fbpx

Luister nou!

Als dirigent, maar ook als muziekjuf zeg ik vrijwel dagelijks tegen mijn orkestleden en pupillen: luister maar eens naar die of die opname. Of ga eens zoeken wat er op spotify allemaal voor moois te vinden is qua repertoire voor jouw instrument.
Bij ons thuis was in mijn jeugd ook bijna altijd muziek: er werden cassettebandjes (jaja;)) en soms zelfs lp's gedraaid en later ook cd's. Zelf kreeg ik op mijn 10e een eigen stereotoren, zodat ik ook naar mijn eigen muziek kon luisteren op mijn kamer. Maar is luisteren echt zo belangrijk?

Onlangs is er in de Verenigde Staten onderzoek gedaan naar het belang van luisteren naar muziek voor muzikanten. 
Er werd onderscheid gemaakt tussen passief en actief luisteren. Bij actief luisteren moet je denken aan doelgericht meeluisteren naar hoe jouw partij gespeeld moet worden.
Bij passief luisteren kun je denken aan bijvoorbeeld het op de achtergrond luisteren van repertoire waarop je aan het studeren bent als je in de auto zit.

En wat blijkt: beide manieren van luisteren zijn zeer goed voor ons als muzikanten. Je zou verwachten dat actief luisteren beter is, maar uit het onderzoek is gebleken dat ritme en dynamiek na passief luisteren van een werk al vooruit gaan. Het enige verschil zit hem in de trefzekerheid van tonen. Die is na actief luisteren significant beter dan na passief luisteren.

In het algemeen is uit onderzoeken gebleken dat het luisteren naar muziek ervoor zorgt dat bepaalde delen van het brein die verantwoordelijk zijn voor het onthouden van zaken worden geactiveerd.

Is luisteren naar muziek dan alleen maar goed? 
Nou, je moet wel goed nadenken over hoe je het aanpakt. Als je een stuk echt nog wilt leren kennen is het steeds maar weer beluisteren van een opname prima. Wil je meer je eigen interpretatie ontwikkelen, kies dan steeds voor verschillende opnames van hetzelfde werk.

De conclusie is eigenlijk dat luisteren naar muziek veel voordelen heeft voor muzikanten. 
Zorg dat je verschillende opnames van 1 werk beluistert.
Maar ben je nou heel erg moe, of misschien wat ziekjes of moet je veel reizen en heb je daardoor geen tijd om te studeren? Luister dan het repertoire wat je moet studeren. Het is geen vervanger van zelf studeren, maar het helpt wel degelijk!

Ik stap zometeen in de auto met een playlist van alle werken die ik op dit moment dirigeer!

De Alpenhoorn, een instrument met een enorme geschiedenis!

Gisteren trad ik tijdens het jubileumconcert van Orkest Pro Musica op als solist op een Alpenhoorn. De afgelopen weken ben ik dan ook druk geweest met het studeren op dit instrument. Veel mensen stelden me allerlei vragen over het instrument en de geschiedenis ervan. Daarom besloot ik er een blog aan te wijden.

Net als didgeridoos, indiaanse trompetten van bamboe of hout en Afrikaanse houten hoorns behoren ook alpenhoorns tot de oorspronkelijke blaasinstrumenten van hout. De alpenhoorn wordt in Zwitserland voor het eerst officieel vermeld in het midden van de 16e eeuw door de natuurgeleerde Conrad Gesner.

Communicatie met mens en dier
De alpenhoorn was lange tijd een werktuig van de herders. Hij diende ertoe, om de koeien van de weide naar de stal te roepen, wanneer het tijd was om te melken. In een gravure van 1754 zie je, hoe een herder de koeien bij het naar de alpenweide trekken met de klanken van de alpenhoorn voor het laatste steile gedeelte van het pad motiveert. Op een achterglasschildering uit het Emmental van 1595 wordt op de alpenhoorn geblazen, vermoedelijk om de koeien tijdens het melken te kalmeren. Het alpenhoornblazen 's avonds is ook een traditioneel thema in de kunst. Dit spel diende als avondgebed en werd vooral in gereformeerde kantons uitgeoefend, terwijl in de Duitstalige katholieke kantons in Centraal-Zwitserland de Betruf (alpenherdersgebed) meer verankerd is. Maar de belangrijkste functie van de alpenhoorn was de communicatie met de alpenherders van de naburige Alpen en met de mensen onder in het dal.


