fbpx

Thuis studeren, deel 2

Vorige week behandelde ik het voorbereidend studeerstadium, vandaag komt het opbouwstadium aan bod!

In het opbouwstadium is het belangrijk dat je een voorstelling gaat opbouwen van het stuk als geheel, de onderdelen moeten eigenlijk als puzzelstukjes in elkaar worden gepast.
Het kan dan natuurlijk zijn dat je dan weer tegen nieuwe problemen aanloopt. Als dat zo is moet je toch nog weer eventjes terugschakelen naar het voorbereidend stadium.

Studeermanieren in het opbouwstadium zijn onder andere:
– een groot fragment of een heel deel van een werk steeds opnieuw doorspelen. Als het een snel deel is, doe dit dan eerst in een rustig tempo.
– speel daarna het fragment of het deel in het juiste tempo
– grote fragmenten mentaal studeren
– een enkele keer mag je het grote fragment ook in een te hoog tempo spelen, daardoor leer je waar nog zwakke plekken zitten, en hoe snel je je grenzen bereikt. Maar dit is niet de allerprettigste manier van studeren, dus niet te vaak doen!

Bij punt 3 zie je staan mentaal studeren. Ik kan me voorstellen dat je geen idee hebt wat dit inhoudt.
Daarom hier een korte uitleg: Mentaal studeren is eigenlijk de beweging volledig en exact, in het juiste tempo kunnen denken en daarbij eigenlijk in gedachten ondergaan wat je zou voelen als je het werkelijk speelde en je daarbij ook de klank tot in de finesses voorstellen.
Dus kort gezegd is het je leren voorstellen hoe het gaat, hoe het voelt en hoe het klinkt. Dat kan terwijl je de bladmuziek erbij hebt, maar uiteindelijk kan het ook zonder bladmuziek.

Mentaal studeren is 1 van de allerbeste methodes om de concentratie te trainen en je kunt het altijd en overal toepassen, het maakt immers geen geluid!
Bij mentaal studeren komen ook allerlei bijzaken aan de orde. Wat dacht je bijvoorbeeld van gevoelens van onzekerheid, angst, enthousiasme of vermoeidheid die bij het spelen zijn opgetreden. Dan blijkt pas hoezeer gevoelservaringen tijdens het studeren een gewoonte dreigen te worden. Denk maar eens aan het gevoel van onzekerheid voor een grote lastige sprong en de opluchting als het gelukt is.

Als je nog nooit aan mentaal studeren hebt gedaan, dan is het verstandig om het langzaam op te bouwen:
– begin met korte fragmentjes
– begin met een deel van de bewegingen, bv eerst alleen je vingers en nog niet de adem en juiste houding erbij, maar doe dit niet te lang
– maak de opbouw van het stuk bewust: dus herken terugkerende motieven en thema’s, doorzie het toonsoortenverloop, weet waar je bent, leer ook de begeleiding kennen!

Ik kan me voorstellen dat dit allemaal wat veel informatie is.. Wil je meer weten over hoe je jouw studie-aanpak kunt verbeteren?
Neem gerust contact met me op, ik kan je (indien gewenst ook online) van advies voorzien!

Volgende week deel 3: het consolidatiestadium!


Thuis studeren, deel 1

De komende 4 weken zal ik hier wekelijks een blog posten over hoe je thuisstudie aanpakt. Want nu repeteren met orkesten nog een tijdje niet mogelijk is, kun je natuurlijk wel thuis goed studeren zodat je straks met het orkest goed aan de slag kunt!

