al aandacht besteed aan ademhaling, maar speciaal voor faalangstige leerlingen gebruik ik extra ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen en visualisatieoefeningen. Het gaat te ver om daar nu helemaal over uit te wijden.
In ieder geval weet ik wel dat al aardig wat leerlingen door deze aanpak hun faalangst/podiumangst de baas zijn geworden. Veelal heeft het ook een positief effect op hun faalangst op school of op het werk!

Natuurlijk ben ik geen psycholoog, en ik pretendeer zeker niet alle faalangstproblemen te kunnen oplossen, maar ik denk wel zeker dat mijn manier van werken een positieve bijdrage kan leveren aan het reduceren van faalangst/podiumangst.

Faalangst is geen reden om maar geen muziekinstrument te gaan spelen, integendeel: met een gedegen aanpak kan muziekles je helpen om je faalangst aan te pakken!

Motivatie voor muziek

Muziek is niet iets dat je ‘eventjes’ leert, veel instrumenten hebben een hoog ‘zure appel-gehalte’, en zeker in een tijd waar alles snel en gemakkelijk voorhanden is, is dat soms een flinke barrière.
Er moet flink gestudeerd worden om een muziekinstrument te leren beheersen. Maar dat studeren is iets wat jonge kinderen, pubers én volwassenen soms het liefste zouden overslaan.
Zoals gezegd, om iets te bereiken is regelmatig studeren wel nodig, en daarom hier wat tips om de studie wat aangenamer en gemakkelijker te maken.

Zo kan het helpen om dagelijks op hetzelfde moment te studeren. Op die manier wordt het een vast onderdeel van je dag. Zorg ook dat je instrument ergens in huis voor het grijpen ligt. Als je je trompet eerst ook nog uit de koffer moet halen kan dat demotiverend werken. Het is veel leuker om gelijk aan de slag te kunnen!

Maak niet alleen een routine van het moment waarop je dagelijks studeert, maar ook van het studeren zelf. In mijn vorige blog schreef ik over toonladders. In eerste instantie oefen je aan het begin van je studiesessie de toonladder(s) die je van je docent hebt meegekregen als huiswerk. Als je wat verder bent is het een echte aanrader om steeds, voorafgaand aan een etude/voordrachtstuk de bijbehorende toonladder(s) te oefenen.
Daarna studeer je het stuk, vergeet niet om ieder stuk ook steeds een keer in zijn geheel door te spelen. Dit herhaal je met andere stukken die je moet studeren. Besluit iedere sessie steeds met een stuk wat je al goed beheerst. Zo sluit je steeds met een goed gevoel af!

Stel jezelf duidelijke doelen, bijvoorbeeld een optreden, het beheersen van een lastig of juist een heel mooi stuk dat je graag wilt kunnen spelen. Beloon jezelf ook als je je doel hebt gehaald, liefst natuurlijk met een muziek-gerelateerd cadeau, bijvoorbeeld een nieuw boek met filmmuziek of iets anders wat je erg leuk vindt!

Na verloop van tijd is het ook erg leuk om samen met anderen muziek te maken, bijvoorbeeld in een ensemble of een orkest prix france viagra. Samen klinkt het vaak een stuk beter dan alleen. Bovendien werkt het motiverend om te zien en horen wat anderen al kunnen. Je kunt je dan aan anderen optrekken, en bovendien kun je genieten van het leukste wat er is: samen muziek maken!

Muziek leren maken is geen makkelijk iets, maar realiseer jezelf dat de weg naar het doel toe even belangrijk is als het doel zelf. Probeer ook van die weg te genieten en vier kleine successen als waren het grote trofeeën.

Veel succes en veel plezier gewenst! En wil je meer tips?? Of heb je zelf tips?? Stuur me gerust een berichtje!!