Nationaal symbool
Toen in de loop van de tijd de kaasproductie zich steeds meer van de alpenweide naar de melkfabrieken in de dorpen verplaatste, werd na 1800 ook de alpenhoorn steeds zeldzamer. Nadat hij op traditionele feesten nauwelijks meer te horen was, liet de Bernse voorzitter van de kantonraad Niklaus von Mülinen in de jaren 1820 alpenhoorns maken en in Grindelwald aan begaafde spelers uitdelen. Weliswaar had de alpenhoorn zijn oorspronkelijke functie in de bergen min of meer verloren, maar als muziekinstrument won het de harten van de toehoorders – en werd zo een toeristische attractie en symbool voor Zwitserland. 


Koperen blaasinstrument
De stemming, waarin een alpenhoorn gespeeld kan worden, hangt van zijn lengte af. In Zwitserland is de fis/ges-alpenhoorn met een lengte van 3,5 m toonaangevend. Ondanks of juist ook dankzij zijn eenvoudige bouwwijze is een alpenhoorn tamelijk moeilijk te bespelen. Want, terwijl alle andere blaasinstrumenten in de loop van de tijd technische ontwikkelingen ondergingen (klankgaten, kleppen), heeft de alpenhoorn tot op heden zijn oorspronkelijke vorm bewaard. Muzikanten rekenen het instrument van hout overigens tot de koperen blaasinstrumenten, omdat je er met dezelfde blaastechniek tonen aan ontlokt. Maar in zijn unieke klank verenigt hij de rijkdom van een koperen blaasinstrument met de zachtheid van een houten blaasinstrument. 

De onmiskenbare alpenhoorn-fa
Vroeger bepaalde de lengte van de zilverspar de hoogte van de grondtoon. Tegenwoordig worden volgens beproefde massa's de gewenste stemmingen bereikt, die het samenspel met gelijkgestemde alpenhoorns of andere muziekinstrumenten veroorloven. In het getempereerde toonsysteem wordt de octaafinterval in 12 halve tonen ingedeeld. Deze zogeheten chromatische toonladder kan op de alpenhoorn echter pas vanaf de vierde octaaf worden voortgebracht. Met name vermeldenswaardig zijn drie tonen, die in het getempereerde toonsysteem niet voorkomen. De 7e natuurtoon is een iets te hoge b, de 11e ligt tussen f en fis (de bekende alpenhoorn-fa), de 13e klinkt iets hoger dan as. 

De vervaardiging van alpenhoorns
Hoewel het gebruik en het spel van de alpenhoorn tussen de 16e en 20ste eeuw verschillende keren veranderde, is de vorm van dit instrument niet fundamenteel veranderd. De alpenhoorn is nu nog een lange, conische buis, aan het einde gebogen als een koehoorn. Tot in de jaren 1930 werden voor de bouw van de alpenhoorns, jonge op steile plaatsen krom groeiende pijnbomen gebruikt. Omdat dit alpiene hout langzaam groeit, liggen de jaarringen dicht bij elkaar. De stammen werden volledig opengesneden, uitgehold en weer samengevoegd. De huidige alpenhoornbouwers gebruiken ook andere houtsoorten zoals de es of vreemde materialen: zo zijn er ook hoorns van carbon. Ook de bouwtechniek is veranderd, doordat meestal losse delen (handbuis, middenbuis, eindbuis en beker) op elkaar gelijmd en vervolgens in de vorm gesneden worden. Beide methoden – het uithollen of stuk voor stuk samenvoegen – vergen ongeveer evenveel handwerk. Het bewerken met de guts duurt meer dan zeventig uur, voordat de wanddikte 4 tot 7 millimeter bedraagt. De uitgeholde, samengevoegde stukken worden met ringen samengehouden. Een kleine houten steunvoet stabiliseert de alpenhoorn. Daarna worden de hoorns met pitriet (rotan) omwikkeld. Vroeger werden ook stroken linnen, metalen ringen, botten of hout en stroken schors van de kersenboom of berk gebruikt. Sinds ongeveer honderd jaar helpt een mondstuk, bij het blazen en kunnen de tonen zodoende beter gecontroleerd worden. Je kunt de Alpenhoorn bespelen met een mondstuk dat vergelijkbaar is met dat van een tenortuba/euphonium of trombone.