Ik verdeel het studeerproces eigenlijk in 4 stadia, omdat ieder stadium een heel eigen karakter heeft.
De stadia zijn als volgt:
– voorbereiding
– opbouw
– consolidatie
– bezinking

Vandaag bespreek ik het eerste stadium, de voorbereiding. Dit stadium verdeel ik onder in een paar stappen.
1. Eerste kennismaking
Je ontdekt of het stuk een stapje vooruit is ten opzichte van wat je al kunt, dan kun je gelijk in het juiste tempo doorspelen. Als blijkt dat het stuk niet een stapje maar een sprong vooruit is ten opzichte van wat je al kunt: dan begin je met langzaam doorspelen.
2. Als je dat gaat doen ontdek je waarschijnlijk drie soorten passages: eenvoudige passages die gelijk goed gaan, gemiddelde passages, die wat tijd vragen en moeilijke passages die goed aangepakt moeten worden.
3. Dat aanpakken doe ik zoveel mogelijk technisch/analytisch: ik analyseer wat het probleem is en hoe ik dat moet aanpakken en dan stel ik daar een soort ‘trainingsprogramma’ voor op.
4. In deze stap ga ik nadenken over interpretatie. Zolang ik er nog niet zeker van ben hoe het moet worden probeer ik zoveel mogelijk te variëren in interpretatie om zo tot een definitieve interpretatie te komen. (Als je te doen hebt met een orkeststuk, is het raadzaam om voor de interpretatie te rade te gaan bij jouw dirigent!)
5. Daarna ga je verspreide fragmenten uit je hoofd leren.

In dit stadium is het belangrijk om NIET:
– al zaken vast te leggen als de interpretatie nog niet doordacht is
– te starten met studeren zonder dat je overzicht hebt over het stuk

Je kunt door naar stadium 2 als de voordracht en interpretatie vaste vormen beginnen aan te nemen en als de moeilijke passages geen struikelblok meer vormen.

Meer over het stadium opbouw lees je volgende week in dit blog!

Motivatie voor muziek, juist nu…

We zitten inmiddels alweer vele weken in de intelligente lockdown. Zoveel mogelijk mensen werken thuis, kinderen zijn nog thuis van school en leren thuis (op dit moment hebben ze vakantie), en de mensen in de zorg zijn drukker dan ooit.

Ook alle orkesten liggen al enkele weken stil. Gelukkig kunnen de meeste lessen individueel wel doorgaan dmv videobeltoepassingen zoals Skype.

Maar hoe blijf je al die weken gemotiveerd voor muziek in deze intelligente lockdown?
Sommige orkesten blijven op de achtergrond actief dmv bv huiswerkopdrachtjes van de dirigent, multiscreenvideo’s etc.. Dan heb je een beetje houvast als muzikant, en een doel om mee aan de slag te gaan.

Maar wat als jouw orkest/vereniging dat niet doet? Je raakt een beetje uitgekeken op je partijen, of misschien blijf je steeds op hetzelfde vastlopen… Je raakt je motivatie dan kwijt. Dat is zonde natuurlijk, want muziek is een prachtig fenomeen dat nooit stopt, ook niet tijdens een intelligente lockdown.

Daarom hier wat (onverwachte) handvaten om toch lekker aan de slag te blijven:
– zoek online eens naar wat nieuw repertoire (veel materiaal is voor weinig of zelfs gratis te downloaden)
– je kunt natuurlijk ook een nieuw speelboek aanschaffen!
– speel het repertoire dat je nu aan het oefenen bent eens helemaal anders: boogjes worden even puntjes, snel wordt even heel langzaam en andersom… Vaak helpt dit je over een dood punt heen!
– neem contact op met je dirigent en vraag of hij of zij je verder kan helpen als je vastloopt met orkestrepertoire.
– ga op zoek naar muziek om je heen, ik heb bv vorige week muziek gemaakt met potten, pannen en glazen..
– ga muziek luisteren, muziek die je nog niet kent.. Wedden dat je daarna weer zin krijgt om zelf aan de slag te gaan? (een uurtje YouTube levert mij bv vaak heel veel energie en inspiratie op)
– leer iets nieuws, ga je verdiepen in iets nieuws of iets wat je nog nooit hebt gedaan.

Mocht je graag meer tips of info van mij willen, of wil je hulp van mij met jouw muzikale activiteiten in deze tijd? Dan mag je me altijd mailen via info@judithvanboven.nl

Ik kan je ook helpen in een online sessie!