Alpenhoorn als muziekinstrument
De Zwitserse jodelvereniging, waartoe de alpenhoornblazers behoren, heeft tegenwoordig in Zwitserland en de hele wereld zo'n 1800 leden die alpenhoornblazer zijn – en de tendens is stijgend. Zijn grote optreden beleeft de alpenhoorn telkens op het eedgenootschappelijke jodel-feest, bij de optochten van de Zwitserse klederdrachtvereniging, evenals tijdens het jaarlijkse, internationale Alpenhoornfestival in Nendaz. Daarnaast vind je alpenhoorns o.a. ook in de klassieke muziek (Sinfonia pastorella voor alpenhoorn en strijkers in G grote terts, Leopold Mozart of Parthia op boereninstrumenten van Georg Druschetzky), in de jazz of in de meest uiteenlopende experimenten in de moderne muziek.


Ik vond het een hele uitdaging om de Alpenhoorn tijdens een concert te bespelen, en ik kan jullie vertellen dat het inderdaad niet gemakkelijk is, maar wel heel erg leuk!

5 gouden regels voor een ontspannen optreden

Alweer de laatste aflevering van mijn blog-serie over podiumangst overwinnen. 
In deze laatste blog deel ik 5 gouden regels met je die je eigenlijk in je hoofd moet prenten, of steeds voor een concert eventjes moet doorlezen.

Als het goed is ben je goed voorbereid op jouw concert: je hebt het repertoire goed ingestudeerd, dus je bent absoluut bij machte om het concert succesvol te laten verlopen. Er zijn 5 regels die je je voor altijd in je oren zou moeten knopen:|

Vertrouw op je eigen automatische piloot

Oordeel (tijdens het concert) niet over wat er gebeurde, wat er gebeurt of wat er nog gaat gebeuren

- Ga niet gissen wat het publiek over jouw of jouw performance denkt

- Wees echt in het moment

Geniet! Je doet iets bijzonders!

Ik hoop dat je iets hebt gehad aan mijn blog-serie over podiumangst overwinnen. Wil je graag meer weten, of dieper op de materie ingaan? Ik help je graag met mijn workshop 'Vol vertrouwen het podium op'! Enne, die workshop kun je met een groep volgen, maar ook lekker in je uppie in een veilige omgeving.

Muziek leren maken op latere leeftijd

Een muziekinstrument leren spelen is een geweldige ervaring. Vaak hoor je dat, als je echt goed wilt leren spelen, je op jonge leeftijd moet beginnen. Maar betekent dit dat je op latere leeftijd niet meer moet beginnen aan het leren bespelen van een muziekinstrument?

Is het als volwassene op middelbare leeftijd, of zelfs als senior, nog mogelijk om goed te leren spelen op een muziekinstrument? Of is het beter om een andere hobby te kiezen?

Beginnen met muziekles op latere leeftijd

Natuurlijk is het zo dat je gemakkelijker leert op jong leeftijd. De lesstof blijft sneller hangen. Als je ouder wordt krijg je meer moeite met het onthouden van dingen. Het kortetermijngeheugen wordt trager waardoor je meer tijd nodig hebt voor iets nieuws een plekje heeft gekregen in je hersenen.

Heb je vroeger, als kind, al een instrument bespeeld hebt kan dit helpen. Het bespelen van een instrument maakt bepaalde verbindingen in de hersenen aan. Deze verbindingen blijven bestaan, ook al is het al jaren geleden dat het instrument voor het laatst is aangeraakt.

Je kunt dus zeker op latere leeftijd beginnen met het leren bespelen van een instrument. Het gaat tenslotte vooral om het plezier dat musiceren geeft. Een muzikale carrière is maar voor heel weinig mensen weggelegd. Ook als ze op jonge leeftijd begonnen zijn met muziek maken.

Muziek maken op latere leeftijd

Misschien heb je besloten om te beginnen met muziek maken doordat anderen in je omgeving dit ook doen. Wellicht is er een leuke muziekgroep bij jou in de buurt waar je deel van uit wilt maken. Samen muziek maken is het leukste dat er is. En er zijn verschillende instrumenten waar je al snel een leuk melodietje op kunt spelen.

De meeste muziekinstrumenten zijn geschikt om mee te beginnen op latere leeftijd. Zolang je maar gemotiveerd bent en, zeker in het begin, een half uur per dag kunt en wilt oefenen. Het is belangrijk om in het begin de technische vaardigheden onder de knie te krijgen.

Kies vooral een instrument dat bij je past. Zeker op latere leeftijd kunnen fysieke factoren een rol gaan spelen. De fijne motoriek kan achteruit gaan, de gewrichten kunnen tegenwerken en de longinhoud kan verminderd zijn.

Waar moet ik op letten bij de instrument keus?

Heb je last van je spieren of gewrichten dan is een zwaar, of zwaar te bedienen, instrument niet aan te raden. Net als een blaasinstrument bij onvoldoende longinhoud. Al kan het bespelen van een blaasinstrument wel positieve effecten geven op de longinhoud, zolang de juiste ademtechniek gebruikt wordt.

De fijne motoriek zal misschien ook niet zo soepel meer zijn als vroeger. De ‘snelle loopjes’ zijn dan wat moeilijker maar de meeste muziek blijft gewoon speelbaar tot op hoge leeftijd. Er zijn genoeg voorbeelden van wereldberoemde muzikanten die tot op zeer hoge leeftijd professioneel actief waren.

Welk instrument is het meest geschikt?

Onder de koperblaasinstrumenten zijn vooral de grotere instrumenten zoals euphonium, trombone en bastuba erg populair omdat de benodigde lip-spanning daarvoor lager is dan bv bij de trompet of de hoorn.

Goed muziek leren spelen op latere leeftijd

Het spreekt natuurlijk voor zich dat je muziekles nodig hebt als je goed op je instrument wilt leren spelen. Maar als je al wat ouder bent kan het zijn dat je niet meer zo gemakkelijk de straat op kunt. Je ziet het misschien niet meer zitten om elke week naar de muziekles toe te gaan.  Je kunt natuurlijk ook kiezen voor om de week een les, en je kunt ook een deel van je lessen online volgen.
Bij muziekverenigingen krijg je vaak een instrument in bruikleen en kun je muziekles volgen tegen een gereduceerd tarief, dus wat houd je nog tegen?

Haal de harmonie in de klas

Iedere muzikant en muziekliefhebber zal het met me eens zijn als ik zeg dat het belangrijk is dat kinderen op school muziekles krijgen, en op die manier ook in contact komen met onze zo geliefde blaasmuziek.
En hoewel er mede door onze koningin aardig wat subsidie beschikbaar is voor muziek in de klas, is er bij muziekverenigingen nog veel onduidelijkheid. Ik hoor van verenigingsbestuurders wisselende berichten: voor de 1 is het een grote drempel om überhaupt een school binnen te komen. Anderen komen wel binnen maar de lessen leveren weinig tot geen nieuwe aanwas op. En weer anderen vertellen niets anders dan succesverhalen.. 
Nou wil ik zeker niet zeggen dat ik weet hoe het moet hoor, maar vandaag in mijn blog wel wat bespiegelingen over blaasmuziek op school.