Zelf thuis aan je intonatie werken

Orkestrepetities gaan niet door deze periode, veel muzieklessen worden wel online gegeven deze weken. Maar vooral mensen die geen lessen (meer) volgen belanden in een soort niemandsland. Ze vinden het lastig om zelf aan de slag te blijven én vorderingen te maken.

Sommige orkestdirigenten vragen orkestleden video’s te sturen zodat ze feedback kunnen geven op hun uitvoeringen… Een belangrijk aandachtspunt is intonatie.

En weet je, intonatie is iets waaraan je thuis ook best wel goed alleen kunt werken. Hoe?
Met een stemapparaatje.. Moeilijk is het niet per se, het vergt wel veel concentratie en discipline.
En vooral ook veel tijd, maar dat is wellicht een minder groot probleem.

Ik heb een mooi filmpje gemaakt waarin ik precies uitleg hoe je dat kunt aanpakken…

Nog een paar belangrijke tips:
– zorg dat je goed ingespeeld bent voor je start met deze oefeningen
– kies een chromatisch stemapparaatje en stel A=442Hz in
– wees heel nauwkeurig
– zorg dat je ook een (hulp)grepentabel bij de hand hebt

Heb je toch nog vragen? Neem dan gerust contact met me op! Dat kan door simpelweg een mailtje te sturen naar info@judithvanboven.nl

De grote muziekrace

Hahaha, wie deze titel leest denkt dat ik volslagen doorgedraaid ben..
Alles ligt stil op dit moment, dus de titel van mijn blog is op dit moment even lastig te plaatsen..

Tóch is dit een goede timing om dit bericht te schrijven. De paasdagen komen eraan, we moeten allemaal thuis blijven, maar ja je wil toch wel eens iets nieuws. Welnu, voor de muzikanten onder ons (en vooral ook voor alle muzikale jongeren) is dit een topper!

Ivo Kouwenhoven is een bekend componist die zich heeft gespecialiseerd in het componeren voor jeugdorkesten. Hij organiseert ook regelmatig zijn eigen jeugdmuziekfestivals en is een veel gevraagd jurylid en gastdirigent voor play-inns.

Ivo is, op muzikaal educatief vlak, een man naar mijn hart. Hij snapt dat kinderen dat wat ze spelenderwijs tot zich nemen veel beter onthouden dan dat wat ze moeten ‘stampen’.

In die visie passen ook zijn stripfiguurtjes Bas en Viola. Twee kinderen die de wereld van de muziek samen ontdekken.
Er zijn inmiddels beginnersboeken voor onder andere blokfluit, trompet, blokfluit en slagwerk, maar er is ook een stripboek over muziektheorie… Ideaal voor kinderen!

Sinds kort is er een mooi spel op de markt met Bas en Viola in de hoofdrol: De Grote Muziekrace.

Ik had de eer het spel als 1 van de eersten te mogen uitproberen met mijn leerlingen. Het plan was om het met een grotere groep te doen, maar ook hier gooide de Corona-crisis roet in het eten. Ik heb het spel dus gespeeld met 4 individuele leerlingen tegelijk.

De reacties waren onverdeeld positief! Op een speelse wijze komen allerlei vragen en opdrachten aan de orde die betrekking hebben op muziek(theorie). Doordat er verschillende moeilijkheidsgraden in de vragen zitten, kun je het spel gemakkelijk spelen met leerlingen van een verschillend niveau. Ze leren van elkaar en van het spel…

Ik ben zeker van plan het spel regelmatig in mijn lessen te laten terugkeren, en wellicht ook met opleidingsorkesten (maar dan dus in groepen) te gaan spelen.. 

Voor nu kan ik het alle (ouders van) jonge muzikantjes aanraden om het spel aan te schaffen en thuis lekker te spelen!

Via de site is het spel verkrijgbaar voor nog geen 35 euro.

Een gemotiveerde leerling, wat is de rol van de docent?