Binnenkomen

De school binnenkomen, daar heb je soms wat geluk bij nodig, zoals bijvoorbeeld een leerkracht die connecties heeft met jouw vereniging. Maar ook als je dat niet hebt liggen er mogelijkheden hoor! Scholen krijgen als het ware een zak geld waarmee ze aan alle door de overheid gestelde competentiedoelen moeten voldoen. Muziekonderwijs is er daar eentje van. Lang niet alle scholen hebben vakdocenten in huis, niet alle leerkrachten hebben een specialisatie muziek gedaan, dus vaak zijn ze al blij als er een stuk van hun muzieklessen door externen kan worden ingevuld.

Lesinhoud

Zorg wel dat je een goed lesprogramma opstelt! Ga je een workshop verzorgen of kies je voor een lessenserie? Zorg dat je een gedegen plan hebt voor je naar de school toe stapt. Stel dit plan op samen met een docent of dirigent, en zorg ook dat je lessen of workshop worden verzorgd door een muziekprofessional en neem die persoon ook mee als je naar een school toe gaat om afspraken te maken. Zo weet je zeker dat de school de juiste informatie krijgt over het lesprogramma.
Zelf heb ik goede ervaringen met lessenseries waarin kinderen kennis maken met de verschillende instrumentgroepen van het orkest en tegelijkertijd zelf actief aan de slag gaan met musiceren. Uiteindelijk wordt dan toegewerkt naar een eindconcert samen met het (opleiding)orkest en kunnen de schoolkinderen mee spelen/zingen in een écht concert!!
Maar er zijn natuurlijk meer varianten mogelijk: denk eens aan een slagwerkworkshop die wordt afgesloten met een concert op school. Of een blazersklas die een aantal weken achter elkaar onder schooltijd repeteert en uiteindelijk tijdens een concert van de vereniging acte de présence geeft.

Eén aanspreekpunt

Houd de lijntjes tussen school en de vereniging kort: zorg dat voor alle partijen helder is wie het aanspreekpunt is. De docent? Of misschien een coördinator vanuit de vereniging? Vraag ook op school naar 1 aanspreekpunt. Zo houd je de lijntjes kort en blijft alles voor iedereen zo duidelijk mogelijk.

Sparren?

Zoals je misschien weet heb ik aardig wat ervaring met muzieklessen en -workshops in school. Wil je graag eens sparren over hoe jij dat met jouw vereniging kunt aanpakken? Dat is altijd mogelijk, bv via een video-call... Neem contact met me op voor meer informatie hierover!

Moetjes

De afgelopen weken waren er veel 'verplichte' muzikale nummers. En dan heb ik het niet over verplichte concourswerken, maar over dagen waarop muziekverenigingen traditioneel altijd acte de présence geven zoals Koningsdag, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Meer dan eens kreeg ik de vraag of zulke dagen voor mij als dirigent nou wel zo interessant zijn. Vandaag wil ik daar mijn blog aan wijden.

Laat ik beginnen met te zeggen dat muziek mijn passie is. Als er ergens muziek te maken of te dirigeren valt, dan wil ik dat graag en goed doen. Ook als dat voor de zoveelste het Wilhelmus is. Want juist dat Wilhelmus moet iedere keer weer netjes klinken. Het is ons volkslied! 
Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de koraalmuziek die bij de dodenherdenking wordt gespeeld. Ja, die heb ik al vaker gedirigeerd, maar dat maakt het niet minder interessant! Een orkest mooi en verzorgd laten klinken is op ieder moment belangrijk en een mooie en waardevolle uitdaging. 