Wat heel belangrijk is voor docenten/coaches om te doen als zij willen meewerken aan het motiveren van leerlingen, is volgens mij zichzelf blijven motiveren. Als zij zichzelf niet blijven motiveren om hun werk goed uit te oefenen, heeft dit ook effect op de leerlingen. De manier waarop de docent/coach lesgeeft heeft ontzettend veel invloed op de leerlingen; gemotiveerde docenten zorgen voor gemotiveerde leerlingen. Leerlingen merken het wanneer hun docent zich niet goed voelt, niet op zijn of haar gemak voelt of geen plezier heeft in zijn of haar werk. Een docent/coach moet een positieve uitstraling hebben op de leerlingen. De leerlingen steken dan meer op en hebben ook meer plezier in het les krijgen dan wanneer een docent met een negatieve instelling voor de klas staat. 
Een ander belangrijk aspect waarom ook leraren goed gemotiveerd moeten zijn is dat een gebrek aan motivatie voor overspannenheid kan zorgen. Een niet gemotiveerde docent heeft geen plezier in het werk, maar moet dit wel elke dag doen. De docent vindt het steeds moeilijker worden om zichzelf te motiveren en ziet na een tijdje ook op tegen het werk. Dit werkt natuurlijk negatief voor de docent zelf, maar daarmee ook voor de leerlingen. De docent gaat overspannen lesgeven, kan de lesstof niet goed overbrengen en doet ook weinig tot geen moeite, waardoor ook de leerlingen hun motivatie verliezen.

Dat klinkt allemaal behoorlijk dramatisch, maar het kan ook heel anders! 
Want weet je wat echt leuk is? Als je als docent niet simpelweg lesstof overbrengt, maar dat je nieuwsgierig bent naar elke leerling.. Dat je probeert je leerling echt te leren kennen en naast hem te lopen op zijn reis door de wereld van de muziek. Jezelf als coach zien, als gids die de leerling helpt om verder te komen, maar wel op zo’n manier dat het past bij de leerling. 
Dus niet simpelweg je lesjes afdraaien en boos worden als er weer eens niet of niet goed genoeg gestudeerd is. Nee! Start vanuit de leerling (ze zijn echt allemaal anders!) en blijf zo zelf ook altijd leren! Geef de leerling het gevoel dat hij eigenaar is van zijn les en van zijn muziek. Op die manier blijven jij en je leerling gemotiveerd! 

Motivatie, hoe zit dat?

Het is een veelvoorkomende klaagzang bij muziekverenigingen: ‘ja, die jeugd van tegenwoordig die wil niet meer studeren om goed op een blaasinstrument te leren spelen. Ze willen alles gelijk kunnen en dat gaat niet… De jeugd van tegenwoordig heeft geen doorzettingsvermogen meer.’ 

Maar… is dat wel zo? Ik hoor kinderen toch regelmatig gepassioneerd vertellen over een spel waar ze helemaal in zitten en waarvoor ze tot het uiterste gaan om verder te komen.. Dus dan denk ik: ‘die jeugd van tegenwoordig, die heeft best doorzettingsvermogen!’ 

Maar de muzieklessen zoals we (ja, ik ook) die vroeger kregen, die sluiten niet zo goed meer aan bij de belevingswereld van kinderen en jongvolwassenen. Daarom probeer ik in mijn lessen niet meer per se uit te gaan van een bepaalde methode, maar probeer ik leerlingen te coachen/begeleiden op hun ontdekkingstocht door de wondere wereld van de muziek. 
Ik schrijf expres ‘hun ontdekkingstocht’ want ik ben ervan overtuigd dat iedere muzikant, jong of oud zijn eigen weg aflegt. En als je hen daarin steunt en begeleidt als docent/coach, dan zit het met dat doorzettingsvermogen wel goed!
Wil je daarover eens met mij van gedachten wisselen? Neem gerust contact met me op!

De maand februari zal op mijn website en social media kanalen in het teken staan van motivatie!

Deze week behandel ik de vraag: hoe werkt motivatie eigenlijk?

Motivatie is de wil om iets te leren of iets te doen. Gemotiveerde mensen zijn erg nieuwsgierig, betrokken en niet bang voor een moeilijke uitdaging. Motivatie kan je opdelen in twee groepen; intrinsieke en extrinsieke motivatie. Bij deze twee soorten zit er een verschil in de bron. Intrinsieke motivatie heeft een interne bron, uit een persoon. De mens motiveert zichzelf zonder een bron van buitenaf. Bij extrinsieke motivatie is er sprake van een externe bron. Dit kan bijvoorbeeld een beloning zijn; als ik nu goed oefen, krijg ik straks een zakje chips.

Motivatie wordt bepaald door bepaalde prikkels, dit zijn invloeden uit het milieu op de mens. Prikkels ontstaan doordat in zintuigcellen (receptoren) impulsen ontstaan, de zenuwcellen (conductoren) geleiden en verwerken deze impulsen en zorgen dat er een reactie (respons) ontstaat. Er zijn twee soorten prikkels interne prikkels, afkomstig uit het lichaam, en externe prikkels die afkomstig zijn uit het milieu. Als minimaal één van deze prikkels heel sterk aanwezig is, kan het gedragssysteem al in gang gezet worden en kan er een handeling worden verricht. 
Er wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen een sleutelprikkel en een supranormale prikkel. De sleutelprikkel speelt de doorslaggevende rol bij het veroorzaken van een bepaald gedrag. Een supranormale prikkel is een prikkel die een nog sterker gedrag opwekt dan de sleutelprikkel, deze prikkel is dus effectiever.

Hoe goed een persoon presteert en reageert op prikkels is allemaal geregeld in de manier van denken. Personen die afgaan op intelligentie-beoordeling zijn minder gemotiveerd om hun best te doen en zullen sneller opgeven bij een moeilijke taak, omdat ze denken dat de intelligentie niet verbeterd kan worden. De personen die geloven in het harde werken, zullen sneller blij zijn met een moeilijke taak en zullen niet snel voelen dat ze hebben gefaald als iets mislukt.
Intelligentie wordt onderverdeeld in uitgekristalleerde intelligentie (kennis) en vloeiende intelligentie (redeneervermogen). Mensen met een goed redeneervermogen zijn in staat om informatie sneller te verwerken en worden minder snel afgeleid, zij zullen dus snel nieuwe dingen leren en gemotiveerder zijn dan andere.


Er zijn verschillende motivatietheorieën:
Als eerst hebben we de Piramide van Maslow. Het idee van deze piramide is dat een mens als eerst zal proberen de behoefte onderaan de piramide waar te maken en zich vervolgens omhoog werkt. 
Ten tweede hebben we de Verwachtingstheorie. Dit is de formule: motivatie = verwachting x beloning x waarde. Met ‘verwachting’ wordt de mate waarin een mens verwacht dat een handeling succesvol zal verlopen bedoeld. Met ‘beloning’ wordt hier bedoeld wat de mens als voordeel ziet bij de taak. ‘Waarde’ geeft aan hoe belangrijk het wordt gevonden. 
Ten derde is er de Attributietheorie, bij deze theorie hangt motivatie samen met attributies; hier wijden mensen hun succes of falen aan toe. Je kan dit onderscheiden in interne en externe attributen. Bij interne attributen ligt het meestal bij de persoon zelf, bij externe attributen wordt vaak de ‘schuld’ bij een ander persoon  neergelegd.
Vervolgens is er de Flowtheorie. Met ‘flow’ wordt bedoeld dat iemand helemaal opgaat in een activiteit waar hij of zij mee bezig is. Er is vooral ‘flow’ aanwezig wanneer een persoon het gevoel heeft dat hij of zij het aan kan en de taak niet hoog gegrepen is. 
Als laatst hebben we de Zelfdeterminatietheorie, hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.