Daar komt nog eens bij dat ik het als een eer voel om het volkslied te mogen dirigeren én herdenkingen muzikaal te omlijsten met stemmige muziek. Op die manier geef je met jouw muziek ook steun en warmte aan de samenleving. En dat is weer een stukje goodwill dat je kweekt voor andere concerten waarvoor je wellicht subsidie of sponsoring bij elkaar wilt sprokkelen.

Dus ik voel de 'moetjes'. meer als een eer en wil het dan ook graag goed doen. En ik denk dat je met de 'moetjes' een boel goodwill kweekt in de gemeenschap die je later goed van pas kan komen: meer sponsoring, maar wellicht ook meer publiek voor je concerten, misschien zelfs meer leden.
Ieder openbaar optreden geef je als orkest/dirigent een visitekaartje af!

Studeren met een metronoom doe je zo!

Hoe vaak krijg jij als muzikant niet de tip van je docent of dirigent om thuis met een metronoom te studeren? Best wel vaak, maar veel mensen weten niet goed hoe ze dat moeten aanpakken.. In deze blog daarom een aantal tips!

Waarom eigenlijk

Studeren met een metronoom dwingt je om ritmisch juist te gaan spelen, je maakt sneller vorderingen en het maakt het gemakkelijker om samen te spelen met anderen.

Moeilijk? Welnee!

Veel muzikanten vinden zo'n metronoom maar een lastig ding. Het lukt niet goed om in de maat te blijven, het gaat te snel.. Noem maar op. Tijd om te leren hoe je dat nou aanpakt!

Welke metronoom?

Je kunt kiezen voor een old-school metronoom, voordeel is dat je geen stroom of batterijen nodig hebt. Een elektrische metronoom is ook een optie, zo'n ding heb je al voor een eurootje of 20. Je kunt natuurlijk ook een metronoom-app downloaden op je tablet of telefoon. Geen enkele optie is de beste, kies vooral wat voor jou het handigst is.

Wat handige features kunnen zijn:
- een lampje (als je visueel bent ingesteld)
- een tap-functie als je geen exact tempo weet, maar het wel kan tikken
- maatsoortaanpassingen (dus dat de eerste tel van een 4-kwartsmaat steeds een accent krijgt) en onderverdelingen (bv een 6/8 maat)

En dan aan de slag!

stap 1
probeer de cadans van de metronoom binnen te krijgen, luister eerst een tijdje naar metronoom of tik of klap mee.

stap 2
start met een langzaam tempo en als je het tempo gaat opvoeren doe dat dan steeds met 4 tikken per minuut per keer. 

stap 3
ingewikkelde ritmes aanpakken:
- maak een onderverdeling (bv in achtstes tellen ipv in kwarten)
- klap het ritme eerst
- speel het ritme op 1 toonhoogte
- speel het ritme dan pas met de genoteerde melodie.

TOP-TIP
Probeer ook je toonladders met een metronoom te studeren. Dit werkt enorm goed voor je ritmische gevoel, maar ook voor je klankvorming!

Ten slotte

Als je niet gewend bent met een metronoom te studeren zal het wel even tegenvallen. Blijf rustig oefenen, bedenk je dat je niet de hele sessie met metronoom hoeft te spelen.

Stilte is de kracht van jouw improvisatie

Weet je wat ik echt ZOOOO irritant vind? Als iemand maar niet stopt met praten! Herken je dat? Dat je met iemand zit te praten of te bellen, en die blijft maar doorgaan? Ik kan daar zo gefrustreerd van raken, en bovendien komt meer dan de helft van wat die persoon me vertelt toch niet binnen, want ik ben allang afgedwaald. Ik heb in zo'n geval wel eens een leugentje om bestwil gebruikt door te zeggen dat ik weg moest of zo... 

Maarrrr... dit kun je vertalen naar jouw improvisatie. Die hoeft ook niet superlang te zijn. Het belangrijkste is dat je de aandacht vasthoudt! 

Vaak als we improviseren zijn we zó bezig met het vinden van de juiste noten, dat we helemaal vergeten dat er ook nog iemand naar ons luistert.

Muziek is een taal, waarmee je een verhaal kunt vertellen. En je kunt je woorden, .... pardon, je noten, meer impact geven door gebruik te maken van een geheim ingrediënt (niemand heeft het erover, daarom lijkt het alsof het een geheim is): ...... de STILTE........ Dáármee houd je de aandacht van je luisteraar vast. Het zijn de noten die NIET speelt, die de andere noten impact geven. Je solo's gaan ademen door stiltes te spelen. Echt waar. De ruimte die er vervolgens ontstaat kan ontzettend spannend zijn. Probeer het zelf maar eens met de onderstaande oefeningen.

Oefening 1 - Kies een eenvoudige toonladder om deze oefening mee te doen. Bijvoorbeeld een mineur toonladder. Speel vervolgens één of meer klanken als onderbreking van de stilte. (Het helpt wanneer je net als ik je ogen dicht doet). En ga - na de stilte - verder op de noot waar je gebleven was. Wanneer je deze oefening gedaan hebt, doe je 'm nóg een keer en speel je minimaal de helft minder noten. Word je bewust van de zalige ruimte die er ontstaat.

Oefening 2 - Doe hetzelfde als bij oefening 1, maar dit keer ga je niet verder op de klank (of toon) waar je vóór de stilte op bent geëindigd. Maar maak je juist een zo groot mogelijk contrast met datgene wat je eerder speelde. Speelde je eerst hoog? Dan speel je nu laag. Speelde je eerst veel noten, dan speel je er nu weinig. Speelde je eerst hard? Dan speel je nu juist zacht. Deze contrasterende frases wissel je af met de zalige stilte. Tegelijkertijd kom je uit je comfortzone (maak de contrasten extreem!) en durf ik te wedden dat jij op nieuwe ideeën komt. 

Succes en veel plezier!

De truc van Toots

Weet jij nog momenten waarop muziek jou diep raakte? Je voelde de muziek in je lichaam, en niemand hoefde jou te vertellen dat de muziek goed was. Die magische kracht heeft muziek. En die magie zit ‘m niet in de muziektheorie, of in de ladders, of in de juiste akkoordprogressies. De magie zit ‘m veelal in de klanknuance.

En dan bedoel ik naast de klank van jouw instrument, vooral de klank van één toon, of de wisselwerking van de tonen onderling. Wij zijn allemaal gevoelig voor deze klanknuances.

Mondharmonicaspeler Toots Thielemans vertelde eens in een interview dat hij jarenlang elke dag een improvisatie maakte van twintig minuten met uitsluitend één toon. Hij zei: “ik speel die toon net zolang, tot ik die toon wórd”.

Even de theorie: je kunt klanken hebben die fijn en ontspannen samenklinken, ze zijn consonant. Tonen die niet zo ontspannen samen klinken noemen we dissonant. Mensen die beginnen met improviseren starten vaak met het zoeken naar consonant.

Tonen of klanken die dissoneren wringen met elkaar, het lijkt alsof ze ruzie hebben. Voor een beginnende improvisator klinkt dit gauw als een ‘foute’ noot. Maar die dissonante klanken kunnen juist heel spannend zijn. En wanneer je een muzikaal verhaal vertelt is een beetje spanning op zijn tijd juist heel fijn. Als je wat verder bent met improviseren ga je deze klanken juist opzoeken..

“There are no wrong notes”, zei Miles Davis. Er zijn hooguit klanken waar jouw oren nog niet aan gewend zijn. Een klank waar je afwijzend op reageert is simpelweg een klank die je nog niet kent. Je gehoor ontwikkel je door juist die ongewone dingen vaker te doen, zodat ze meer 'in je systeem' komen.