Zo, dat was een brok theorie! Volgende week zal ik schrijven over de rol van de docent/coach voor de motivatie van een leerling.

gehoorbescherming voor musici en amateurmuzikanten

Gehoorbeschadiging wordt veroorzaakt door een combinatie van geluidsvolume – boven de 80 dB wordt het risicovol – en de duur van blootstelling – hoeveel uur zit een musicus in de ‘herrie’.
Inmiddels hebben veertien professionele symfonieorkesten en de overheid  een arboconvenant gesloten die de werkgever verplicht om voorzieningen te treffen, zoals geluidsdemping, optimale orkestopstelling en individuele gehoorbescherming.

Maar ja… voor amateurorkesten bestaan zulke regels en voorzieningen natuurlijk niet. En dat terwijl een gemiddeld harmonieorkest aardig wat decibellen produceert. Veel amateurmuzikanten maken aardig wat muziekuren, dus gehoorbeschadiging ligt op de loer.

Zelf ben ik nog zoekende naar een ideale gehoorbeschermer… Als je met oordopjes in speelt krijg je een heel ander klankbeeld terug. Dat wat je speelt klinkt in jouw oren/hoofd veel harder, terwijl anderen juist zeggen dat je zachter speelt. Ook vind ik het vreselijk lastig om de toon qua klank mooi te houden. Ook door het vertekende beeld door die dopjes…
In een groot orkest speel ik soms wel met 1 dopje in (aan de kant waar de meeste ‘herrie’ zit). Je hoort dan met 1 oor wel normaal, wat het spelen een stuk gemakkelijker maakt, maar je beschermt er natuurlijk maar 1 oor mee.
Ook in lessituaties in ruimtes met een slechte akoestiek, doe ik soms in 1 oor een dopje. Beter dan niks, denk ik dan maar.

Het Gelders Fanfare Orkest heeft vorig jaar een pilot gedaan met verschillende soorten gehoorbeschermers. De ervaringen kun je hier lezen!

Hopelijk komt de techniek ooit zover dat er oordopjes op de markt komen die wél ideaal zijn voor muzikanten. Ik houd het uiteraard nauwlettend in de gaten!

Met muziek meer zelfvertrouwen

Zoals een aantal van jullie wellicht wel weten, werk ik naast mijn werk als musicus ook bij een studiebegeleidingsinstituut in Breda. Ik werk daar als floormanager, begeleid pubers met hun huiswerk, zorg voor marketing én verzorg er ook faalangstreductietrainingen.

Dat laatste is iets wat ik bijzonder graag doe: je ziet de cursisten groeien gedurende de weken dat je met ze werkt. Ze bloeien helemaal op, en dat is prachtig om te zien.

Faalangst is niet altijd alleen maar schoolgerelateerd. Ook in hobby’s, zoals muziek kunnen mensen last hebben van faalangst. Bij muziek wordt dan al snel gesproken over podiumangst. Als spelend muzikant heb ik er zelf ook behoorlijk wat last van gehad… Maar uiteindelijk heeft de muziek zelf me er altijd doorheen gesleept.. En dat bracht me op het idee om faalangstige muzikanten te gaan helpen om hun (podium)angst te overwinnen! En dat ga ik doen met het programma ‘Met muziek meer zelfvertrouwen’

We beginnen met een intake van een uur waarin de leerling een stukje mag spelen, maar vooral vertelt over waar hij/zij tegenaan loopt bij het muziek maken, maar misschien ook wel in het dagelijks leven!

Aan de hand daarvan gaan we 3x een uur samen aan de slag met (muzikale) opdrachten, waarmee de leerling handvaten krijgt aangereikt om de angst de baas te worden.

Als blijkt dat er na deze serie van 4 uren nog behoefte is aan meer hulp en coaching, dan is dat natuurlijk mogelijk!

Heb jij weleens overmatig last van zenuwen als je moet optreden? Zou je daar wel iets aan willen doen?
Neem dan geheel vrijblijvend contact met me op!