Wanneer je als blazer improviseert, helpt het je enorm om te oefenen met piano of met een backingtrack. Jouw tonen krijgen dan een functie in een harmonische achtergrond en je oren wennen aan de klank. Met een begeleidingstrack erbij wordt het ineens een klankspelletje en daarmee een heel creatieve oefening. Ik raad mijn leerlingen daarom vaak aan met harmonische begeleiding te oefenen.

Ik heb een toffe oefening voor je om te werken aan je klankverbeelding en te wennen aan een nieuwe klank. Probeer echt te voelen wat er in je lichaam gebeurt tijdens de samenklanken.

Doe netals Toots, maak een improvisatie op 1 toon.  Laat tussen de tonen af en toe een stilte vallen. Overbrug de stiltes met je muzikale herinnering: herinner je de toon tijdens de stilte. Experimenteer met dynamiek, met hoe je noot begint of eindigt, met lange of juist korte klanken, met aanzet, met ritmiek. Juist wanneer je maar één toon gebruikt, moet je je creatieve vermogen aanspreken.

Wil je verder? Meer oefeningen? Neem dan snel contact met me op om een coachingsessie in te plannen!

De kracht van de puls

Als je goed luistert, kun je je klank mooier maken. Maar hoe werkt dat met timing? Hoe kun je je timing verbeteren? Eigenlijk heel eenvoudig; door te voelen en te bewegen. Voelen, bewegen en timen horen namelijk bij elkaar. Hoe beter je in je vel zit, des te beter je timing zal zijn. Voel jij je vrij in je bewegingen? Dans jij in het rond alsof niemand je kan zien? De volgende oefening werkt goed om jezelf swingend te voelen, een goed begin om ook swingend te gaan spelen en improviseren.

Drie manieren van lopen

  1. Loop normaal, zoals je altijd loopt. Voel van binnenuit hoe je lichaam aanvoelt. Los, stijf? Hoe is je blik? Hoe is je adem? Onthoudt dit gevoel.
  2. Ga expres veel stijver dan normaal lopen. Houd je armen en benen stijf en je rug recht. Wat voel je? Wat gebeurt er met je passen? Hoe is het met je ademhaling? Met je gezichtsuitdrukking? Onthoud wat stijfheid met je lichaamsgevoel doet.
  3. Ga veel soepeler lopen dan normaal. Verende, grote passen, je armen slingeren los heen en weer, losse schouders. Voel van binnenuit hoe lekker dit voelt. Probeer dit gevoel te onthouden, en toe te passen, wanneer je je instrument bespeelt.

Nu je jezelf energiek ontspannen voelt, kun je verder gaan met een volgende oefening: het ontwikkelen van een gevoel van puls.
Puls? Nou, puls is de regelmatige beat of groove in muziek, de tel zeg maar. Ritme daarentegen is onregelmatig. In de meeste muziek worden puls en ritme gecombineerd. Veel mensen denken onterecht dat ze pas swingen wanneer ze een ingewikkeld ritme spelen. Maar hee, je kunt al swingen wanneer je alleen de puls speelt. En weet je wanneer je pas echt swingt? Als je de puls voelt!

Je kunt elke puls even belangrijk maken, maar in de muziek hebben verschillende pulsen binnen een maat elk een ander karakter. Zo voelt de puls op de eerste tel van (bijvoorbeeld) een vierkwartsmaat zwaarder (als een rustpunt of baken) dan die op de tweede tel (die voelt lichter en actief). Elke puls in een groepje heeft een eigen, uniek karakter.

Zoek een eenvoudig liedje op en ga experimenteren met timing:
- speel expres wel op de puls
- speel dan expres niet op de puls (voel je die nog wel?)
- speel eens alleen ná de tel
- uiteindelijk speel je af en toe de puls, maar speel je er vooral omheen met allerlei zelfgekozen ritmes

Lastig? Dat kan ik me heel goed voorstellen. Ik help je graag verder in een privé coaching sessie!